Nieuwe rolrechten vanaf 1 juni



Verhoging rolrechten

Vanaf morgen 1 juni komen de nieuwe rolrechten in voege.

Het koninklijk besluit van 12 mei 2015 in uitvoering van de wet van 28 april 2015 tot hervorming van de griffierechten werd in het Belgisch Staatsblad van 26 mei 2015 gepubliceerd.

Het kan niet anders dan vastgesteld worden dat dit de zoveelste verhoging van de gerechtskosten betekent.

Enkel de (reeds overbelaste) familierechtbanken worden "gespaard". Daar wordt een flatfee van 100 EUR ingevoerd. Het algemeen rolrecht van 100 euro zal gelden ongeacht de waarde van de vordering en ongeacht het aantal eisende partijen.

Voor de nieuwe tarieven verwijzen we naar onze algemene pagina tarieven rolrechten.

Pro-fiscoverklaring

De hervorming leidt ertoe dat bij iedere rolstelling een pro-fiscoverklaring dient gevoegd te worden.

Een spoedprocedure was hiertoe nodig, omdat de invoering van de nieuwe rolrechten reeds voorzien was op 1 januari 2015.

Thans is het Koninklijk besluit met verzoek tot spoedbehandeling gepubliceerd en is het model voor de Pro-fiscoverklaring gekend.

De geschatte waarde van het geschil zal moeten bepaald worden overeenkomst art. 557 Ger.W. dat stipuleert:

Art. 557. Wanneer het bedrag van de vordering de volstrekte bevoegdheid bepaalt, wordt er onder verstaan de som die in de inleidende akte wordt geëist, met uitsluiting van de gerechtelijke interest en van alle gerechtskosten alsook van de dwangsommen.

 

De wetgever geeft hier opnieuw weinig blijk van kennis van het gerechtelijk recht. Art. 557 omvat immers geen enkele notie van een geschatte waarde en deze is ook niet van belang voor de bepaling van de materiële bevoegdheid. Nergens in het gerechtelijk wetboek is overigens sprake van een geschatte waarde. Enkel de eis zoals geformuleerd in het gedinginleidende document is bepalend voor de volstrekte bevoegdheid.

Het is vooralsnog onduidelijk hoe het begrip "geschatte waarde" verder moet geïnterpreteerd worden om de exacte rolrechten te bepalen en wie dit zal controleren of nog wat de sancties zijn op het bewust onderwaarderen, provisioneel of niet-waarderen van de vordering.

Circulaire nr. 2/2015

De fiscus zat inmiddels evenmin stil en publiceerde de circulaire nr. 2/2015 om de invoering van de nieuwe rolrechten te verduidelijken.

Tot grote verbazing wordt thans het rolrecht dat door natuurlijke personen of rechtspersonen verschuldigd is, berekend per eisende partij.

Concreet betekent dit dat meerdere procespartijen elk afzonderlijk een rolrecht zullen moeten betalen, daar waar dit vroeger slechts 1 enkele keer was.

De gevolgen van de verhoging van de rolrechten wordt daardoor nog verstrekkender. 

Dit was voor de wetgever nog niet genoeg. In geval van hoger beroep is bij een hoofdelijke veroordeling het rolrecht door iedere "eisende" partij verschuldigd op de volledige vordering.

Toetsing van de wettelijkheid

De grondwet waarborgt het recht op juridische bijstand voor iedere burger. Daarenboven heeft het Hof van Justitie meermaals gewezen op het recht op toegang tot een rechter, hetwelk voortvloeit uit art. 6 EVRM.

De ingevoerde verhogingen strekken niet tot een verbetering van het gerechtelijk apparaat. Integendeel, de besparingen worden verder doorgevoerd, terwijl er nu reeds ruim onvoldoende middelen zijn.

Het ontraden van de burger om zijn of haar rechten te vrijwaren voor een onafhankelijke en onpartijdige rechter, om zuiver budgettaire redenen, is volledig in tegenstrijd met de principes van een rechtstaat, en daardoor komt de vrijwaring van deze basisrechten verder op de heling te staan.

Het OVB kondigde reeds aan zich te beraden over het aanhangig maken van een wettelijkheidstoets van de ingevoerde bepalingen.

Ook rechters en griffiers zijn gekant tegen het nieuwe systeem dat onduidelijk is en praktisch niet werkbaar. De rolrechten zijn een onontwarbaar kluwen geworden. Bovendien stellen de rechters en griffiers vast dat de drempel om een zaak te starten voor sommige mensen te hoog is.

Documenten

Wet tot wijziging van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten teneinde de griffierechten te hervormen

Het Koninklijk besluit tot vaststelling van het model van pro-fiscoverklaring bedoeld in artikel 2691 van het Wetboek der registratie, hypotheek- en griffierechten en tot bepaling van de datum van inwerkingtreding van de wet van 28 april 2015 tot wijziging van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten teneinde de griffierechten te hervormen

Circulaire nr. 2/2015