Hoger beroep



Hoger beroep wordt geregeld onder boek III "rechtsmiddelen" van het gerechtelijk wetboek.

Hoger beroep mogelijk tegen elk vonnis

Art. 1050 is voor het hoger beroep het hoofdartikel en bepaalt:

"In alle zaken kan hoger beroep worden ingesteld zodra het vonnis is uitgesproken, zelfs al is dit een beslissing alvorens recht te doen of een verstekvonnis."

Hoger beroep is dus in principe mogelijk tegen elk vonnis, zelfs al is het een beslissing alvorens recht te doen.

Termijn voor hoger beroep

De termijn om hoger beroep aan te tekenen bedraagt in principe 1 maand.

Art. 1051 Ger.W.: Onder voorbehoud van termijnen die worden voorzien in supranationale en internationale bepalingen, is de termijn om hoger beroep aan te tekenen één maand, te rekenen vanaf de betekening van het vonnis of de kennisgeving ervan overeenkomstig artikel 792, tweede en derde lid.)

De termijn om hoger beroep in te stellen begint dus pas te lopen vanaf:

  • De betekening van het vonnis. De betekening houdt in dat het vonnis ter hand wordt gesteld door een gerechtsdeurwaarder, of het exploot op het officiële adres van de betekende wordt achtergelaten.
  • De kennisgeving ervan overeenkomst art. 792, tweede en derde lid:

"Art. 792. Binnen acht dagen na de uitspraak van het vonnis zendt de griffier bij gewone brief een niet ondertekend afschrift van het vonnis, aan elke partij, of, in voorkomend geval, aan hun advocaten. In afwijking van het vorige lid, voor de zaken opgesomd in artikel 704, (§ 2), (alsook inzake adoptie) brengt de griffier binnen de acht dagen bij gerechtsbrief het vonnis ter kennis van de partijen. Op straffe van nietigheid vermeldt deze kennisgeving de rechtsmiddelen, de termijn binnen welke dit verhaal moet worden ingesteld evenals de benaming en het adres van de rechtsmacht die bevoegd is om er kennis van te nemen. In de gevallen, bepaald in het tweede lid, zendt de griffier een niet-ondertekend afschrift van het vonnis, in voorkomend geval, aan de advocaten van de partijen of aan de afgevaardigden bedoeld in artikel 728, § 3."

De wet voorziet nog een aantal belangrijke uitzonderingen.

Tezelfdertijd loopt te termijn ten aanzien van de partij die het vonnis heeft doen betekenen (art. 1051 2de lid Ger.W.)

Hoger beroep tegen een vonnis alvorens recht te doen

Hoger beroep tegen een vonnis alvorens recht te doen, kan worden ingesteld worden tegelijkertijd als tegen het eindvonnis.

De appelrechter verantwoordt zijn beslissing niet naar recht wanneer hij het hoger beroep tegen een vonnis, waarbij een deskundigenonderzoek wordt bevolen, niet ontvankelijk verklaart, op grond dat de eerste rechter niet definitief over het geschil had beslist. (Cass. 24 juni 1982, Artt. 1050 en 1055 Ger.W.)

Luidens art. 1055 Ger.W. kan tegen een vonnis alvorens recht te doen hoger beroep worden ingesteld nadat het eindvonnis is uitgesproken; dit hoger beroep moet evenwel worden ingesteld tegelijkertijd als het hoger beroep tegen dit eindvonnis; het hoger beroep ingesteld tegen het vonnis alvorens recht te doen na het hoger beroep ingesteld tegen het eindvonnis is, in elk geval, niet ontvankelijk. (Cass. 22 april 1983)

Hoger beroep tegen een vonnis waarbij de rechter zich bevoegd of onbevoegd verklaart, is slechts mogelijk nadat de rechter die zich bevoegd heeft verklaard of de als bevoegd aangewezen rechter een eindvonnis heeft gewezen over de ontvankelijkheid en/of de gegrondheid van de vordering. (cass. 6 maart 2006, AR S050113N; cass. 24 juni 2005, AR S040150N)

De rechter die een vordering ontvankelijk verklaart, maar zich vervolgens onbevoegd verklaart en de zaak verwijst naar een andere rechter beperkt zich niet tot een beslissing over zijn bevoegdheid. Zo een beslissing is onmiddellijk vatbaar voor hoger beroep. (cfr. Cass. 24 juni 2005, S040150N)

Indien het vonnis een eindbeslissing treft en de rechtsmacht op een bepaald punt wordt uitgeput, zoals bijvoorbeeld het ontvankelijk verklaren van de vordering, kan daartegen nog hoger beroep ingesteld worden nadat een beslissing is gewezen over het hoger beroep tegen het eindvonnis