Nieuwe tussenvordering



Wanneer is er sprake van een nieuwe vordering

Een nieuwe vordering wordt ingesteld, wanneer deze verschilt van deze die werden geformuleerd bij de gedinginleidende akte.

Artikel 807 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt :

"Een vordering die voor de rechter aanhangig is, kan uitgebreid of gewijzigd worden, indien de nieuwe, op tegenspraak genomen conclusies, berusten op een feit of akte in de dagvaarding aangevoerd, zelfs indien hun juridische omschrijving verschillend is."

Tussenvorderingen

Een tussenvordering wordt in de regel ingesteld bij conclusie tussen de partijen die al in het geding zijn.

Art. 808. In elke stand van het geding, zelfs bij verstek, kunnen de partijen de interesten, rentetermijnen, huurgelden en elk toebehoren, sedert de instelling van de vordering verschuldigd of vervallen, vorderen en zelfs de later bewezen verhogingen of schadevergoedingen, onverminderd de geldsommen bij schuldvergelijking verschuldigd.

Art. 809. Tussen de partijen in het geding worden de tussenvorderingen ingesteld bij conclusies, die ter griffie worden neergelegd en aan de overige partijen overgelegd zoals bepaald is in de artikelen 742 tot 746.

Art. 810. Indien de tegenvordering de berechting van de hoofdvordering te zeer zou kunnen vertragen, worden de twee vorderingen afzonderlijk berecht.


Rechtspraak

  • Berust niet op een handeling aangevoerd in de dagvaarding, die gebaseerd was op een verzekeringsovereenkomst op grond waarvan schadeloosstelling gevorderd werd van een ongeval, de uitbreiding van de vordering strekkende tot de schadeloosstelling van een later ongeval dat geen verband hield met het eerste.

    08/01/1998 - Hof van Cassatie
  • Wanneer de rechter beslist dat de pachtovereenkomst ten nadele van de verhuurders wordt ontbonden omdat bij het sluiten van de overeenkomst het verpachte door een niet zichtbaar gebrek was aangetast, terwijl de pachters enkel gevorderd hebben dat de pacht zou worden ontbonden wegens niet-nakoming van de onderhoudsverplichting, wijzigt hij de oorzaak van de vordering. ( Artt. 702 en 807 Gerechtelijk Wetboek. )

    Zie Cass., 4 mei 1972 ( A.C., 1972, blz. 824 ) met de conclusie van het O.M.Noot bij de andersluidende conclusie van de heer advocaat-generaal Duchatelet, Cass., 10 januari 1980 ( Bull. en Pas., 1980, I, blz. 541 ).

    10/01/1980 - Hof van Cassatie
  • Wanneer de rechter kennis neemt van een vordering tot nietigverklaring, wegens benadeling voor meer dan een vierde van een ouderlijke boedelverdeling, is een nieuwe vordering bij een nieuwe op tegenspraak genomen conclusie, strekkende tot nietigverklaring van de ouderlijke boedelverdeling wegens gebrek aan toestemming, slechts ontvankelijk als het feit, waaruit het gebrek aan toestemming was afgeleid, in de dagvaarding was aangevoerd . (Art. 807 Ger. W.)

    (1) Raadpl. Cass., 3 nov. 1972 (A.C., 1973, 219), 26 mei 1976 (ibid., 1976, 1067) en 10 april 1978 (ibid., 1978, 917); noot get. R.H. onder Cass., 21 feb. 1946 (Bull. en Pas., 1946, I, 79); CH.VAN REEPINGHEN, Verslag Gerechtelijke Hervorming, I, blz. 326 tot 334;

    23/11/1978 - Hof van Cassatie
  • Vermits de oorspronkelijke eiser het geding heeft ingesteld, heeft hij immers alle vrijheid gehad de omvang ervan in de gedinginleidende akte te bepalen. Overigens belet niets de oorspronkelijke eiser, indien hij niet in de voorwaarden verkeert om de oorspronkelijke vordering te wijzigen, afzonderlijk een nieuwe vordering in te stellen en de nieuwe feiten of handelingen aan te voeren waarop zijn nieuwe aanspraken berusten.

    10/05/2007 - Grondwettelijk Hof