Valsheid in informatica



Door het invoeren van o.a. de elektronische handtekening en de verdere opgang van de digitalisering was een wettelijke ingreep nodig om het bijzonder statuut van informaticacriminaliteit op te nemen in het strafwetboek.

Dit gebeurde middels de wet van 28 november 2000 inzake informaticacriminaliteit die diverse nieuwe bepalingen aan het Strafwetboek toevoegde.

De bestaande regelgeving inzake valsheid in geschrifte was onvoldoende toereikend. 

Sedertdien wordt valsheid in informatica bestraft door art. 210bis Sw. Van valsheid in informatica wordt gesproken wanneer elektronische gegevens door middel van informatica gewijzigd wordt zodat de juridische draagwijdte van deze gegevens verandert.

Toepassingsgevallen zijn o.a. het vervalsen van kredietkaarten, digitale betalingsmiddelen, elektronische handtekeningen, ...

Art. 210bis Sw. § 1. Hij die valsheid pleegt, door gegevens die worden opgeslagen, verwerkt of overgedragen door middel van een informaticasysteem, in te voeren in een informaticasysteem, te wijzigen, te wissen of met enig ander technologisch middel de mogelijke aanwending van gegevens in een informaticasysteem te veranderen, waardoor de juridische draagwijdte van dergelijke gegevens verandert, wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot honderdduizend euro of met een van die straffen alleen.

§ 2. Hij die, terwijl hij weet dat aldus verkregen gegevens vals zijn, hiervan gebruik maakt, wordt gestraft alsof hij de dader van de valsheid was.

§ 3. Poging tot het plegen van het misdrijf, bedoeld in § 1, wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot vijftigduizend euro of met een van die straffen alleen. 

§ 4. De straffen bepaald in de §§ 1 tot 3 worden verdubbeld indien een overtreding van een van die bepalingen wordt begaan binnen vijf jaar na de uitspraak houdende veroordeling wegens een van die strafbare feiten of wegens een van de strafbare feiten bedoeld in de artikelen 259bis, 314bis, 504quater of in titel IXbis.