Dagvaarding vredegerecht



U heeft een dagvaarding ontvangen voor een zitting van het Vredegerecht?

Let op! De oproeping die U ontvangen heeft is niet noodzakelijk een dagvaarding. Het kan ook een verzoekschrift zijn dat U ter kennis wordt gebracht met een gerechtsbrief, bijvoorbeeld in een huurzaak.

Ook is het mogelijk dat U een oproeping in verzoening heeft ontvangen.Dit is geen dagvaarding, dus U heeft dan in principe geen verplichting om te verschijnen en U kan ook niet veroordeeld worden.

Zoek je een advocaat om je bij te staan bij een dagvaarding voor het vredegerecht? Ons uniek zoeksysteem helpt je om de meest geschikte advocaat in de buurt te vinden.

Welke zaken?

De vrederechter behandelt slechts een bepaald aantal materies. Deze worden voornamelijk weergegeven in de artikel 590 ev. Ger.W.

Zo is de vrederechter bevoegd voor alle huurzaken in verband met onroerend goed, zowel woninghuur als handelsrecht.
Ook de kleinere geschillen waarbij de grens ligt op 2.500,00 euro tegen particulieren worden door de vrederechter behandeld.

De vrederechter heeft enkel de bevoegdheid over een gerechtelijk kanton. In België zijn er 187 kantons. Wel kan de vrederechter perfect buiten zijn kanton een gerechtelijke opdracht, zoals een plaatsbezoek, uitvoeren.

Vermeldingen in de dagvaarding

In de dagvaarding staat vermeld op verzoek van welke partij het exploot betekend werd en wat de redenen daarvoor zijn en wat gevraagd wordt. Ook staat in de dagvaarding voor welk vredegerecht de zaak wordt opgeroepen en op welke dag en welk tijdstip u aanwezig moet zijn.

Hoe verloopt de zitting

De vrederechter zetelt normaal eenmaal per week in de gewone zitting. De zaken die opgeroepen zullen worden staan ingeschreven op de zittingsrol. De zaken zijn genummerd volgens hun inschrijving op de algemene rol (een combinatie die het dossiernummer, jaartal en A voor algemene rol weergeeft).

Zowel nieuwe als uitgestelde zaken komen op de zittingsrol. Afhankelijk van de gebruiken van het vredegerecht worden de dossiers bij aanvang van de zitting eerst afgeroepen en daarna volgens de anciënniteit van de advocaten behandeld, ofwel onmiddellijk behandeld volgens de zittingsrol.

Bent u in persoon aanwezig, dan bent u best aanwezig vanaf het begin van de zitting. De zaak kan immers bij verstek behandeld worden, indien u niet bij de oproeping verschijnt. Particulieren moeten zich identificeren aan de hand van een geldige identiteitskaart. Als vertegenwoordiger van een rechtspersoon moet u bovendien de statuten aanbrengen waaruit blijkt dat u de rechtspersoon wettelijk kan vertegenwoordigen.

Wordt u vertegenwoordigd door een advocaat dan bent u niet verplicht zich naar het vredegerecht te begeven. In sommige gevallen kan de vrederechter wel de aanwezigheid van de partijen in persoon bevelen.

Het is aangeraden een advocaat te raadplegen wanneer de vordering grondig betwist wordt.

Korte debatten

In de dagvaarding kan vermeld staan dat de toepassing van de korte debatten gevraagd wordt. Dit is het geval wanneer bijvoorbeeld een onderzoeksmaatregel wordt gevraagd of de vordering niet betwist is. Bij korte debatten wordt de zaak op de inleidende zitting zelf, of op een zitting die kort daarna volgt, gepleit. 

Wettelijke bepalingen

Art. 590 Ger.W. De vrederechter neemt kennis van alle vorderingen waarvan het bedrag 2 500 euro niet te boven gaat, behalve die welke de wet aan zijn rechtsmacht onttrekt, inzonderheid de vorderingen bedoeld in de artikelen 569 tot 571, 572bis, 573 574 en 578 tot 583.
Indien daartoe grond bestaat, geeft hij de zaken die ter kennisneming van scheidsrechters staan, uit handen, wanneer een partij de exceptie van onbevoegdheid opwerpt vóór enige andere exceptie of verweer.
De Koning kan het in het eerste lid bepaalde bedrag aanpassen, zonder dat het aangepaste bedrag het hieronder beschreven indexeringsbedrag mag overtreffen.
Als het in het eerste lid bepaalde bedrag wordt aangepast, wordt het aangepaste bedrag ten laatste in de maand november bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Het nieuwe bedrag wordt van kracht op 1 januari van het jaar volgend op de aanpassing ervan en is niet van toepassing op vorderingen die voor die datum zijn ingesteld.
Elke verhoging of verlaging van het indexcijfer brengt een verhoging of verlaging van het indexeringsbedrag met zich mee, overeenkomstig de volgende formule : het nieuwe indexeringsbedrag is gelijk aan het basisbedrag, vermenigvuldigd met het nieuwe indexcijfer en gedeeld door het aanvangsindexcijfer. Het resultaat wordt afgerond tot de hogere euro.
Het indexeringsbedrag wordt berekend rekening houdend met het indexcijfer van de consumptieprijzen van de maand oktober van elk jaar. Het aanvangsindexcijfer is dat van de maand oktober 2013.

Art. 591 Ger.W.(VLAAMSE OVERHEID)

Ongeacht het bedrag van de vordering, neemt de vrederechter kennis:
1° van geschillen betreffende de verhuring van onroerende goederen en van de samenhangende vorderingen die ontstaan uit de verhuring van een handelszaak; van vorderingen tot betaling van vergoedingen voor bewoning van en tot uitzetting uit plaatsen zonder recht betrokken, onverschillig of die vorderingen al dan niet volgen uit een overeenkomst; van alle geschillen betreffende de uitoefening van het recht van voorkoop ten gunste van de huurders van landeigendommen;
2° van geschillen inzake gebruik, genot, onderhoud, behoud of beheer van het gemeenschappelijk goed in geval van medeeigendom;
2°bis van de vorderingen ingesteld op grond van de artikelen 577-9, §§ 2, 3, 4, 6 of 7, 577-10, § 4, en 577-12, vierde lid, van het Burgerlijk Wetboek;
3° van geschillen inzake erfdienstbaarheden en inzake de verplichtingen die de wet aan de eigenaars van aan elkaar grenzende erven oplegt;
4° van geschillen betreffende rechten van overgang;
5° van bezitsvorderingen;
6° van geschillen betreffende de vaststelling van de verplichtingen tot bevloeiing en drooglegging, de vaststelling van de loop der waterleiding en haar afmetingen en vorm, de bouw van de kunstwerken op te richten voor de waterwinning, het onderhoud van die werken, de veranderingen aan reeds bestaande werken, en de vergoedingen verschuldigd aan de eigenaar hetzij van het doorlopen erf, hetzij van het erf waar het water zal lopen, hetzij van datgene waarop de kunstwerken zullen worden opgericht;
7° geschillen als bedoeld in de wet van 20 juli 1971 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging;
8° van alle geschillen betreffende de uitoefening door de burgemeester van het opeisingsrecht inzake leegstaande gebouwen, bedoeld in artikel 134bis van de nieuwe gemeentewet;
9° van alle geschillen betreffende militaire opvorderingen zowel wat het recht op de vergoeding als wat het bedrag ervan betreft;
10° van geschillen betreffende het herstel van mijnschade, en van de geschillen betreffende de vergoeding van de schade, veroorzaakt door het opsporen of het winnen van koolwaterstoffen of door de geologische opslag van koolstofdioxide en betreffende de vergoeding van het genotsverlies ten gevolge van het bezetten van gronden in het kader van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de diepe ondergrond;
11° van geschillen inzake ruilverkaveling van landeigendommen;
12° van geschillen betreffende erfdienstbaarheden van opruiming van struikgewas op gronden langs de spoorwegen;
13° van geschillen wegens schade, door mensen of dieren veroorzaakt aan velden, vruchten en veldvruchten;
14° van de vorderingen ingesteld op grond van de wet van 16 mei 1900 tot wijziging van het erfstelsel voor de kleine nalatenschappen onverminderd de bevoegdheid van de rechtbank van eerste aanleg; hetzelfde geldt voor de vorderingen ingesteld op grond van de wet op de erfregeling inzake landbouwbedrijven met het oog op het bevorderen van de continuïteit;
15° van de vorderingen tot koopvernietiging en de vorderingen tot nietigverklaring op grond van een gebrek van de zaak, bij verkoop of ruiling van dieren;
16° van geschillen betreffende toekenning van uitgesteld loon in land- en tuinbouw;
17° van de vorderingen inzake groefrecht;
18° van geschillen betreffende de verticale integratie in de sector van de dierlijke produktie;
18° van de betwistingen inzake vergoeding van schade bedoeld bij de wet van 10 januari 1977 houdende regeling van de schadeloosstelling voor schade veroorzaakt door het winnen en pompen van grondwater;
19° van de vorderingen inzake vergoeding van schade bedoeld bij artikel 14 van het decreet van 24 januari 1984 houdende maatregelen inzake het grondwaterbeheer;
20° betreffende het herstel van schade bedoeld door het dekreet van de Waalse Gewestraad betreffende het herstellen van schade veroorzaakt door grondwaterwinning en pomping;
21° van de betwistingen inzake kredietovereenkomsten [evenals de verzoeken tot het toestaan van betalingsfaciliteiten en de betwistingen inzake borgtocht bij kredietovereenkomsten], zoals geregeld bij wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet;
22° van alle geschillen betreffende de uitoefening door de minister tot wiens bevoegdheid de Maatschappelijke Integratie behoort, of zijn gemachtigde, van het opeisingsrecht inzake verlaten gebouwen, bedoeld in artikel 74 van de wet van 2 januari 2001 houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen;
23° van geschillen betreffende de erfdienstbaarheden, als vermeld in artikel 4.1.23 van het Energiedecreet van 8 mei 2009;
24° van de vorderingen betreffende de aangelegenheden, vermeld bij artikel 4.1.24 en artikel 4.1.25 van het Energiedecreet van 8 mei 2009.
25° van alle vorderingen betreffende de invordering van een geldsom die zijn ingesteld door een leverancier van elektriciteit, gas, warmte of water of door een persoon die een openbaar elektronisch communicatienetwerk, een omroeptransmissie- of omroepdienst aanbiedt tegen een natuurlijke persoon die geen onderneming is als bedoeld in artikel 573, eerste lid, 1°, omdat deze in gebreke blijft een levering van een nutsvoorziening door de hiervoor vermelde leverancier of persoon te betalen

Art. 592 Ger.W. Wanneer de waarde van de vordering niet bepaald is en deze niet uitsluitend tot de bevoegdheid van de rechtbank van eerste aanleg of de rechtbank van koophandel behoort, kan zij, naar keuze van de eiser, voor de rechtbank van eerste aanleg of de rechtbank van koophandel, naar gelang van het geval, of voor de vrederechter worden gebracht.
Op verzoek van de verweerder verwijst de rechtbank de zaak naar de vrederechter, wanneer de waarde van de vordering kennelijk gelijkwaardig kan worden geacht met een bedrag dat de bevoegdheid van de vrederechter niet te boven gaat.
Op verzoek van de verweerder verwijst de vrederechter de zaak naar de rechtbank van eerste aanleg of de rechtbank van koophandel, naar gelang van het geval, wanneer de waarde van de vordering kennelijk hoger is dan het bedrag waarvoor hij bevoegd is.

Art. 593 Ger.W. De vrederechter neemt kennis van de geschillen over de titel, die in ondergeschikt verband staan met de vorderingen die op geldige wijze voor hem aanhangig zijn.

Art. 594 Ger.W. De vrederechter doet op verzoekschrift uitspraak: (...)

Art. 595 Ger.W. De vrederechter doet uitspraak over de vorderingen die voor hem aanhangig zijn krachtens de wet van 26 juli 1962 betreffende de rechtspleging in geval van uiterst dringende noodzakelijkheid inzake onteigening ten algemenen nutte.

Art. 596 Ger.W. De vrederechter is bevoegd inzake voogdij zoals in boek I van het Burgerlijk Wetboek is voorgeschreven.

Art. 596bis Ger.W. De vrederechter is bevoegd inzake het gerechtelijk beheer va de goederen van een vermoedelijk afwezige, overeenkomstig de artikelen 113 tot 117 van het Burgerlijk Wetboek.

Art. 597 Ger.W. De vrederechter is bevoegd inzake verzegeling en aanstelling van sekwesters in zaken die behoren tot zijn bevoegdheid.

Art. 598 Ger.W. De vrederechter is tegenwoordig :

1° bij verdelingen waarmee het belang gemoeid is van minderjarigen, van beschermde personen die krachtens artikel 492/1 van het Burgerlijk Wetboek onbekwaam werden verklaard, van vermoedelijk afwezigen en van personen die geïnterneerd zijn ingevolge de wet van 21 april 2007 betreffende de internering van personen met een geestesstoornis;
2° indien de vrederechter daartoe beslist, bij openbare verkopingen van onroerende goederen waarmee het belang gemoeid is van minderjarigen, van beschermde personen die krachtens artikel 492/1 van het Burgerlijk Wetboek onbekwaam werden verklaard, van vermoedelijk afwezigen en van personen die geïnterneerd zijn ingevolge de wet van 21 april 2007 betreffende de internering van personen met een geestesstoornis, evenals bij openbare verkopingen van onroerende goederen uit nalatenschappen die onder voorrecht van boedelbeschrijving aanvaard zijn, uit onbeheerde nalatenschappen of uit failliete boedels.
Hij oefent de bevoegdheden uit die bij de artikelen 1192 en 1206 bepaald worden.

Art. 599 Ger.W. De vrederechter kan worden belast met de onderzoeksverrichtingen die de rechterlijke overheid beveelt.

Art. 600 Ger.W. Hij geeft akten van bekendheid af aan degenen die erom verzoeken.


Rechtspraak

  • Een verzoek tot onttrekking van een zaak aan een vrederechter wordt door het Hof afgewezen wanneer de omstandigheden van de zaak, namelijk dat de vrederechter op de terechtzitting de conclusietermijnen en de rechtsdag heeft bepaald, overeenkomstig art. 747, ,§2, Ger. W., dat op de volgende terechtzitting van 6 januari 2004, de plaatsvervangende vrederechter, bij de inleiding van de dagvaarding tot gedwongen tussenkomst, de zaak verdaagd heeft, zonder dat de verzoekende partij, die op de terechtzitting door haar raadsman was vertegenwoordigd, zich daartegen heeft verzet en het feit dat de gemeente op wier grondgebied het rechtscollege gevestigd is waaraan men de zaak wil doen onttrekken, bij de zaak betrokken is, bij verzoekster of bij derden geen gewettigde verdenking kunnen doen ontstaan over de onafhankelijkheid en over de onpartijdigheid van de vrederechter alsook van de plaatsvervangende vrederechters die het vredegerecht vormen.

    Het verzoekschrift tot onttrekking van de zaak aan de rechter wegens gewettigde verdenking dat melding maakt van verwijten aan de griffie, houdt geen verband met de rechter, en is bijgevolg niet ontvankelijk.

     

     

    28/05/2004 - Hof van Cassatie