Verzet tegen verstekvonnis



Verstek in burgerlijke zaken

Verstek wordt verleend wanneer één van de partijen niet op de zitting verschijnt en tegen haar verstek wordt gevorderd. Deze kwestie wordt geregeld door de artt. 802-806 Ger.W.:

HOOFDSTUK III. _ Behandeling en berechting bij verstek.

Art. 802. Indien een van de partijen niet op de inleidende zitting verschijnt, kan op die zitting tegen haar verstek worden gevorderd.

Art. 803. De niet verschenen partij tegen wie op de inleidende zitting geen verstek is gevorderd, wordt op schriftelijk verzoek van de tegenpartij, door de griffier bij gerechtsbrief opgeroepen ter zitting waartoe de zaak is verdaagd of waarop zij achteraf is bepaald.

Art. 804. Indien een van de partijen niet verschijnt op de zitting waarop de zaak is bepaald of waartoe zij is verdaagd, kan tegen haar vonnis bij verstek worden gevorderd.
De rechtspleging is evenwel op tegenspraak ten aanzien van de partij die is verschenen overeenkomstig artikel 728 of 729 en ter griffie of ter zitting conclusies heeft neergelegd.

Art. 805. Het verstekvonnis mag niet worden uitgesproken vóór het einde van de zitting waarop het verstek is vastgesteld en voor zover dit verstek voordien niet gezuiverd is.
Het verstek zal gezuiverd zijn en het geding voortgezet worden op tegenspraak, indien de partijen dit samen verzoeken tijdens de zitting waarop het verstek is gevorderd.

Art. 806. Het verstekvonnis moet binnen een jaar betekend worden, anders wordt het als niet bestaande beschouwd.

Verstekvonnis kan dus dan verleend worden:

- hetzij onmiddellijk op de inleidende zitting;

- hetzij op iedere latere zitting waarnaar de zaak is uitgesteld, indien tegen de desbetreffende partij reeds verstek werd gevorderd op de inleidende zitting;

Indien geen verstek gevorderd werd op de inleidende zitting dient gehandeld te worden volgens art. 803 Ger.W.

Zuivering van het verstek voor het einde van de zitting

Volgens art. 805 Ger.W. kan het verstek pas uitgesproken worden op het einde van de zitting. Dit zorgt vaak voor praktische problemen, aangezien de ingeleide zaken vaak eerst worden opgeroepen. Daarom wordt veelal een praktische houding gehanteerd, hoewel niet strikt wettelijk, waarbij onmiddellijk verstek wordt verleend en dit enkel nog kan gezuiverd worden mits toestemming van de verstekvragende partij.

Betekening van het verstekvonnis

Het verstekvonnis moest binnen het jaar betekend worden. De wetgever gaf vroeger aldus slechts een voorwaardelijke uitwerking aan het verstekvonnis. De rechter kon in dat geval immers slechts op de gegevens verstrekt door de eisende partij voortgaan. Hoewel strikt wettelijk niet voorzien toetsten evenwel sommige Rechtbanken ook de eis op verstek op de gegrondheid. Dit behoort inmiddels tot het verleden, het verstekvonnis blijft geldig, ook na 1 jaar.

Termijnen

De termijn om op te komen tegen een verstekvonnis bedraagt exact 1 maand. Deze termijn wordt wel berekend volgens de algemene regels van het gerechtelijk wetboek, namelijk deze van de artt. 48-57:

HOOFDSTUK VIII. _ Termijnen.

Art. 48. Tenzij de wet anders bepaalt, zijn de termijnen voor het verrichten van de proceshandelingen onderworpen aan de regels van dit hoofdstuk.

Art. 49. De wet bepaalt de termijnen. De rechter mag ze enkel vaststellen indien de wet hem dit veroorlooft.

Art. 50. De termijnen, op straffe van verval gesteld, mogen niet worden verkort of verlengd, zelfs met instemming van partijen, tenzij dat verval gedekt is onder de omstandigheden bij de wet bepaald.
(Indien de termijn van hoger beroep of verzet voorzien (in de artikelen 1048 en 1051 en 1253quater, c) en d)) binnen de gerechtelijke vakantie begint te lopen en ook verstrijkt, wordt hij verlengd tot de vijftiende dag van het nieuw gerechtelijk jaar.) 

Art. 51. De rechter kan termijnen die niet op straffe van verval zijn bepaald, voor hun vervaltijd verkorten of verlengen. Tenzij de wet anders bepaalt, mag de verlenging niet langer zijn dan de oorspronkelijke termijn en nadien mag geen verlenging meer worden toegestaan behalve om gewichtige redenen en bij een met redenen omklede beslissing.

Art. 52. De termijn wordt gerekend van middernacht tot middernacht. Hij wordt gerekend vanaf de dag na die van de akte of van de gebeurtenis die hem doet ingaan en omvat alle dagen, ook de zaterdag, de zondag en de wettelijke feestdagen.
Tenzij een handeling elektronisch wordt uitgevoerd, kan zij alleen op geldige wijze ter griffie worden verricht op de dagen en uren waarop de griffie toegankelijk moet zijn voor het publiek.
Ingeval een handeling niet ter griffie kon worden verricht binnen de, zelfs op straffe van nietigheid of van verval voorgeschreven termijnen, wegens het disfunctioneren van het Phenix-systeem, is deze evenwel geldig indien zij op papier of elektronisch is verricht op de dag na de laatste dag van de termijn. Ingeval het reëel karakter en de duur van het disfunctioneren worden betwist, wordt gehandeld overeenkomstig artikel 882bis.
De in het derde lid bedoelde verlenging van de termijn is in elk geval van toepassing indien het disfunctioneren optreedt op de laatste dag van de termijn.

Art. 53. De vervaldag is in de termijn begrepen.
Is die dag echter een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag verplaatst op de eerstvolgende werkdag.

Art. 53bis. Ten aanzien van de geadresseerde, en tenzij de wet anders bepaalt, worden de termijnen die beginnen te lopen vanaf een kennisgeving op een papieren drager berekend :
1° wanneer de kennisgeving is gebeurd bij gerechtsbrief of bij een ter post aangetekende brief met ontvangstbewijs, vanaf de eerste dag die volgt op deze waarop de brief aangeboden werd op de woonplaats van de geadresseerde of, in voorkomend geval, op zijn verblijfplaats of gekozen woonplaats;
2° wanneer de kennisgeving is gebeurd bij aangetekende brief of bij gewone brief, vanaf de derde werkdag die volgt op die waarop de brief aan de postdiensten overhandigd werd, tenzij de geadresseerde het tegendeel bewijst;
[1 3° wanneer de kennisgeving is gebeurd tegen gedagtekend ontvangstbewijs, vanaf de eerste dag die erop volgt.]

Art. 54. Een in maanden of in jaren bepaalde termijn wordt gerekend van de zoveelste tot de dag vóór de zoveelste.

Art. 55. Wanneer de wet bepaalt dat ten aanzien van de partij die in België noch woonplaats, noch verblijfplaats, noch gekozen woonplaats heeft, de termijnen die haar verleend werden dienen verlengd te worden, dan bedraagt die verlenging:
1° vijftien dagen, wanneer de partij in een aangrenzend land of in het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië verblijft;
2° dertig dagen, wanneer zij in een ander land van Europa verblijft;
3° tachtig dagen, wanneer zij in een ander werelddeel verblijft.

Art. 56. Het overlijden van de partij schorst het verloop van de termijn die haar was verleend om in verzet, hoger beroep of cassatie te komen.
Deze termijn begint eerst opnieuw te lopen na een nieuwe betekening van de beslissing aan de woonplaats van de overledene, en te rekenen van het verstrijken van de termijnen om een boedelbeschrijving op te maken en zich te beraden, indien de beslissing betekend is vóór het verstrijken van de termijnen.
Deze betekening kan aan de erfgenamen gezamenlijk worden gedaan, zonder opgave van hun naam en hoedanigheid. Iedere betrokkene kan nochtans van het verval wegens verstrijken van de voorzieningstermijn worden vrijgesteld, indien blijkt dat hij van de betekening geen kennis heeft gekregen.

Art. 57.Tenzij de wet anders bepaalt, begint de termijn voor verzet, hoger beroep en voorziening in cassatie bij de betekening van de beslissing aan de persoon of aan de woonplaats, (of, bij voorkomend geval, vanaf de afgifte of het achterlaten van het afschrift [1 zoals vastgesteld is in de artikelen 38 en 40]1). 
Ten aanzien van degenen die in België noch woonplaats, noch verblijfplaats, noch gekozen woonplaats hebben en ingeval de kennisgeving niet aan de persoon is gedaan, begint de termijn bij de afgifte van een afschrift van het exploot aan de post of in voorkomend geval aan de procureur des Konings.
Tegen onbekwamen begint de termijn eerst bij de betekening van de beslissing aan hun wettelijke vertegenwoordiger.

In de termijn van 1 maand zit de dies a quo (eerste dag) niet inbegrepen. De termijn wordt verlengd indien deze valt in het weekend of een wettelijke feestdag. Aldus in een praktisch voorbeeld werkt dit als volgt:

Betekening op 23 februari: de eerste dag zit niet inbegrepen zodat de termijn pas loopt vanaf 24 februari om 0u00 om te eindigen op 23 maart om middernacht 24u00 (de termijnen worden gerekend van middernacht tot middernacht).

Evenwel kan de gerechtsdeurwaarder slechts geldig betekenen tot 21 uur 's avonds in een voor het publiek niet toegankelijke plaats. Art. 47 Ger.W. bepaalt namelijk:

Art. 47. Geen betekening mag worden gedaan:
1° in een voor het publiek niet toegankelijke plaats, vóór zes uur 's morgens en na negen uur 's avonds;
2° op zaterdag, zondag of een wettelijke feestdag behalve in spoedeisende gevallen en met verlof van de vrederechter, wanneer het een dagvaarding betreft in een zaak die voor hem moet worden gebracht, met verlof van de rechter die machtiging heeft verleend voor de akte, wanneer het een akte betreft waartoe voorafgaande machtiging is vereist, en in alle andere gevallen met verlof van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg.

Indien de dies ad quem vervalt op een zaterdag, zondag of wettelijke feestdag wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.