Schending openbare orde leidt niet altijd tot nietigheid



Geen ongeoorloofd voorwerp

In een recent arrest moest het Hof van Cassatie zich uitspreken over de ingeroepen nietigheid van een financiële overeenkomst ingevolge het niet identificeren van de personen die ten gevolge van de overeenkomst zouden optreden conform de wet van 11 januari 1993 tot bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.

De bepalingen van deze wet zijn immers van openbare orde en voornamelijk toepasselijk op financiële instellingen en andere tussenpersonen.

Conform art. 1108 BW zijn de volgende voorwaarden vereist voor een geldige overeenkomst:

1. De toestemming van de partij die zich verbindt;

2. Haar bekwaamheid om contracten aan te gaan;

3. Een bepaald voorwerp als inhoud van de verbintenis;

4. Een geoorloofde oorzaak van verbintenis.

In de uitspraak van 30 januari 2015 preciseerde het Hof dat de loutere schending van een bepaling van openbare orde niet tot de nietigheid van de overeenkomst leidt, wanneer deze niet tot gevolg heeft dat het voorwerp van de overeenkomst ongeoorloofd wordt.

Bronnen

Wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme

Uitspraak

TANK OPSLAG VERBEKE nv, met zetel te 2620 Hemiksem, Terlochtweg 60-64,

eiseres,

BELFIUS BANK nv, met zetel te 1000 Brussel, Pachecolaan 44,
verweerster,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 16 december 2013.
Afdelingsvoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL
De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest gehecht is, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
1. De eiseres voert aan dat de tussen de door de eiseres op 29 september 2008 met de verweerster gesloten financiële overeenkomst ("IRS-SWAP") nietig is om-dat de verweerster is tekort gekomen aan de verplichting die om krachtens het toenmalige artikel 4 van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, dat van openbare orde is, de personen te identificeren en hun identiteit te controleren die namens de eiseres zijn opgetreden en dat de latere bekrachtiging van de overeenkomst door de eiseres geen gevolg kan hebben gelet op het bepaalde in artikel 1338 Burgerlijk Wetboek.

2. Krachtens de artikelen 6 en 1108 Burgerlijk Wetboek is een overeenkomst met een ongeoorloofd voorwerp nietig. Een overeenkomst heeft een ongeoorloofd voorwerp indien zij verplicht tot een prestatie die door een wet van openbare orde verboden is of in strijd is met de goede zeden.

3. Behoudens andersluidende wettelijke bepalingen heeft de overtreding bij de totstandkoming van de overeenkomst van een regel die de openbare orde aanbelangt, in beginsel slechts de nietigheid van de overeenkomst tot gevolg wanneer deze overtreding tot gevolg heeft dat het voorwerp van de overeenkomst ongeoorloofd is.
Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht.

Dictum
Het Hof,
Verwerpt het cassatieberoep.
Veroordeelt de eiseres tot de kosten.