Recht van verdediging



Het recht van verdediging strekt zich uit tot alle rechtsplegingen en is dus een algemeen rechtsprincipe.


Rechtspraak

  • Bovendien geeft een eventuele onregelmatigheid in de uitvoering van het deskundigenonderzoek en / of een eventueel verzuim in hoofde van de aangestelde deskundige om de rechten van verdediging en het tegensprekelijk karakter van het onderzoek in acht te nemen, niet zonder meer aanleiding tot de wering van zijn bevindingen of tot enige nietigheid van het gevoerde onderzoek.

    Wanneer een deskundigenonderzoek gebeurt met miskenning van de regels die de rechten van verdediging en het tegensprekelijk karakter van het onderzoek waarborgen, kan daaruit niet worden afgeleid dat de zaak niet eerlijk werd behandeld, als de partijen voor het rechtscollege, dat ten gronde uitspraak moet doen, de mogelijkheid hebben het deskundigenonderzoek te betwisten, niet enkel wat betreft de aangevoerde onregelmatigheden, doch ook betreffende de vaststellingen en besluiten van de deskundige .

    Het staat aan de rechter om te oordelen of, volgens de concrete omstandigheden van het geval, een eventueel verzuim van de deskundige een partij belet heeft haar recht van verdediging uit te oefenen en om, in voortkomend geval, te beslissen hoe dat verholpen moet worden .

    Te dezen is er geen aanleiding om, ingaande op de vordering van appellanten, het verslag van de deskundige M. uit de debatten te weren. Appellanten hebben de gelegenheid gehad om na voorverslag hun opmerkingen te formuleren. Het mededelen van een tweede voorverslag was geen vereiste voor de waarborg van de rechten van appellanten.

    23/06/2009 - Hof van Beroep Brussel
  • Het door artikel 6.1 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijke behandeling van de zaak vereist dat de beslissing die ter gelegenheid van de regeling van de rechtspleging een einde stelt aan de strafvordering de voornaamste redenen vermeldt tot staving van die beslissing, ongeacht of er een conclusie is ingediend. De burgerlijke partij moet in staat zijn die beslissing te begrijpen. recht op een eerlijke behandeling van de zaak vereist dat de beslissing die ter gelegenheid van de regeling van de rechtspleging een einde stelt aan de strafvordering de voornaamste redenen ver-meldt tot staving van die beslissing, ongeacht of er een conclusie is ingediend. De burgerlijke partij moet in staat zijn die beslissing te begrijpen.

    03/03/2015 - Hof van Cassatie
  • Het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging wordt niet miskend wanneer de rechter zijn beslissing steunt op elementen waarvan de partijen, gelet op het verloop van het debat, mochten verwachten dat de rechter ze in zijn oordeel zou betrekken en waarover ze, bijgevolg, tegenspraak hebben kunnen voeren. Zie ook Cass. 29 september 2011, AR C.10.0349.N, AC 2011, nr. 514.

    02/03/2015 - Hof van Cassatie
  • Ten gevolge van de wijziging van artikel 838 van het Gerechtelijk Wetboek door de wet van 12 maart 1998 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter, behoort de beoordeling van de wrakingsgronden niet meer tot de rechtsinstantie waarvan een van de leden gewraakt wordt, maar tot de onmiddellijk hogere rechtsinstantie. Die bepaling, die het recht van verdediging betreft, heeft een algemene strekking en is, in beginsel, van toepassing op alle tuchtprocedures. Zie ook Cass. 24 februari 2000, AR C.00.0064.N, AC 2000, nr. 141.

    Het Hof van Cassatie is bevoegd om kennis te nemen van de wraking die gericht tegen een lid van een raad van beroep van de Orde van geneesheren.

    De prejudiciƫle vraag die het daarin gelaakte onderscheid niet toeschrijft aan de wet maar aan de rechtspraak, dient niet aan het Grondwettelijk Hof te worden gesteld.

    Artikel 836, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek sluit niet uit dat de schriftelijke verklaring van de gewraakte rechter gedaan wordt op een bij de wrakingsakte gevoegd stuk.

    De magistraat van wie een partij de wraking vordert en die zijn verklaring onderaan de wrakingsakte stelt, wordt geen partij bij de wrakingsprocedure in de zin van artikel 838, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek en dient dus geenszins te worden opgeroepen op de zitting waarop de wraking zal worden beoordeeld. Zie ook Cass. 15 juni 1999, AR P.99.0841.N, AC 1999, nr. 361.

    De wrakingsprocedure wordt op tegenspraak gevoerd, zowel ten aanzien van de partij die de wraking vordert als ten aanzien van de andere partijen in het hoofdgeding, die op de zitting moeten worden opgeroepen om in hun opmerkingen te worden gehoord. Zie ook Cass. 28 oktober 2005, AR C.04.0264.F, AC 2005, nr. 548.

    Het staat niet aan het Hof om, bij het beoordelen van een nieuwe vordering tot wraking, kennis te nemen van grieven tegen de arresten die het gewezen heeft op andere vorderingen tot wraking die al eerder zijn gericht tegen dezelfde magistraat in hetzelfde hoofdgeding.

    Uit artikel 842 van het Gerechtelijk Wetboek, dat geen onderscheid maakt al naargelang de eerdere vordering niet-ontvankelijk dan wel ongegrond werd verklaard, volgt dat een nieuwe vordering tot wraking niet ontvankelijk is indien zij dezelfde feiten als de vorige vordering aanvoert.

    Er bestaat geen grond tot wraking indien de rechter zich ertoe heeft beperkt de uitspraak van de beslissing te verwijzen naar een latere zitting, omdat de eiser een nieuwe vordering tot wraking tegen hem heeft ingesteld.

    12/02/2015 - Hof van Cassatie
  • Noch artikel 6.1 en 6.3.c EVRM of artikel 14.1 en 14.3.d IVBPR, noch het recht op een eerlijk proces of het recht van verdediging verlenen een recht op bijstand van een advocaat aan een persoon die, voorafgaand aan enige vervolging, met betrekking tot strafbare feiten die hij zou hebben gepleegd, een verklaring aflegt tegenover een benadeelde van die feiten.

    20/01/2015 - Hof van Cassatie
  • Wanneer in strafzaken een beklaagde ter rechtszitting tijdens de vordering van het openbaar ministerie en het pleidooi van de burgerlijke partij aanwezig is of er door zijn raadsman wordt vertegenwoordigd en de gelegenheid heeft zijn excepties en verweermiddelen aan te voeren, is de beslissing op tegenspraak gewezen.

    13/01/2015 - Hof van Cassatie
  • Het arrest oordeelt dat eiser een fout heeft begaan in oorzakelijk verband met de door hem geleden schade door niet uiterst rechts van de rijbaan te hebben gereden;

    Dit doen, zonder de heropening van het debat te bevelen teneinde eiser toe te laten zich op deze concrete fout te verdedigen, heeft het arrest eisers recht van verdediging miskent.

    12/02/2002 - Hof van Cassatie