Schending briefgeheim



Het principe van de onschendbaarheid van het briefgeheim

Het briefgeheim zit diep verankerd in de juridische basisteksten.

Art. 29 van de Grondwet bepaalt dat het briefgeheim onschendbaar is enkel de wet kan bepalen welke personen verantwoordelijk kunnen zijn voor de schending van dit geheim.

Ook het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens stipuleert onder artikel 8.1. dat eenieder recht heeft op eerbiediging van de briefwisseling en dit net zoals het privéleven, gezinsleven en de woning.

Dit illustreert hoe verregaand het principe van de onschendbaarheid van het briefgeheim beschermd wordt.

Net zoals andere grondrechten is ook het briefgeheim geen absoluut recht en kan een inmenging door het openbaar gezag toelaten, maar enkel voor zover dit in een democratische samenleving nodig is voor de veiligheid, het welzijn en de bescherming van de openbare orde, goede zeden of rechten en vrijheden van anderen.

In het wetboek van strafvordering bestonden geen bijzondere bepalingen voor de onderschepping, opening en kennisname van post. Bij gebreke aan specifieke bepalingen, golden de algemene regels met betrekking tot de beslagname en de opsporing.

Door de wet van 6 januari 2003 werden enkele onderzoeksmethoden ingevoerd waaronder het onderscheppen en openen van post, zodat een specifieke wettelijke basis werd gecreëerd.

Toegelaten onderschepping van post

Wanneer er ernstige aanwijzingen bestaan kan het Openbaar Ministerie post onderscheppen en in beslag nemen bij de postoperator, wanneer er ernstige aanwijzingen bestaan dat er strafbare feiten zijn gepleegd die een hoofdgevangenisstraf van 1 jaar of meer rechtvaardigen.

Onder post wordt verstaan:

- De postzending: dit is een "geadresseerde zending in de definitieve vorm".

- De brievenpost, m.n. "een op enigerlei fysieke drager aangebrachte schriftelijke mededeling die wordt vervoerd en besteld op het door de afzender op de zending zelf of op de omslag daarvan vermelde adres".

Het gaat om fysieke briefwisseling, waaronder ook aangetekende zendingen vallen.

E-mail, elektronisch bezorgde post, valt onder de bijzondere regeling van art. 90ter Sv.

Opening van post

Enkel en alleen de onderzoeksrechter kan de door politiediensten onderschepte en in beslag genomen post openen en de inhoud hiervan consulteren.

De enige uitzondering hierop betreft de ontdekking op heterdaad waar ook de procureur des Konings de schending van het briefgeheim kan opheffen en kennis kan nemen van de inhoud.

Ook kan de opening van post voorwerp uitmaken van de zogeheten mini-instructie.

Wettelijke bepalingen

Art. 35 Sv. § 1.) De procureur des Konings neemt alles in beslag wat een van de (in de artikelen 42 en 43quater) van het Strafwetboek bedoelde zaken schijnt uit te maken en alles wat dienen kan om de waarheid aan de dag te brengen; hij vraagt de verdachte zich te verklaren omtrent de in beslag genomen voorwerpen, die hem vertoond zullen worden; van een en ander maakt hij een proces-verbaal op, dat ondertekend wordt door de verdachte, of ingeval deze weigert, wordt daarvan melding gemaakt. 

Art. 46ter Sv. § 1. Bij het opsporen van de misdaden en wanbedrijven kan de procureur des Konings aan een postoperator toevertrouwde post, bestemd voor of afkomstig van een verdachte of die op hem betrekking heeft, onderscheppen en in beslag nemen, wanneer er ernstige aanwijzingen zijn dat de strafbare feiten een correctionele hoofdgevangenisstraf van een jaar of een zwaardere straf tot gevolg kunnen hebben.
Indien deze maatregel zich situeert in het proactieve onderzoek zoals omschreven in artikel 28bis, § 2, gaat de procureur des Konings na of aan de bijzondere voorwaarden omschreven in dit artikel voldaan is.
Indien de procureur des Konings van oordeel is de inbeslagneming niet te moeten handhaven, geeft hij de stukken onverwijld aan de postoperator voor verdere verzending terug. In het andere geval wordt gehandeld overeenkomstig de artikelen 35 tot 39.
Het begrip " post " in de zin van dit artikel dient te worden verstaan zoals het gedefinieerd is in artikel 131, 6°, 7° en 11°, van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.
§ 2. De procureur des Konings kan, bij een schriftelijke en met redenen omklede beslissing de medewerking van een postoperator vorderen teneinde de maatregel bepaald in § 1 mogelijk te maken. De postoperator is gehouden zijn medewerking onverwijld te verlenen.
Hij bepaalt in zijn beslissing de duur van de maatregel beoogd in de vorige paragraaf.
Iedere persoon die uit hoofde van zijn bediening kennis krijgt van de maatregel of daaraan zijn medewerking verleent, is tot geheimhouding verplicht. Iedere schending van het geheim wordt gestraft overeenkomstig artikel 458 van het Strafwetboek.
Iedere persoon die zijn medewerking weigert aan de vorderingen bedoeld in dit artikel, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en met geldboete van zesentwintig EUR tot tienduizend EUR of met een van die straffen alleen.

Art. 87 Sv. De onderzoeksrechter zal desgevorderd en kan zelfs ambtshalve zich naar de woning van de verdachte begeven om er de papieren, de zaken en in het algemeen alle voorwerpen op te sporen, die kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen.

Art. 88 Sv. De onderzoeksrechter kan zich eveneens begeven naar de andere plaatsen waar hij vermoedt dat men de in het vorige artikel bedoelde voorwerpen verborgen heeft.

Art. 88sexies Sv. § 1. In het kader van de uitoefening van de maatregel voorzien bij artikel 46ter, is alleen de onderzoeksrechter gemachtigd onderschepte en in beslag genomen post te openen en kennis te nemen van de inhoud ervan.
In geval van ontdekking op heterdaad kan de procureur des Konings eveneens deze bevoegdheid uitoefenen.
Deze maatregel kan sléchts betrekking hebben op de post van een advocaat of een arts, wanneer deze er zelf van verdacht worden één van de strafbare feiten bedoeld in artikel 46ter, § 1, eerste lid, gepleegd te hebben. Deze maatregel kan niet ten uitvoer worden gelegd zonder dat de stafhouder of de vertegenwoordiger van de provinciale orde van geneesheren ervan op de hoogte is.
§ 2. Indien de onderzoeksrechter van oordeel is de inbeslagneming niet te moeten handhaven, geeft hij de stukken onverwijld aan de postoperator voor verdere verzending terug. In het andere geval wordt gehandeld overeenkomstig de artikelen 87 tot 90.

Wet van 6 januari 2003 betreffende de bijzondere opsporingsmethoden en enige andere onderzoeksmethoden