Verzwijgen informatie of liegen bij aangaan van een contract



Gij zult niet liegen

Het is niet mooi, gegevens verzwijgen of zelfs gewoonweg liegen tegen een contractspartij.

Toch gebeurt het en wanneer het dan daadwerkelijk tot een overeenkomst komt, én de feiten komen uit, is het goed mogelijk dat de andere partij er een zaak van wil maken.

Wettelijk verbod?

Onafgezien van de tien goddelijke geboden, moeten we al ver gaan zoeken naar een expliciet wettelijk verbod tegen liegen of verzwijgen van informatie.

Dat vinden we uiteindelijk wel in de wet op de verzekeringen:

Opzettelijk verzwijgen of opzettelijk onjuist meedelen van gegevens

Art. 59. Wanneer het opzettelijk verzwijgen of het opzettelijk onjuist meedelen van gegevens over het risico de verzekeraar misleidt bij de beoordeling van dat risico, is de verzekeringsovereenkomst nietig.
De premies die vervallen zijn tot op het ogenblik waarop de verzekeraar kennis heeft gekregen van het opzettelijk verzwijgen of opzettelijk onjuist meedelen van gegevens, komen hem toe.

De sanctie op het liegen of verzwijgen is in het geval van een verzekeringsovereenkomst dus glashelder: indien het de verzekeraar misleidt bij het beoordelen van het risico is de overeenkomst nietig.

Maar veel verder dan deze wettelijke bepaling komen we niet. Is er dan wel zoiets als een verbod op liegen (in de burgerlijke sfeer tenminste, over het strafrechtelijk luik hebben we het even niet)?

Culpa in contrahendo

Prof. VAN OEVELEN verwoordt de culpa in contrahendo als: “de partij die op foutieve wijze onderhandelingen afbreekt of die bij het voeren van onderhandelingen onzorgvuldig tewerk gaat”.

Het gaat dus om onregelmatigheden die tijdens de onderhandelingen door een partij gepleegd worden.

De culpa in contrahendo is een ontwikkeling van de rechtsleer en in die zin is de toepassing en het gevolg ervan niet duidelijk omlijnd. Men kan er als het ware een boek over schrijven (wat ook daadwerkelijk gebeurt). Omdat de culpa in contrahendo gebaseerd is op de onrechtmatige daad en de artikelen 1382 ev. BW is de meest voor de hand liggende sanctie een schadevergoeding voor de benadeelde partij. Dat zal in veel gevallen een moeilijke kwestie worden, wat is immers de schade die veroorzaakt is door het liegen?

Dan toch maar bedrog

Bedrog is een wilsgebrek. Volgens art. 1109 BW is geen toestemming geldig, indien zij alleen door dwaling is gegeven, door geweld afgeperst of door bedrog verkregen.

Hoofdbedrog leidt dus tot de nietigheid van de overeenkomst, maar niet iedereen wil van de overeenkomst af. Daarnaast is er een bewijsprobleem: het bedrog moet bewezen worden.

De contractspartij die geconfronteerd wordt met bedrog maar liever niet de nietigheid van de overeenkomst inroept, kan zich wel beroepen op het incidenteel bedrog. Op die manier kan de overeenkomst behouden worden, maar wordt een vergoeding toegekend voor de schade.