Wet marktpraktijken WMPC



Duiding totstandkoming en evolutie WMPC

 

De wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming verving de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument. 

 

De wet van 6 april 2010 wordt ook afgekort als de wet marktpraktijken of de WMPC en is gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 12 april 2010. De wet trad in werking op 12 mei 2010.

 

Deze wet werd vervangen door boek XI "Marktpraktijken en consumentenbescherming" van het Wetboek Economisch Recht vanaf 31 mei 2014. Dit boek werd ingevoerd door de wet van 21 december 2013 houdende invoeging van boek VI "Marktpraktijken en consumentenbescherming" in het Wetboek van economisch recht en houdende invoeging van de definities eigen aan boek VI, en van de rechtshandhavingsbepalingen eigen aan boek VI, in de boeken I en XV van het Wetboek van economisch recht.

 

Hieronder is de gecoördineerde versie van de WMPC na te lezen.

 

Wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming

 

Artikel 1

 

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

 

HOOFDSTUK 1. -Definities en algemene principes

 

Artikel 2

 

Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder :

 

1° onderneming : elke natuurlijke persoon of rechts persoon die op duurzame wijze een
economisch doel nastreeft, alsmede zijn verenigingen;

 

2° beoefenaar van een vrij beroep : elke ondernemin g die geen koopman is in de zin van
artikel 1 van het Wetboek van koophandel en die onderworpen is aan een bij wet opgericht
tuchtorgaan;

 

3°consument : iedere natuurlijke persoon die, uits luitend voor niet-beroepsmatige doeleinden,
op de markt gebrachte producten verwerft of gebruikt;

 

4°producten : goederen en diensten, onroerende goederen, rechten en verplichtingen;

 

5°goederen : alle lichamelijke roerende zaken;

 

6° dienst : elke prestatie verricht door een ondern eming in het kader van haar professionele
activiteit of in uitvoering van haar statutair doel;

 

7° homogene diensten : alle diensten waarvan de eig enschappen en de modaliteiten identiek
of gelijkaardig zijn, ongeacht onder meer het ogenblik, de plaats van de uitvoering, de
dienstverstrekker of de persoon voor wie ze bestemd zijn;

 

8° etikettering : de vermeldingen, aanwijzingen, ge bruiksaanwijzingen, merken, afbeeldingen
of tekens die betrekking hebben op een goed of op een homogene dienst en die voorkomen
op het goed zelf of op enig verpakkingsmiddel, document, bordje, etiket, band of label dat bij
dit goed of bij deze dienst is gevoegd of daarop betrekking heeft;

 

9° op de markt brengen : de invoer met het oog op d e verkoop, het bezit met het oog op de
verkoop, de tekoopaanbieding, de verkoop, het huuraanbod van goederen en diensten, de
verhuring van goederen en diensten, de afstand onder bezwarende titel of gratis, als deze
verrichtingen worden gedaan door een onderneming;

 

10°geregistreerde benaming :

 

a) voor de landbouwproducten en de levensmiddelen :
de beschermde benaming van oorsprong of de beschermde
herkomstaanduiding waarop de landbouwproducten en de levensmiddelen
zich kunnen beroepen bij toepassing van de Verordening (EG) nr. 510/2006
van de Raad van 20 maart 2006 inzake de bescherming van geografische
aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en
levensmiddelen;

 

b) voor de andere producten :
-de beschermde benaming van oorsprong waarop de producten afkomstig uit
een bepaalde streek of een bepaalde plaats zich kunnen beroepen en
waarvan de kwaliteit of de kenmerken hoofdzakelijk of uitsluitend aan het
geografische milieu, dat factoren van natuurlijke en menselijke aard omvat,

 


zijn toe te schrijven, en waarvan de productie, de verwerking en de bereiding
in het geografische gebied geschiedt, wanneer deze erkend werd
overeenkomstig de toepasselijke gewestelijke regelgeving;
-de beschermde geografische aanduiding waarop de producten afkomstig uit
een streek of een bepaalde plaats zich kunnen beroepen en waarvan een
bepaalde hoedanigheid, de faam of een ander kenmerk aan deze
geografische oorsprong kan worden toegeschreven, en waarvan de productie
en/of de verwerking en/of de bereiding in het geografische gebied geschieden,
wanneer deze erkend werd overeenkomstig de toepasselijke gewestelijke
regelgeving;

 

11° los verkochte goederen : goederen die niet voor af worden verpakt en die door of in
tegenwoordigheid van de consument worden gemeten of gewogen;

 

12° per stuk verkochte goederen : goederen die niet kunnen worden gefractioneerd zonder
hun aard of eigenschappen te wijzigen;

 

13° geconditioneerde goederen : goederen die een fr actionering, weging, telling of meting
ondergaan hebben, zelfs tijdens het fabricageproces, al dan niet gevolgd door een verpakking,
en met het doel die verrichting overbodig te maken bij de tekoopaanbieding;

 

14° voorverpakte goederen : de geconditioneerde goe deren die verpakt zijn alvorens te koop
te worden aangeboden ongeacht de aard van de verpakking, die het goed geheel of slechts
ten dele bedekt, maar op zo'n wijze dat de inhoud niet kan worden veranderd zonder dat de
verpakking wordt geopend of gewijzigd.

 

Daaronder vallen :

 

a) voorverpakte goederen in vooraf bepaalde hoeveelheden : zodanig voorverpakte
goederen dat de in de verpakking aanwezige hoeveelheid overeenstemt met een
vooraf gekozen waarde;

 

b) voorverpakte goederen in variabele hoeveelheden : zodanig voorverpakte
goederen dat de in de verpakking aanwezige hoeveelheid niet overeenstemt met een
vooraf gekozen waarde;

 

15°meeteenheid : de eenheid die overeenstemt met de definities van de wet van 16 juni 1970
betreffende de meeteenheden, de meetstandaarden en de meetwerktuigen en met die van de
uitvoeringsbesluiten ervan;

 

16° vulbedrijf : de persoon die de goederen werkeli jk voorverpakt met het oog op de
tekoopaanbieding ervan;

 

17° conditioneerder : de persoon die de goederen co nditioneert met het oog op de
tekoopaanbieding ervan;

 

18° nominale hoeveelheid : het op een voorverpakkin g aangegeven gewicht of volume dat
overeenstemt met de nettohoeveelheid die deze voorverpakking wordt geacht te bevatten;

 

19°reclame : iedere mededeling van een onderneming die rechtstreeks of onrechtstreeks ten
doel heeft de verkoop van producten te bevorderen, ongeacht de plaats of de aangewende
communicatiemiddelen;

 

20° vergelijkende reclame : elke vorm van reclame w aarbij een concurrent dan wel door een
concurrent aangeboden goederen of diensten uitdrukkelijk of impliciet worden genoemd;

 

21° overeenkomst op afstand : elke overeenkomst tus sen een onderneming en een
consument inzake goederen of diensten die wordt gesloten in het kader van een door de
onderneming georganiseerd systeem voor verkoop van goederen of diensten op afstand

 


waarbij, voor deze overeenkomst, uitsluitend gebruik gemaakt wordt van een of meer
technieken voor communicatie op afstand tot en met de sluiting van de overeenkomst zelf;

 

22° techniek voor communicatie op afstand : ieder m iddel dat, zonder gelijktijdige fysieke
aanwezigheid van onderneming en consument, kan worden gebruikt voor de sluiting van de
overeenkomst tussen deze partijen;

 

23° communicatietechniek-exploitant : iedere natuur lijke persoon of rechtspersoon,
publiekrechtelijk of privaatrechtelijk, wiens beroepsactiviteit erin bestaat één of meer
technieken voor communicatie op afstand aan de ondernemingen ter beschikking te stellen;

 

24° financiële dienst : iedere dienst van bancaire aard of op het gebied van
kredietverstrekking, verzekering, individuele pensioenen, beleggingen en betalingen;

 

25° duurzame drager : ieder hulpmiddel dat de consu ment in staat stelt om persoonlijk aan
hem gerichte informatie op te slaan op een wijze die deze informatie gemakkelijk toegankelijk
maakt voor toekomstig gebruik gedurende een periode die is afgestemd op het doel waarvoor
de informatie kan dienen, en die een ongewijzigde reproductie van de opgeslagen informatie
mogelijk maakt;

 

26° aanbieder : iedere onderneming die optreedt als de contractuele verrichter van diensten
op grond van overeenkomsten op afstand;

 

27° gezamenlijk aanbod : het aanbod waarbij de al d an niet kosteloze verkrijging van
goederen of diensten gebonden is aan de verkrijging van andere goederen of diensten;

 

28° onrechtmatig beding : elk beding of elke voorwa arde in een overeenkomst tussen een
onderneming en een consument die, alleen of in samenhang met een of meer andere
bedingen of voorwaarden, een kennelijk onevenwicht schept tussen de rechten en plichten
van de partijen ten nadele van de consument;

 

29° handelspraktijk : iedere handeling, omissie, ge draging, voorstelling van zaken of
commerciële communicatie, met inbegrip van reclame en marketing, van een onderneming,
die rechtstreeks verband houdt met de verkoopbevordering, verkoop of levering van een
product;

 

30° het economische gedrag van consumenten wezenlij k verstoren : een handelspraktijk
gebruiken om het vermogen van de consument om een geïnformeerd besluit te nemen
merkbaar te beperken, waardoor de consument tot een transactie besluit waartoe hij anders
niet had besloten;

 

31° gedragscode : een overeenkomst of een aantal ni et bij wettelijke, reglementaire of
bestuursrechtelijke bepalingen voorgeschreven regels waarin wordt vastgesteld hoe
ondernemingen die zich aan de code binden, zich moeten gedragen met betrekking tot een of
meer handelspraktijken of bedrijfssectoren;

 

32° professionele toewijding : het normale niveau v an bijzondere vakkundigheid en
zorgvuldigheid dat redelijkerwijs van een onderneming in haar activiteitsdomein ten aanzien
van de consument mag worden verwacht, overeenkomstig de eerlijke handelsgebruiken;

 

33° uitnodiging tot aankoop : een commerciële boods chap die de kenmerken en de prijs van
het product op een aan het gebruikte medium aangepaste wijze vermeldt en de consument
aldus in staat stelt een aankoop te doen;

 

34° ongepaste beïnvloeding : het uitbuiten van een machtspositie ten aanzien van de
consument om, zelfs zonder gebruik van of dreiging met fysiek geweld, druk uit te oefenen op
een wijze die het vermogen van de consument om een geïnformeerd besluit te nemen,
aanzienlijk beperkt;

 


35° besluit over een transactie : elk door een cons ument genomen besluit over de vraag of,
en, zo ja, hoe en op welke voorwaarden hij een product koopt, geheel of gedeeltelijk betaalt,
behoudt of van de hand doet, of een contractueel recht uitoefent in verband met het product,
ongeacht of de consument wel of niet tot handelen overgaat;

 

36° collectieve consumentenovereenkomst : een akkoo rd dat afgesloten wordt binnen de
Raad voor het Verbruik tussen de consumentenorganisaties en de beroepsorganisaties, en
die de relaties regelt tussen ondernemingen en consumenten wat betreft goederen of diensten
of categorieën van goederen of diensten;

 

37° werkdagen : het geheel van alle kalenderdagen m et uitsluiting van de zondagen en
wettelijke feestdagen. Als een termijn, uitgedrukt in werkdagen, op een zaterdag afloopt, wordt
hij verlengd tot de eerstvolgende werkdag;

 

38°de Minister : de Minister bevoegd voor de Economie.

 

Artikel 3

 

§ 1. Deze wet is niet van toepassing op effecten en andere financiële instrumenten bedoeld in de
wetgeving betreffende de financiële transacties en de financiële markten.

 

Onder de voorwaarden en rekening houdend met de aanpassingen die Hij bepaalt, kan de Koning
evenwel sommige bepalingen van deze wet van toepassing verklaren op voornoemde effecten en
andere financiële instrumenten of op categorieën daarvan.

 

De Koning kan regels vaststellen aangaande de inhoud en de voorstellingswijze van reclame en
andere documenten en berichten die betrekking hebben op een rekening bij een financiële instelling
en het toezicht op de naleving van deze bepalingen aan de [2 FSMA]2 opdragen volgens de
modaliteiten die Hij vaststelt.

 

§ 2. Deze wet is niet van toepassing op de beoefenaars van een vrij beroep, de tandartsen en de
kinesisten.

 

HOOFDSTUK 2. -Informatie van de markt

 

Afdeling 1. -Algemene verplichting tot informatie van de consument

 

Artikel 4.

 

Ten laatste op het ogenblik van het sluiten van de overeenkomst moet de onderneming te goeder
trouw aan de consument de behoorlijke en nuttige informatie geven betreffende de belangrijkste
kenmerken van het product en betreffende de verkoopsvoorwaarden, rekening houdend met de door
de consument uitgedrukte behoefte aan informatie en rekening houdend met het door de consument
meegedeelde of redelijkerwijze voorzienbare gebruik.

 

Afdeling 2. -Prijsaanduiding

 

Artikel 5

 

§ 1. Behalve bij openbare verkoop, moet elke onderneming die aan de consument goederen te koop
aanbiedt, de prijs hiervan schriftelijk en ondubbelzinnig aanduiden.
Indien de goederen te koop uitgestald zijn, moet de prijs bovendien leesbaar en goed zichtbaar
aangeduid zijn.

 

§ 2. Elke onderneming die aan de consument homogene diensten aanbiedt, moet de prijs hiervan
schriftelijk, leesbaar, goed zichtbaar en ondubbelzinnig aanduiden.

 

Artikel 6

 


De aangeduide prijs moet de door de consument totaal te betalen prijs zijn, waaronder is begrepen :
de belasting over de toegevoegde waarde, alle overige taksen en de kosten van alle diensten die door
de consument verplicht moeten worden bijbetaald.

 

Artikel 7

 

De prijzen voor consumenten moeten minstens in euro vermeld worden.

 

Artikel 8

 

Elke reclame voor consumenten die gewag maakt van een prijs moet die vermelden overeenkomstig
de voorschriften van de artikelen 6 en 7, alsmede van de met toepassing van artikel 9, 1°vastgestelde
bepalingen.

 

Artikel 9

 

Voor de producten of categorieën van producten die Hij aanwijst, kan de Koning :

 

1°bijzondere regels stellen inzake de prijsaanduid ing;

 

2° vrijstellen van de verplichting de prijs goed zi chtbaar aan te duiden in geval van uitstalling
voor verkoop;

 

3° voor de diensten of de categorieën van diensten andere dan homogene diensten bepalen
in welke gevallen en volgens welke regels een voorafgaand bestek aan de consument moet
worden afgeleverd, voor zover deze hierom verzoekt en de onderneming bereid is de dienst te
verlenen.

 

Afdeling 3. -Benaming, samenstelling en etikettering van goederen en diensten

 

Artikel 10

 

De vermeldingen die het voorwerp zijn van de etikettering en die dwingend voorgeschreven zijn bij
deze wet, bij haar uitvoeringsbesluiten en bij de uitvoeringsbesluiten bedoeld in artikel 139, § 2,
tweede lid, de gebruiksaanwijzingen en de garantiebewijzen zijn minstens gesteld in een voor de
gemiddelde consument begrijpelijke taal, gelet op het taalgebied waar de goederen of diensten, onder
bezwarende titel of gratis, aan de consument worden aangeboden.

 

Als de etikettering dwingend is voorgeschreven, moet ze goed zichtbaar en leesbaar zijn, opgemaakt
zijn in de vorm en met de inhoud bepaald door de toepasselijke reglementering, en duidelijk
onderscheiden zijn van de reclame.

 

Artikel 11

 

§ 1. De Koning kan, onverminderd de bevoegdheid die Hem is verleend op het gebied van de
volksgezondheid, met het oog op het waarborgen van de eerlijkheid van de handelsverrichtingen of de
bescherming van de consument :

 

a) voor de goederen of categorieën van goederen die Hij aanwijst, de etikettering
voorschrijven en de vermeldingen en andere elementen ervan vaststellen;

 

b) de voorwaarden van menging, samenstelling, presentatie, kwaliteit en veiligheid
vastleggen, waaraan de goederen moeten voldoen om al dan niet onder een bepaalde
benaming op de markt te mogen worden gebracht;

 

c) verbieden dat goederen onder een bepaalde benaming op de markt worden gebracht;

 

d) het gebruik van een bepaalde benaming opleggen voor goederen die op de markt worden
gebracht;

 


e) opleggen dat aan de benamingen waaronder goederen op de markt worden gebracht,
tekens, woorden of uitdrukkingen worden toegevoegd bedoeld om de betekenis ervan te
verduidelijken;

 

f) verbieden dat bepaalde tekens, woorden of uitdrukkingen worden toegevoegd aan de
benamingen waaronder goederen op de markt worden gebracht.

 

§ 2. Alvorens een besluit ter uitvoering van de voorgaande paragraaf voor te stellen, raadpleegt de
Minister de Raad voor het Verbruik en de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de K.M.O. en bepaalt
de redelijke termijn waarbinnen het advies moet worden gegeven. Eenmaal deze termijn is verstreken,
is het advies niet meer vereist.

 

Artikel 12

 

Mits naleving van de vormen bepaald in artikel 11, § 2, kan de Koning, met het oog op het
waarborgen van de eerlijkheid van de handelsverrichtingen of de bescherming van de consument,
voor diensten of categorieën van diensten :

 

a) vaststellen welke beschrijving van, en welke algemene vermeldingen over de diensten aan
de consument moeten worden meegedeeld en op welke wijze;

 

b) verbieden dat diensten onder een bepaalde benaming op de markt worden gebracht;

 

c) het gebruik van een bepaalde benaming opleggen voor diensten die op de markt worden
gebracht;

 

d) opleggen dat aan de benamingen waaronder diensten op de markt worden gebracht,
tekens, woorden of uitdrukkingen worden toegevoegd bedoeld om de betekenis ervan te
verduidelijken;

 

e) verbieden dat bepaalde tekens, woorden of uitdrukkingen worden toegevoegd aan de
benaming waaronder diensten op de markt worden gebracht.

 

Wanneer ter uitvoering van dit artikel te treffen maatregelen betrekking hebben op de financiële
diensten, worden die maatregelen gezamenlijk voorgesteld door de Minister en de Minister van
Financiën.

 

Afdeling 4. -Aanduiding van de hoeveelheid

 

Artikel 13

 

§ 1. Elk geconditioneerd goed bestemd voor de verkoop moet op de verpakking, of bij ontstentenis
ervan, op het goed zelf, leesbaar, goed zichtbaar en ondubbelzinnig, de nominale hoeveelheid
vermelden uitgedrukt in een meeteenheid.

 

§ 2. Voor de goederen geconditioneerd in hoeveelheden van meer dan 10 kg of 10 l en bestemd voor
de groothandel moet de nominale hoeveelheid uitgedrukt in een meeteenheid leesbaar, goed
zichtbaar en ondubbelzinnig aangebracht worden, ofwel op de verpakking, of bij ontstentenis ervan,
op het goed zelf, ofwel op de factuur, de verzendingsnota of enig ander document dat bij de levering
wordt afgegeven of verstuurd.

 

§ 3. Voor de goederen die geleverd worden per vrachteenheid van meer dan 10 kg of 10 l moet de
nominale hoeveelheid uitgedrukt in een meeteenheid aangebracht worden op een weeg-of
meetdocument, dat bij de levering aan de koper wordt overhandigd.

 

Artikel 14

 

De verplichting om de nominale hoeveelheid aan te duiden, rust op het vulbedrijf of op de
conditioneerder, al naar gelang van het geval.

 


Indien de goederen worden ingevoerd, rust de verplichting om de nominale hoeveelheid aan te
duiden op de invoerder.

 

De verplichting om de nominale hoeveelheid aan te duiden, rust evenwel op degene die de
conditionering of de voorverpakking heeft laten uitvoeren, wanneer hij, al naar gelang van het geval,
het vulbedrijf, de conditioneerder of de invoerder schriftelijk van dit voornemen op de hoogte heeft
gebracht.

 

Artikel 15

 

Indien de nominale hoeveelheid niet vermeld is overeenkomstig de bepalingen van artikel 13, § 1,
mag de onderneming de goederen slechts te koop aanbieden aan de consument nadat zij de
hoeveelheid uitgedrukt in meeteenheden, leesbaar, goed zichtbaar en ondubbelzinnig heeft
aangeduid op de verpakking of, bij ontstentenis ervan, op het goed zelf of op een bordje geplaatst
dichtbij het goed.

 

De hoeveelheid moet niet vermeld worden voor de los verkochte goederen.

 

Artikel 16

 

De aanduidingen van de meetinstrumenten waarmee de hoeveelheid van de los verkochte goederen
wordt bepaald, moeten voor de gemiddelde consument goed leesbaar en goed zichtbaar zijn.

 

Artikel 17

 

Elke reclame voor consumenten betreffende voorverpakte goederen in vooraf bepaalde
hoeveelheden die gewag maakt van een prijs, moet de nominale hoeveelheden van de inhoud van de
verpakking vermelden, overeenkomstig de bepalingen van deze afdeling.

 

Artikel 18

 

Voor de goederen of categorieën van goederen die Hij aanwijst, kan de Koning :

 

1°bijzondere regels stellen inzake de aanduiding van de hoeveelheid;

 

2°vrijstellen van de door de artikelen 13 tot 15 opgelegde verplichtingen;

 

3° vrijstellen van het aanduiden van de nominale ho eveelheid in een meeteenheid en een

 

andere verkoopeenheid voorschrijven;

 

4° de toelaatbare afwijkingen van de aangeduide nom inale hoeveelheid ten opzichte van de
werkelijke hoeveelheid vaststellen, alsook de wijze van controle op deze afwijkingen;
5° de nominale hoeveelheden vastleggen voor de inho ud en/of de recipiënten van goederen

 


die bestemd zijn om op de markt te worden gebracht;
6° de aanduiding van het aantal stuks voorschrijven dat een voorverpakking bevat en de
toelaatbare afwijkingen vaststellen van het aangeduide aantal ten opzichte van het werkelijke
aantal, alsook de wijze van controle op deze afwijkingen.

 


Afdeling 5. -Vergelijkende reclame

 

Artikel 19

 

§ 1. Vergelijkende reclame is, wat de vergelijking betreft, geoorloofd op voorwaarde dat ze :

 

1°niet misleidend is in de zin van de artikelen 88 tot 91 en van artikel 96, 1°;

 

2° goederen of diensten vergelijkt die in dezelfde behoeften voorzien of voor hetzelfde doel

 

zijn bestemd;

 


3° op objectieve wijze een of meer wezenlijke, rele vante, controleerbare en representatieve
kenmerken van deze goederen en diensten, waartoe ook de prijs kan behoren, met elkaar
vergelijkt;

 

4° er niet toe leidt dat onder ondernemingen de adv erteerder met een concurrent, of de
merken, handelsnamen, andere onderscheidende kenmerken, goederen of diensten van de
adverteerder met die van een concurrent worden verward;

 

5° niet de goede naam schaadt van en zich niet klei nerend uitlaat over de merken,
handelsnamen, andere onderscheidende kenmerken, goederen, diensten, activiteiten of
omstandigheden van een concurrent;

 

6°voor goederen met een benaming van oorsprong in elk geval betrekking heeft op goederen
met dezelfde benaming;

 

7° geen oneerlijk voordeel oplevert ten gevolge van de bekendheid van een merk,
handelsnaam of andere onderscheidende kenmerken van een concurrent dan wel van de
oorsprongsbenamingen van concurrerende goederen;

 

8° goederen of diensten niet voorstelt als een imit atie of namaak van goederen of diensten
met een beschermd handelsmerk of beschermde handelsnaam.

 

§ 2. Verboden is elke vergelijkende reclame die de voorwaarden gesteld in § 1 niet naleeft.

 

Afdeling 6. -Promoties inzake prijzen

 

Onderafdeling 1. -Verwijzing naar de eigen, voorheen toegepaste prijs

 

Artikel 20

 

Een onderneming mag ten aanzien van de consument slechts overgaan tot de aankondiging van een
prijsvermindering ten opzichte van de prijs die zij voorheen toepaste voor hetzelfde product, wanneer
de nieuwe prijs lager is dan de referentieprijs, zijnde de laagste prijs die zij heeft toegepast in de loop
van de maand voorafgaand aan de eerste dag waarvoor de nieuwe prijs wordt aangekondigd. De
onderneming draagt de bewijslast dat aan die voorwaarde is voldaan.

 

Indien de onderneming meerdere verkooppunten uitbaat of verkooptechnieken gebruikt, is de
referentieprijs de laagste prijs die zij in de in het eerste lid bedoelde periode heeft toegepast in het
verkooppunt of via de verkooptechniek waarvoor de aankondiging wordt gedaan.

 

Bij vermelding van de nieuwe prijs moet de aankondiging ook de referentieprijs vermelden, of moet
informatie worden gegeven die het de gemiddelde consument mogelijk maakt die referentieprijs
onmiddellijk en gemakkelijk te berekenen.

 

Ingeval de onderneming een eenvormig kortingspercentage toepast op producten of op categorieën
van producten, mag zij alleen de referentieprijs vermelden. De aankondiging moet vermelden of de
prijsvermindering al dan niet werd toegepast.

 

Artikel 21

 

Behalve bij uitverkoop mag de prijsvermindering slechts worden aangekondigd voor een periode van
ten hoogste één maand. Behalve voor de goederen bedoeld in artikel 102, § 1, 2°, mag de periode
waarvoor de prijsvermindering wordt aangekondigd niet korter zijn dan een volle verkoopdag.

 

De datum vanaf welke de verminderde prijs wordt toegepast, moet aangeduid blijven gedurende de
ganse periode waarvoor hij als een verminderde prijs wordt aangekondigd.

 

Artikel 22

 


De Koning kan, voor de goederen en diensten of categorieën van goederen en diensten die Hij
aanwijst, bijzondere regels stellen inzake de verwijzing naar de eigen, voorheen toegepaste prijzen.

 

Artikel 23

 

De Koning wijst de goederen, de diensten of de categorieën van goederen of diensten aan waarvoor
de aankondigingen bedoeld in artikel 20, eerste lid, verboden zijn en bepaalt de voorwaarden en de
toepassingsperioden van dat verbod.

 

Alvorens een besluit ter uitvoering van het voorgaande lid voor te stellen, raadpleegt de Minister de
Raad voor het Verbruik en de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de K.M.O. en bepaalt de redelijke
termijn waarbinnen het advies moet worden gegeven. Eenmaal deze termijn is verstreken, is het
advies niet meer vereist.

 

Onderafdeling 2. -Uitverkopen

 

Artikel 24

 

Het gebruik van de benaming " Uitverkoop ", " Liquidation " of " Ausverkauf " of enige andere
gelijkwaardige benaming voor de tekoopaanbieding of verkoop van goederen is slechts toegelaten in
een van de volgende gevallen en mits aan de andere voorwaarden van deze onderafdeling is voldaan:

 

1°de verkoop heeft plaats ter uitvoering van een r echterlijke beslissing;

 

2° de erfgenamen of rechtverkrijgenden van een over leden persoon die een onderneming
uitbaatte, bieden hun verworven voorraad uit die onderneming geheel of gedeeltelijk te koop
aan;

 

3° een onderneming neemt de handel van een andere o nderneming over en biedt de
overgedragen voorraad geheel of gedeeltelijk te koop aan;

 

4° een onderneming die haar activiteit stopzet, bie dt haar gehele voorraad te koop aan en
heeft tijdens de drie voorafgaande jaren geen gelijkaardige goederen om dezelfde reden
uitverkocht;

 

5°een onderneming voert in de lokalen waar zij de goederen gewoonlijk te koop aanbiedt aan
de consument, verbouwingen of opknapbeurten uit die meer dan 20 werkdagen duren, mits
die werken de verkoop onmogelijk maken en de onderneming tijdens de drie voorafgaande
jaren geen gelijkaardige goederen om dezelfde reden uitverkocht heeft;

 

6° een onderneming brengt de inrichting waar zij de goederen gewoonlijk aan de consument
te koop aanbiedt, over naar een andere plaats, of zij sluit haar inrichting, mits zij vóór de
aanvang van de uitverkoop de inrichting reeds minstens een jaar zal hebben uitgebaat;

 

7° een ramp bracht ernstige schade toe aan de gehel e of een belangrijk gedeelte van de
voorraad goederen van de onderneming;

 

8°door overmacht wordt de activiteit van de onderneming aanzienlijk gehinderd;

 

9° de natuurlijke persoon die een onderneming uitba at verzaakt aan elke beroepsactiviteit
omwille van opruststelling op voorwaarde evenwel dat hij in de loop van het vorige jaar geen
uitverkoop heeft gehouden op grond van de in het 4° bedoelde reden of van de in het 6°
bedoelde sluiting van de inrichting.

 

Artikel 25

 

§ 1. Behalve in het geval bedoeld in artikel 24, 1°, moet degene die wenst over te gaan tot een
uitverkoop zijn voornemen daartoe ter kennis brengen van de minister of van de door hem daartoe
aangewezen ambtenaar, voorafgaandelijk aan de uitverkoop en elke aankondiging daarvan.

 


Deze kennisgeving, gedaan bij een ter post aangetekende brief, moet de datum vermelden van het
begin van de uitverkoop en moet het bestaan van één van de gevallen, als bedoeld in artikel 24,
vermelden en aantonen.

 

Er mag slechts overgegaan worden tot uitverkoop tien werkdagen na de verzending van de
kennisgeving, behalve in de gevallen genoemd in artikel 24, 7°en 8°.

 

De duur van de uitverkoop is beperkt tot vijf maanden voor de gevallen vermeld in artikel 24, 1° tot
8°, en tot twaalf maanden in het geval vermeld in a rtikel 24, 9°. Onderbrekingen van de uitverkoop
tijdens deze termijnen hebben geen schorsende werking.

 

Elke aankondiging of andere reclame betreffende een uitverkoop moet verplicht de aanvangsdatum
van de uitverkoop vermelden.

 

§ 2. Behalve in de gevallen bedoeld in artikel 24, 1° en 7°, moet elke uitverkoop plaatsvinden in de
verkooppunten waar, of via de verkooptechnieken waarmee, hetzij de onderneming zelf, hetzij de
overleden persoon of overdragende onderneming dezelfde goederen placht te koop te stellen.

 

De onderneming die meent zich onmogelijk te kunnen schikken naar het eerste lid, kan bij de
minister of de door hem daartoe aangewezen ambtenaar, bij een ter post aangetekende brief een
afwijking aanvragen. Zij moet hierbij de aangevoerde redenen en de plaats waar zij de uitverkoop
wenst te houden nader omschrijven. Binnen tien werkdagen wordt over dit verzoek beslist. Indien er
binnen deze termijn geen met redenen omklede afwijzing wordt meegedeeld, wordt de afwijking
geacht te zijn toegestaan.

 

§ 3. In uitverkoop mogen slechts goederen te koop aangeboden of verkocht worden die, op het
ogenblik van de gerechtelijke beslissing bedoeld in artikel 24, 1°, op het ogenblik van de ramp bedoel d
in artikel 24, 7°, of op de dag van de kennisgeving voorgeschreven in § 1, deel uitmaken van de
voorraad van de onderneming.

 

In uitverkoop mogen nochtans eveneens te koop aangeboden of verkocht worden, de goederen die
op het ogenblik van de gerechtelijke beslissing bedoeld in artikel 24, 1°, of op het ogenblik van het
overlijden van de persoon die een onderneming uitbaatte bedoeld in artikel 24, 2°, of op het ogenblik
van de ramp bedoeld in artikel 24, 7°, of op het og enblik van de hinder bedoeld in artikel 24, 8°, het
voorwerp zijn geweest van een bestelling die, gelet op haar omvang en datum, als normaal kan
worden beschouwd.

 

Indien de onderneming verscheidene verkoopsinrichtingen uitbaat, mogen, zonder de toestemming
van de minister of van de door hem daartoe aangewezen ambtenaar, geen goederen worden
overgebracht van een inrichting naar de plaats waar de uitverkoop plaatsvindt.

 

De toestemming moet worden aangevraagd bij een ter post aangetekende brief met vermelding van
de omstandigheden die het verzoek rechtvaardigen. Over dit verzoek wordt binnen tien werkdagen
beslist. Bij ontstentenis van een met redenen omklede afwijzing binnen deze termijn, wordt
verondersteld dat het toegestaan is de goederen over te brengen.

 

§ 4. Behalve in het geval bedoeld in artikel 24, 1°, moet elk goed dat in uitverkoop aangeboden wordt
een prijsvermindering ondergaan ten opzichte van de referentieprijs, zijnde de laagste prijs die in de
loop van de maand die de eerste dag van de uitverkoop voorafgaat voor hetzelfde goed gevraagd
werd, hetzij door de onderneming zelf, hetzij door de overledene of de overdragende onderneming.

 

Bij vermelding van de prijs waartegen het goed wordt uitverkocht wordt ook de referentieprijs vermeld
of wordt informatie gegeven die het de gemiddelde consument mogelijk maakt die referentieprijs
onmiddellijk en gemakkelijk te berekenen.

 

Ingeval de onderneming een eenvormig kortingspercentage toepast op producten of op categorieën
van producten, mag zij alleen de referentieprijs vermelden. De aankondiging moet vermelden of de
prijsvermindering al dan niet werd toegepast.

 


§ 5. De persoon die overgaat tot een uitverkoop zoals bedoeld in deze onderafdeling draagt de
bewijslast dat is voldaan aan alle voorwaarden gesteld voor een dergelijke uitverkoop.

 

Artikel 26

 

De Koning kan bepalen dat de kennisgevingen en aanvragen bedoeld in artikel 25, ook kunnen
geschieden met andere communicatietechnieken, en de modaliteiten daarvan vaststellen.

 

Onderafdeling 3. -Opruimingen of solden

 

Artikel 27

 

De soldenperiodes zijn de periodes van 3 januari tot 31 januari en van 1 juli tot 31 juli. Wanneer 3
januari of 1 juli op een zondag valt, begint de soldenperiode een dag eerder.

 

Het gebruik door een onderneming van de benaming " Opruiming ", " Solden ", " Soldes " of "
Schlussverkauf ", of van enige andere gelijkwaardige benaming, is slechts toegelaten voor de
tekoopaanbieding en verkoop van goederen gedurende de soldenperiode en mits aan de andere
voorwaarden van deze onderafdeling is voldaan.

 

Het tweede lid doet geen afbreuk aan het recht van de onderneming om de daar bedoelde
tekoopaanbiedingen aan de consument aan te kondigen vóór de aanvang van de soldenperiode.

 

De Koning kan de periode bedoeld in het eerste lid aanpassen. Alvorens een besluit voor te stellen,
raadpleegt de Minister de Raad voor het Verbruik en de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de

 

K.M.O. en bepaalt hij de redelijke termijn waarbinnen het advies moet worden gegeven. Eenmaal
deze termijn is verstreken, is het advies niet meer vereist.
Artikel 28

 

Enkel de goederen die de onderneming voorheen te koop heeft aangeboden gedurende minstens
dertig dagen en die nog in het bezit zijn van de onderneming bij de aanvang van de solden, mogen
het voorwerp zijn van een aanbieding onder de in artikel 27, tweede lid, bedoelde benamingen.

 

Artikel 29

 

Als het goed dat in solden wordt verkocht te koop werd aangeboden gedurende de maand die de
soldenperiode voorafgaat in hetzelfde verkooppunt of via dezelfde verkooptechniek, moet de
gevraagde prijs minder bedragen dan de referentieprijs, zijnde de laagste prijs die de onderneming
voor dat goed tijdens die maand heeft gevraagd in dat verkooppunt of via die verkooptechniek.

 

Wanneer het goed dat in solden wordt verkocht niet te koop werd aangeboden gedurende de maand
die de soldenperiode voorafgaat, moet de gevraagde prijs minder bedragen dan de referentieprijs,
zijnde de laagste prijs die de onderneming voor dat goed in het verleden heeft gevraagd, ongeacht het
verkooppunt of de gebruikte verkooptechniek.

 

Bij vermelding van de prijs met gebruik van een in artikel 27, tweede lid, bedoelde benaming, wordt
ook de referentieprijs vermeld, of wordt informatie gegeven die het de gemiddelde consument mogelijk
maakt die referentieprijs onmiddellijk en gemakkelijk te berekenen.

 

Ingeval de onderneming een eenvormig verminderingspercentage toepast op producten of op
categorieën van producten, mag zij alleen de referentieprijs vermelden. De aankondiging moet
vermelden of de prijsvermindering al dan niet werd toegepast.

 

Artikel 30

 

De onderneming die overgaat tot een tekoopaanbieding zoals bedoeld in artikel 27 draagt de
bewijslast dat is voldaan aan de voorwaarden gesteld voor dergelijke tekoopaanbieding.

 

Artikel 31

 


De Koning kan de nadere regels vaststellen voor de tekoopaanbieding en de verkoop van goederen
onder de benamingen bedoeld in artikel 27, tweede lid.

 

Alvorens een besluit ter uitvoering van het eerste lid voor te stellen, raadpleegt de Minister de Raad
voor het Verbruik en de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de K.M.O. en bepaalt hij de redelijke
termijn waarbinnen het advies moet worden gegeven. Eenmaal deze termijn is verstreken, is het
advies niet meer vereist.

 

Artikel 32

 

§ 1. Gedurende de periodes die ingaan op 6 december en op 6 juni, telkens tot de eerste dag van de
eerstkomende soldenperiode, is het in de sectoren van de kleding, de lederwaren en de schoenen
verboden prijsverminderingen aan te kondigen die uitwerking hebben tijdens die periode, ongeacht de
plaats of de aangewende communicatiemiddelen.

 

Vóór de in het eerste lid bedoelde sperperiode is het verboden aankondigingen van
prijsverminderingen te doen die uitwerking hebben gedurende de sperperiode. Het verbod bedoeld in
het eerste lid houdt tevens het verbod in om titels te verspreiden die recht geven op een
prijsvermindering tijdens de sperperiode.

 

Onverminderd de bepalingen van artikel 25, § 4, eerste lid, mogen de uitverkopen verricht gedurende
een sperperiode niet gepaard gaan met een aankondiging van prijsvermindering, tenzij in de gevallen
en onder de voorwaarden die de Koning bepaalt.

 

§ 2. De Koning kan de goederen of categorieën van goederen aanduiden waarvoor het verbod
bedoeld in de eerste paragraaf niet van toepassing is.

 

Alvorens een besluit ter uitvoering van het eerste lid voor te stellen, raadpleegt de Minister de Raad
voor het Verbruik en de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de K.M.O. en bepaalt hij de redelijke
termijn waarbinnen het advies moet worden gegeven. Eenmaal deze termijn is verstreken, is het
advies niet meer vereist.

 

§ 3. Het verbod op de aankondiging van een prijsvermindering bedoeld in § 1 is niet van toepassing
op de tekoopaanbiedingen van goederen verricht ter gelegenheid van occasionele
handelsmanifestaties, die maximum vier dagen duren en die maximum eenmaal per jaar worden
georganiseerd door de plaatselijke verenigingen van ondernemingen of met hun medewerking.

 

De Koning kan de voorwaarden bepalen waaronder deze manifestaties mogen plaatsvinden.

 

Onderafdeling 4. -Titels die recht geven op terugbetaling of prijsvermindering

 

Artikel 33

 

Titels die door een onderneming worden aangeboden bij de aanschaf van een goed of een dienst en
die recht geven op een latere terugbetaling van de prijs of een deel daarvan, vermelden de volgende
gegevens :

 

1° de naam, het adres en, in voorkomend geval, de v ennootschapsvorm en het
ondernemingsnummer van de uitgever;

 

2°het bedrag dat wordt terugbetaald;

 

3°de eventuele uiterste geldigheidsduur ervan, ten zij deze onbeperkt is;

 

4° de nadere regels en voorwaarden voor de terugbet aling, met inbegrip van de stappen die
de houder van de titel moet ondernemen om terugbetaling te bekomen en de termijn
waarbinnen zal worden terugbetaald, tenzij deze informatie in een afzonderlijk document
tegelijkertijd met de titel wordt medegedeeld.

 


Artikel 34

 

§ 1. Elke onderneming waaraan een titel wordt aangeboden die door haarzelf of een andere
onderneming gratis werd verspreid en die de houder ervan bij de aankoop van één of meerdere
goederen en/of diensten de mogelijkheid biedt onmiddellijk een korting op de prijs te krijgen, is
verplicht deze aan te nemen, voor zover aan de voorwaarden van het aanbod is voldaan.

 

In geval de titel werd uitgegeven door een andere onderneming dan die waaraan hij wordt
aangeboden, geldt de verplichting van het eerste lid evenwel slechts wanneer de titel de gegevens
vermeldt die zijn opgesomd in § 2.

 

§ 2. De gegevens bedoeld in § 1, tweede lid, zijn :

 

1° de naam, het adres en, in voorkomend geval, de v ennootschapsvorm en het
ondernemingsnummer van de uitgever;

 

2°het bedrag van de korting;

 

3°bij de verwerving van welke goederen of diensten de titel gebruikt kan worden;

 

4° de verkooppunten waar de titel gebruikt kan word en, tenzij hij kan worden gebruikt in alle
verkooppunten waar de goederen of diensten te koop worden aangeboden;

 

5°de geldigheidsduur van de titel, tenzij deze onb eperkt is.

 

Artikel 35

 

Eenieder die de in deze onderafdeling bedoelde titels uitgeeft, wordt, onder de voorwaarden van de
uitgifte ervan, schuldenaar van de schuldvordering die deze titels vertegenwoordigen.

 

Voor zover de uitgever van de titels bedoeld in artikel 34 niet de onderneming is waar de titel werd
aangeboden, is de uitgever verplicht hem binnen een redelijke termijn terug te betalen aan de
onderneming waar de titel werd aangeboden.

 

Artikel 36

 

§ 1. De Koning kan voor de titels bedoeld in deze onderafdeling :

 

1°een minimumformaat en bijzondere kenmerken voors chrijven;

 

2° de uitgifte afhankelijk maken van de vorming van solvabiliteitswaarborgen en van het
houden van een bijzondere boekhouding en controlemaatregelen opleggen;

 

3° bijzondere voorwaarden voorschrijven die ertoe s trekken de bepalingen van deze
onderafdeling aan te passen voor titels die in de vorm van elektronische registratie worden
aangeboden.

 

§ 2. Alvorens een besluit voor te stellen in uitvoering van § 1, vraagt de Minister het advies van de
Raad voor het Verbruik en van de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de K.M.O. en bepaalt hij de
redelijke termijn waarbinnen het advies moet worden gegeven. Eenmaal deze termijn is verstreken, is
het advies niet meer vereist.

 

Afdeling 7. -Diverse bepalingen

 

Artikel 37

 

Onverminderd de toepassing van artikel 88, 1°, en 2°, indien buiten de verkoopinrichting van de
onderneming een in de tijd begrensde reclame voor één of meerdere goederen wordt aangekondigd
met vermelding van de prijs ervan, is de onderneming die niet meer over de betrokken goederen
beschikt, verplicht aan de consument, voor elk goed van meer dan 25 euro en waarvan de voorraad

 


uitgeput is, een titel af te geven die recht geeft op de aankoop van dat goed, en wel binnen een
redelijke termijn en volgens de bewoordingen van het aanbod.

 

De in het eerste lid bepaalde verplichting geldt evenwel niet wanneer de onderneming

 

a) niet meer onder dezelfde voorwaarden een nieuwe voorraad van de betrokken goederen
kan aanleggen; of

 

b) de betrokken goederen na uitputting van haar voorraad niet langer wenst te koop aan te
bieden en zij dat ook duidelijk maakt in de reclame; of

 

c) het aantal voorradige goederen voor elk van de verkoopinrichtingen waarvoor de reclame
werd gemaakt, in de desbetreffende reclame heeft vermeld.

 

De Koning kan het bedrag vermeld in het eerste lid aanpassen.

 

Artikel 38

 

§ 1. Onverminderd de bevoegdheden die Hem krachtens een andere wetsbepaling zijn toegekend,
kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, voor de goederen of diensten
of de categorieën van goederen of diensten die Hij bepaalt :

 

1°de reclame verbieden of beperken, teneinde een betere bescherming van de veiligheid van
de consument en van het leefmilieu te waarborgen;

 

2°de minimale vermeldingen van de reclame vaststellen, teneinde een betere voorlichting van
de consument te verzekeren.

 

§ 2. Alvorens een besluit ter uitvoering van § 1 voor te stellen, raadpleegt de Minister de Raad voor
het Verbruik en de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de K.M.O., en bepaalt hij de redelijke termijn
waarbinnen het advies moet worden gegeven. Eenmaal deze termijn is verstreken, is het advies niet
meer vereist.

 

Artikel 39

 

§ 1. De Commissie voor Milieu-etikettering en milieureclame is belast met het uitbrengen van adviezen
en aanbevelingen in verband met reclame en etikettering, die betrekking hebben op de gevolgen voor
het leefmilieu, alsmede inzake de opstelling van een milieureclamecode.

 

§ 2. Na advies van de Commissie en op gezamenlijk initiatief van de Minister en van de Minister
bevoegd voor het leefmilieu, kan de Koning een milieureclamecode opleggen.

 

§ 3. De Koning bepaalt de samenstelling van de Commissie. Deze moet onder haar leden ten minste
twee vertegenwoordigers tellen van verenigingen ter bescherming van het leefmilieu.

 

HOOFDSTUK 3. -Overeenkomsten met consumenten

 

Afdeling 1. -Algemene bepalingen

 

Artikel 40

 

§ 1. Indien alle of bepaalde bedingen van een overeenkomst tussen een onderneming en een
consument schriftelijk zijn, moeten ze op duidelijke en begrijpelijke wijze zijn opgesteld.

 

§ 2. Ingeval van twijfel over de betekenis van een beding, prevaleert de voor de consument gunstigste
interpretatie. Deze interpretatieregel is niet van toepassing in het kader van de vordering tot staking
waarin artikel 2 van de wet van 6 april 2010 met betrekking tot de regeling van bepaalde procedures in
het kader van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming
voorziet.

 


Een overeenkomst tussen een onderneming en een consument kan onder meer worden
geïnterpreteerd aan de hand van de handelspraktijken die er rechtstreeks verband mee houden.

 

Artikel 41

 

Wanneer een overeenkomst met een consument werd gesloten ingevolge een oneerlijke
handelspraktijk bedoeld in artikel 91, 12°, 16°en 17°, en artikel 94, 1°, 2°en 8°, kan de consument de
terugbetaling van de betaalde bedragen eisen binnen een redelijke termijn vanaf het ogenblik waarop
hij kennis had of hoorde te hebben van het bestaan ervan, zonder teruggave van het reeds geleverde
product.

 

Wanneer een overeenkomst met een consument werd gesloten ingevolge een oneerlijke
handelspraktijk bedoeld in de artikelen 84 tot 86, artikel 91, 1° tot 11°, 13° tot 15°, 18° tot 23°, e n
artikel 94, 3°tot 7°, kan de rechter, onverminderd de gemeenrechtelijke sancties, de terugbetaling aan
de consument van de door hem betaalde bedragen bevelen, zonder teruggave van het reeds
geleverde product.

 

In geval van niet-gevraagde levering aan de consument in de zin van artikel 94, 6°, is de consument
in elk geval vrijgesteld van betaling van de prijs en van elke andere tegenprestatie. Het feit dat hij niet
reageert op de levering betekent niet dat hij ermee instemt.

 

Artikel 42

 

Onverminderd bijzondere reglementeringen die het uitdrukkelijk toelaten, is het aan elke
onderneming verboden de consument een wisselbrief ter ondertekening voor te leggen om deze
laatste de betaling van zijn verplichtingen te laten beloven of waarborgen.

 

Artikel 43

 

Het is een onderneming verboden telefoonoproepen aan te rekenen waarbij de consument, naast de
prijs voor de oproep, ook dient te betalen voor de inhoud, wanneer het oproepen betreft over de
uitvoering van een reeds gesloten overeenkomst.

 

Artikel 44

 

Het is een onderneming verboden bij het sluiten van een overeenkomst op het Internet gebruik te
maken van de mogelijkheid van default-opties die de consument moet afwijzen om elke betaling voor
één of meer bijkomende producten te vermijden.

 

Afdeling 2. -Overeenkomsten op afstand

 

Onderafdeling 1. -Overeenkomsten op afstand die geen betrekking hebben op financiële diensten
Artikel 45

 

Bij het aanbod van een overeenkomst op afstand moet de consument ondubbelzinnig, op heldere en
begrijpelijke wijze ingelicht worden door elk middel dat aangepast is aan de gebruikte techniek voor
communicatie op afstand, meer bepaald over de volgende elementen :

 

1°de identiteit van de onderneming en haar geograf ische adres;

 

2°de belangrijkstekenmerken van het goed of de dienst;

 

3°de prijs van het goed of de dienst;

 

4°in voorkomend geval, de leveringskosten;

 

5°de wijze van betaling, levering of uitvoering va n de overeenkomst;

 


6°het al dan niet bestaan van een herroepingsrecht;

 

7° de wijze van terugneming en teruggave van het go ed, met inbegrip van de eventueel
daaraan verbonden kosten;

 

8°de kosten voor het gebruik van de techniek voor communicatie op afstand, wanneer die op
een andere grondslag dan het basistarief worden berekend;

 

9°de geldigheidsduur van het aanbod of van de prij s;

 

10°waar passend, de minimumduur van de overeenkoms t in geval van overeenkomsten voor
duurzame of periodieke dienstverlening of levering van goederen.

 

Bovendien moet in geval van telefonische communicatie de identiteit van de onderneming en het

 

commerciële oogmerk van de oproep aan het begin van elk gesprek met de consument expliciet

 

duidelijk worden gemaakt.

 

Artikel 46

 

§ 1. De consument moet schriftelijk of op een andere duurzame drager, te zijner beschikking staand
en voor hem toegankelijk, volgende informatie ontvangen :

 

1° bevestiging van de inlichtingen, vermeld in arti kel 45, 1°, 3° tot 6° en 10°, evenals de
identificatie van het goed of van de dienst;

 

2° in voorkomend geval, de voorwaarden en de wijze van uitoefening van het
herroepingsrecht, evenals het volgende beding, in vetgedrukte letters en in een kader los van
de tekst, op de eerste bladzijde :

 

" De consument heeft het recht aan de onderneming mee te delen dat hij afziet van de
aankoop, zonder betaling van een boete en zonder opgave van motief binnen...
kalenderdagen vanaf de dag die volgt op de levering van het goed of op het sluiten
van de dienstenovereenkomst. "

 

Dit beding wordt aangevuld met het aantal kalenderdagen, dat niet lager mag zijn dan 14.

 

Bij ontstentenis van dit laatste beding, in de voorwaarden bedoeld in § 2, wordt het goed of de
dienst geacht te zijn geleverd aan de consument zonder voorafgaande vraag zijnerzijds en is
deze laatste niet gehouden tot het betalen van het goed of de dienst, of tot het teruggeven
ervan;

 

3° bij ontstentenis van herroepingsrecht, in de ver onderstellingen vermeld in artikel 47, § 4,
het volgende beding, in vetgedrukte letters en in een kader los van de tekst, op de eerste
bladzijde :

 

" De consument beschikt niet over het recht om van de aankoop af te zien. ";

 

4° het geografische adres van de vestiging van de onderneming waar de consument met zijn
klachten terecht kan;

 

5°de inlichtingen betreffende de bestaande diensten na verkoop en commerciële waarborgen;

 

6°de voorwaarden voor opzegging van de overeenkoms t, indien deze van onbepaalde duur is
of een duur van meer dan één jaar heeft.

 

§ 2. De consument moet de informatie, bedoeld in § 1, ontvangen :

 

-voor de goederen : ten laatste bij de levering aan de consument;

 


-voor de diensten : vóór de uitvoering van elke dienstenovereenkomst en desgevallend,
tijdens de uitvoering van de dienstenovereenkomst, zo de uitvoering is begonnen, met het
akkoord van de consument, vóór het verlopen van de herroepingstermijn.

 

§ 3. De bepalingen van §§ 1 en 2 zijn niet van toepassing op diensten die zelf met behulp van een
techniek voor communicatie op afstand worden uitgevoerd, wanneer deze diensten in één keer
worden verleend en rechtstreeks door de communicatietechniek-exploitant worden gefactureerd.
Niettemin moet de consument in ieder geval in kennis gesteld worden van het geografische adres van
de vestiging van de onderneming waar hij zijn klachten kan indienen.

 

Artikel 47

 

§ 1. Bij elke overeenkomst op afstand beschikt de consument over een termijn van ten minste 14
kalenderdagen waarbinnen hij de overeenkomst kan herroepen. Hij kan dit recht uitoefenen zonder
betaling van een boete en zonder opgave van motief.

 

Onverminderd de bepalingen van artikel 48, § 2, tweede streepje, kunnen aan de consument, voor
de uitoefening van zijn herroepingsrecht, slechts de rechtstreekse kosten voor het terugzenden van de
goederen aangerekend worden.

 

Voor de uitoefening van dit recht gaat de termijn in :

 

-voor de goederen, te rekenen van de dag na de levering aan de consument, wanneer aan de
informatieverplichtingen bedoeld in artikel 46, § 1, voldaan is;

 

-voor de diensten, te rekenen van de dag na het afsluiten van de overeenkomst of vanaf de
dag waarop aan de informatieverplichtingen bepaald in artikel 46, § 1, voldaan is, zo daaraan
werd voldaan na het afsluiten van de overeenkomst, mits de termijn de in § 2 vermelde termijn
van drie maanden niet overschrijdt.

 

Wat de naleving van de herroepingstermijnen betreft, wordt de kennisgeving als tijdig aangemerkt
indien zij schriftelijk of op een voor de ontvanger beschikbare en toegankelijke duurzame drager is
verzonden vóór het verstrijken van de termijn.

 

§ 2. Wanneer de onderneming niet heeft voldaan aan de verplichtingen bepaald in artikel 46, § 1, is de
herroepingstermijn drie maanden. Deze termijn gaat in :

 

-voor de goederen, te rekenen van de dag van levering aan de consument;

 

-voor de diensten, te rekenen van de dag waarop de overeenkomst werd afgesloten.

 

Indien binnen deze termijn van drie maanden de inlichtingen bedoeld in artikel 46, § 1, verstrekt zijn,
begint de termijn bedoeld in § 1 te lopen de dag na de ontvangst van de inlichtingen.

 

Voor de goederen die het voorwerp uitmaken van opeenvolgende leveringen beginnen de
herroepingstermijnen te lopen de dag na de eerste levering.

 

§ 3. In geval van uitoefening van het herroepingsrecht waarin voorzien is in §§ 1 en 2, is de
onderneming gehouden tot terugbetaling van de door de consument gestorte bedragen, zonder
kosten. Deze terugbetaling moet plaatsvinden ten laatste binnen de dertig dagen die volgen op de
herroeping.

 

§ 4. Tenzij de partijen anders zijn overeengekomen, kan de consument het herroepingsrecht waarin
§§ 1 en 2 voorzien niet uitoefenen voor overeenkomsten :

 

1° betreffende de levering van diensten waarvan de uitvoering met instemming van de
consument begonnen is vóór het einde van de in § 1 bedoelde herroepingstermijn;

 


2° betreffende de levering van goederen die volgens de specificaties van de consument zijn
vervaardigd of die een duidelijk persoonlijk karakter hebben of die door hun aard niet kunnen
worden teruggezonden of snel kunnen bederven of verouderen;

 

3° betreffende de levering van audio-en video-opna men en computer-programmatuur
waarvan de verzegeling door de consument is verbroken;

 

4°betreffende de levering van dagbladen, tijdschriften en magazines;

 

5°voor diensten voor weddenschappen en loterijen;

 

6°betreffende de levering, op de woon-of verblijf plaats of de werkplek van de consument, van
levensmiddelen of dranken of van andere goederen voor courant huishoudelijk gebruik door
frequent en op gezette tijden langskomende bezorgers.

 

Ingeval de onderneming de consument niet overeenkomstig artikel 45, 6° verwittigd heeft van de
ontstentenis van een herroepingsrecht, beschikt de consument over het herroepingsrecht bedoeld in §

 

2.
Artikel 48

 

§ 1. Tenzij de partijen anders zijn overeengekomen, moet de onderneming de bestelling uitvoeren
uiterlijk binnen dertig dagen te rekenen van de dag volgend op die waarop de consument zijn
bestelling aan de onderneming heeft toegezonden.

 

Indien de onderneming de overeenkomst niet tijdig uitvoert, heeft de consument het recht deze
zonder gerechtelijke tussenkomst en met eenvoudige kennisgeving aan de onderneming, te
ontbinden, mits op dat ogenblik de onderneming het bestelde goed nog niet heeft verzonden of nog
geen aanvang heeft gemaakt met de verstrekking van de bestelde dienst, dit alles onverminderd het
recht van de consument op schadevergoeding zo daar aanleiding toe bestaat. Geen enkele
vergoeding en geen onkosten kunnen van de consument worden geëist uit hoofde van deze
ontbinding.

 

Bovendien moet de consument binnen dertig dagen de bedragen terugbetaald krijgen die hij
desgevallend als betaling heeft gestort.

 

§ 2. Bij uitoefening van het herroepingsrecht met toepassing van artikel 47 kunnen de eventuele
kosten voor terugzending niet ten laste van de consument worden gebracht, indien :

 

-het geleverde goed of de verstrekte dienst niet beantwoordt aan de beschrijving van het
aanbod;

 

-de onderneming haar in de artikelen 45 en 46, § 1 bedoelde informatieverplichtingen niet
heeft vervuld.

 

§ 3. In geval van uitoefening van het herroepingsrecht met toepassing van artikel 47 kan de
consument die een kredietovereenkomst heeft gesloten teneinde de betaling van het goed of van de
dienst, voorwerp van de overeenkomst, volledig of gedeeltelijk te financieren, deze
kredietovereenkomst herroepen zonder kosten noch vergoeding, op voorwaarde :

 

1° dat de kredietovereenkomst werd gesloten met de onderneming of verstrekt door een
derde, voor zover er een akkoord bestaat tussen deze derde en de onderneming, met als doel
het verzekeren van de financiering van de verkoop door deze laatste, en,

 

2°dat de herroeping van de kredietovereenkomst geb eurt binnen de termijnen en volgens de
nadere regels, bedoeld in artikel 47.

 

Onderafdeling 2. -Overeenkomsten op afstand met betrekking tot financiële diensten

 

Artikel 49

 


Voor de overeenkomsten betreffende financiële diensten die een initieel akkoord over diensten
omvatten, gevolgd door opeenvolgende verrichtingen of een reeks in de tijd gespreide aparte
verrichtingen van dezelfde aard, is deze onderafdeling enkel van toepassing op het initiële akkoord.

 

Ingeval een initieel akkoord ontbreekt, maar de opeenvolgende verrichtingen of een reeks in de tijd
gespreide aparte verrichtingen van dezelfde aard tussen dezelfde overeenkomstsluitende partijen
worden uitgevoerd, zijn de artikelen 50 en 51 uitsluitend van toepassing wanneer de eerste verrichting
wordt uitgevoerd. Indien er evenwel langer dan één jaar geen verrichting van dezelfde aard wordt
uitgevoerd, wordt de uitvoering van de volgende verrichting geacht de uitvoering van de eerste van
een nieuwe reeks verrichtingen te zijn waarop de artikelen 50 en 51 van toepassing zijn.

 

Artikel 50

 

§ 1. Te gelegener tijd, voordat de consument gebonden is door een overeenkomst of door een
aanbod, dient hij ondubbelzinnig, op heldere en begrijpelijke wijze en door elk middel dat aangepast is
aan de gebruikte techniek voor communicatie op afstand te worden ingelicht over minstens de
volgende elementen :

 

1°de aanbieder

 

a) de identiteit van de aanbieder, met inbegrip van zijn ondernemingsnummer, zijn
hoofdactiviteit, zijn geografisch adres, alsmede enig ander geografisch adres dat
relevant is voor de betrekkingen tussen consument en aanbieder;

 

b) ingeval de aanbieder vertegenwoordigd wordt in de lidstaat van de Europese Unie
waar de consument woont, de identiteit van deze vertegenwoordiger, en het
geografisch adres dat relevant is voor de betrekkingen tussen de consument en de
vertegenwoordiger;

 

c) indien de consument te maken heeft met een andere onderneming dan de
aanbieder, de identiteit van die onderneming, de hoedanigheid waarin zij tegenover de
consument optreedt en het geografisch adres dat relevant is voor de betrekkingen
tussen de consument en deze onderneming;

 

d) wanneer de activiteit van de aanbieder en/of de andere onderneming waarmee de
consument te maken heeft, onderworpen is aan een vergunningsstelsel, de
coördinaten van de bevoegde toezichthoudende autoriteit;

 

2°de financiële dienst

 

a) een beschrijving van de belangrijkste kenmerken van de financiële dienst;

 

b) de totale prijs die de consument aan de onderneming moet betalen voor de
financiële dienst, met inbegrip van alle daarmee samenhangende vergoedingen,
kosten en uitgaven, alsmede alle belastingen en taksen die via de onderneming
moeten worden betaald, of, wanneer de exacte prijs niet kan worden aangegeven, de
grondslag voor de berekening van de prijs, zodat de consument deze kan nagaan;

 

c) in voorkomend geval, de vermelding dat de financiële dienst betrekking heeft op
instrumenten die bijzondere risico's met zich meebrengen ingevolge hun specifieke
kenmerken of de uit te voeren verrichtingen, of waarvan de prijs afhangt van
schommelingen op de financiële markten waarop de aanbieder geen invloed heeft,
alsmede de vermelding dat in het verleden behaalde resultaten geen enkele waarborg
kunnen geven met betrekking tot het toekomstig rendement;

 

d) de vermelding van het eventuele bestaan van andere taksen, belastingen en/of
kosten die niet via de onderneming worden betaald of door haar worden opgelegd;

 

e) elke beperking van de geldigheidsduur van de verstrekte informatie;

 


f) de wijze van betaling en uitvoering;

 

g) elke specifieke extra kost voor de consument betreffende het gebruik van de
techniek voor communicatie op afstand, wanneer deze bijkomende kost wordt
aangerekend;

 

3°de overeenkomst op afstand

 

a) het al dan niet bestaan van het in artikel 53 bedoelde herroepingsrecht, en, waar
dat recht bestaat, de duur van en de wijze van de uitoefening van dat recht, met
inbegrip van informatie over het bedrag dat de consument gehouden kan zijn te
betalen op grond van artikel 54, § 1, alsook de gevolgen van het niet uitoefenen van
dat recht;

 

b) de minimumduur van de op afstand te sluiten overeenkomst bij permanente of
periodieke verrichting van financiële diensten;

 

c) de informatie over het eventuele recht van de partijen om de overeenkomst
vroegtijdig of eenzijdig op te zeggen op grond van de bepalingen van de
overeenkomst op afstand, met inbegrip van de opzegvergoedingen die de
overeenkomst eventueel oplegt;

 

d) de praktische instructies voor de uitoefening van het herroepingsrecht, met
aanduiding van onder andere het adres waarnaar de kennisgeving moet worden
gezonden;

 

e) de wetgeving of wetgevingen die door de onderneming worden gebruikt als
grondslag voor de totstandkoming van de betrekkingen met de consument vóór de
sluiting van de overeenkomst;

 

f) elke contractuele bepaling inzake het op de overeenkomst toepasselijke recht en/of
inzake de bevoegde rechter;

 

g) de taal of talen waarin de contractvoorwaarden en de in dit artikel bedoelde
voorafgaande informatie worden verstrekt, en voorts de taal of talen waarin de
onderneming, met instemming van de consument, toezegt te zullen communiceren
gedurende de looptijd van de overeenkomst;

 

4°de rechtsmiddelen

 

a) het bestaan of de afwezigheid van buitengerechtelijke klachten-en
beroepsprocedures toegankelijk voor de consument die partij is bij de overeenkomst
op afstand, en indien deze bestaan, de wijze waarop men er gebruik van kan maken;

 

b) het bestaan van garantiefondsen of andere compensatieregelingen die niet vallen
onder de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de
kredietinstellingen en onder de wet van 17 december 1998 tot oprichting van een
beschermingsfonds voor deposito's en financiële instrumenten en tot reorganisatie
van de beschermingsregelingen voor depostio's en financiële instrumenten.

 

Het commerciële oogmerk van die informatie moet duidelijk vast te stellen zijn.

 

§ 2. Informatie over contractuele verplichtingen, die in de precontractuele fase aan de consument
wordt meegedeeld, dient in overeenstemming te zijn met de contractuele verplichtingen die in geval
van het sluiten van de overeenkomst op afstand zouden gelden op grond van het toepasselijk geachte
recht.

 

Artikel 51

 


In geval van communicatie per spraaktelefonie moeten de identiteit van de onderneming en het
commerciële oogmerk van de oproep aan het begin van elk gesprek met de consument expliciet
duidelijk worden gemaakt.

 

Mits de consument hiermee uitdrukkelijk toestemt, hoeft alleen de volgende informatie te worden
verstrekt :

 

a) de identiteit en de hoedanigheid van de persoon die in contact staat met de consument en
zijn band met de aanbieder;

 

b) een beschrijving van de belangrijkste kenmerken van de financiële dienst;

 

c) de totale prijs die de consument aan de onderneming moet betalen voor de financiële
dienst, met inbegrip van alle daarmee samenhangende vergoedingen, kosten en uitgaven,
alsmede alle belastingen en taksen die via de onderneming moeten worden betaald, of,
wanneer de exacte prijs niet kan worden aangegeven, de grondslag voor de berekening van
de prijs, zodat de consument deze kan nagaan;

 

d) de vermelding van het eventuele bestaan van andere taksen, belastingen en/of kosten die
niet via de onderneming worden betaald of door haar worden opgelegd;

 

e) het al dan niet bestaan van het herroepingsrecht waarin artikel 53 voorziet en, waar dat
recht bestaat, de duur en de wijze van de uitoefening van dat recht, met inbegrip van
informatie over het bedrag dat de consument gehouden kan zijn te betalen op grond van
artikel 54, § 1, alsook de gevolgen van het niet uitoefenen van dat recht.

 

De onderneming deelt de consument mee dat op verzoek andere informatie beschikbaar is, en stelt
hem in kennis van de aard van die informatie. De onderneming verstrekt in elk geval de volledige
informatie wanneer ze voldoet aan haar verplichtingen krachtens artikel 52.

 

Artikel 52

 

§ 1. Te gelegener tijd voordat de consument gebonden is door een overeenkomst op afstand of door
een aanbod, stelt de onderneming de consument in kennis van alle contractvoorwaarden en van de in
artikel 50, § 1, bedoelde informatie, op papier of op een andere voor de consument beschikbare en
toegankelijke duurzame drager.

 

§ 2. De onderneming voldoet onmiddellijk na de sluiting van de overeenkomst aan de verplichting
waartoe ze gehouden is krachtens § 1, wanneer de overeenkomst op afstand op verzoek van de
consument is gesloten met gebruikmaking van een techniek voor communicatie op afstand waarmee
de contractvoorwaarden en de informatie niet overeenkomstig § 1 kunnen worden verstrekt.

 

§ 3. Gedurende de contractuele relatie heeft de consument, wanneer hij het vraagt, te allen tijde het
recht om de contractvoorwaarden op papier te verkrijgen. Voorts heeft de consument het recht om van
de gebruikte techniek voor communicatie op afstand te veranderen, tenzij dat niet te verenigen is met
de gesloten overeenkomst of de aard van de verstrekte financiële dienst.

 

Artikel 53

 

§ 1. De consument beschikt over een termijn van minstens 14 kalenderdagen om de overeenkomst op
afstand met betrekking tot een financiële dienst te herroepen. Hij kan dit recht uitoefenen zonder
betaling van een boete en zonder opgave van enige reden.

 

Voor de uitoefening van dit recht gaat de termijn in :

 

-hetzij op de dag waarop de overeenkomst op afstand wordt gesloten,

 

-hetzij op de dag waarop de consument de in artikel 52, § 1 of § 2, bedoelde
contractsvoorwaarden en informatie ontvangt, indien deze dag valt na die welke is bedoeld in
het eerste streepje.

 


De kennisgeving wordt als tijdig aangemerkt indien zij schriftelijk of op een voor de ontvanger
beschikbare en toegankelijke duurzame drager is verzonden vóór het verstrijken van de termijn.

 

§ 2. Het herroepingsrecht is niet van toepassing op :
1° financiële diensten waarvan de prijs afhankelijk is van schommelingen op de financiële
markt waarop de aanbieder geen vat heeft, en die zich tijdens de herroepingstermijn kunnen
voordoen.

 

Dit geldt onder meer voor diensten in verband met :
-wisselverrichtingen,
-geldmarktinstrumenten,
-effecten,
-rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging,
-financiële termijncontracten (" futures "), met inbegrip van gelijkwaardige

 

instrumenten die aanleiding geven tot afwikkeling in contanten,
-rentetermijncontracten (" FRA's "),
-rente-of valutaswaps en swaps betreffende aan aandelen of een aandelenindex

 


gekoppelde cashflows (" equity swaps "),
-opties ter verkrijging of vervreemding van in dit punt bedoelde instrumenten, met
inbegrip van gelijkwaardige instrumenten die aanleiding geven tot afwikkeling in
contanten, inzonderheid valuta-en renteopties;

 


2°overeenkomsten die op uitdrukkelijk verzoek van de consument door beide partijen volledig
zijn uitgevoerd voordat de consument van zijn herroepingsrecht gebruik maakt;
3°de hypothecaire kredietovereenkomsten onderworpen aan de wet van 4 augustus 1992 op

 

het hypothecair krediet.
§ 3. Indien aan een overeenkomst op afstand voor een bepaalde financiële dienst een andere
overeenkomst is gehecht betreffende financiële diensten die worden geleverd door een aanbieder of
door een derde op grond van een overeenkomst tussen de derde en de onderneming, wordt die
bijkomende overeenkomst zonder boete ontbonden indien de consument zijn herroepingsrecht
bedoeld in § 1 uitoefent.

 

Artikel 54

 

§ 1. Gedurende de herroepingstermijn mag met de uitvoering van de overeenkomst pas na
toestemming van de consument een begin worden gemaakt.

 

Oefent de consument het in artikel 53, § 1, bedoelde herroepingsrecht uit, dan is hij enkel gehouden
tot de onverwijlde betaling van de door de aanbieder krachtens de overeenkomst op afstand effectief
verleende financiële dienst.

 

Het te betalen bedrag mag :

 

-niet hoger zijn dan een bedrag evenredig aan de verhouding tussen de reeds geleverde
dienst en het geheel van de prestaties waarin de overeenkomst op afstand voorziet;

 

-in geen geval zo hoog zijn dat het als een boete kan worden opgevat.

 


§ 2. De aanbieder kan van de consument slechts betaling op grond van § 1 eisen indien hij kan
aantonen dat de consument overeenkomstig artikel 50, § 1, 3°, a), naar behoren geïnformeerd was
over het te betalen bedrag. Hij mag deze betaling in geen geval eisen wanneer hij, zonder dat de
consument daarom vooraf heeft verzocht, vóór het verstrijken van de in artikel 53, § 1, bedoelde
herroepingstermijn, met de uitvoering van de overeenkomst begonnen is.

 

§ 3. De aanbieder is ertoe gehouden de consument zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen dertig
kalenderdagen alle bedragen terug te betalen die hij krachtens de overeenkomst op afstand van hem
ontvangen heeft, met uitzondering van het in § 1 bedoelde bedrag. Deze termijn gaat in op de dag
waarop de aanbieder de kennisgeving van de herroeping ontvangt.

 

§ 4. De consument geeft de aanbieder onverwijld, en uiterlijk binnen dertig kalenderdagen, alle
bedragen en/of zaken terug die hij van de aanbieder heeft ontvangen. Deze termijn gaat in op de dag
waarop de consument de kennisgeving van zijn herroeping verzendt.

 

Artikel 55

 

§ 1. De aanbieder is jegens de consument aansprakelijk voor het naleven van de verplichtingen
voortvloeiend uit de artikelen 50 tot 52.

 

§ 2. Bij niet-naleving van de verplichtingen voortvloeiend uit de artikelen 50, § 1, 2° en 3°, 51 en 5 2,
kan de consument de overeenkomst via een met redenen omkleed en ter post aangetekend schrijven
binnen een redelijke termijn vanaf het ogenblik waarop hij kennis had of hoorde te hebben van de nietnageleefde
verplichting, zonder kosten en zonder boete opzeggen.

 

Onderafdeling 3. -Aan deze afdeling gemene bepalingen

 

Artikel 56

 

§ 1. Het komt aan de onderneming toe het bewijs te leveren dat ze heeft voldaan aan de
verplichtingen inzake de informatie aan de consument, de naleving van de termijnen, de toestemming
van de consument met het sluiten van de overeenkomst en, in voorkomend geval, met de uitvoering
ervan gedurende de herroepingstermijn. In geval van overeenkomsten op afstand met betrekking tot
financiële diensten komt dit bewijs aan de aanbieder toe.

 

De bedingen en voorwaarden, of de combinaties van bedingen en voorwaarden die ertoe strekken
de bewijslast voor de naleving van alle of een deel van de in deze afdeling bedoelde verplichtingen die
rusten op de onderneming en, in het geval van overeenkomsten op afstand met betrekking tot
financiële diensten, op de aanbieder, op de consument te leggen, zijn verboden en nietig.

 

§ 2. Elk beding waarbij de consument verzaakt aan het voordeel van de rechten die hem door deze
afdeling worden toegekend, wordt voor niet geschreven gehouden.

 

§ 3. Elk beding dat de wet van een staat die geen lid is van de Europese Unie op de overeenkomst
toepasselijk verklaart, is verboden en nietig voor wat de in deze afdeling geregelde aangelegenheden
betreft, wanneer bij gebreke van dat beding de wet van een lidstaat van de Europese Unie van
toepassing zou zijn en die wet de consumenten in de genoemde aangelegenheden een hogere
bescherming zou bieden.

 

§ 4. De verzending van goederen en van titels die diensten vertegenwoordigen, gebeurt steeds op
risico van degene die met de consument heeft gecontracteerd.

 

Artikel 57

 

§ 1. In het kader van deze afdeling kan de Koning :

 

1° bijzondere bepalingen uitvaardigen voor bepaalde technieken voor communicatie op
afstand, desgevallend rekening houdend met de eigenheden van de kleine en middelgrote
ondernemingen;

 


2° de goederen of categorieën van goederen die Hij aanduidt, uit het toepassingsgebied
uitsluiten van deze afdeling of van sommige bepalingen die Hij aanwijst;

 

3° de diensten of categorieën van diensten die Hij aanduidt, uit het toepassingsgebied
uitsluiten van deze afdeling of van sommige bepalingen die Hij aanwijst;

 

4° bijzondere bepalingen uitvaardigen voor de goede ren of categorieën van goederen die Hij
aanduidt;

 

5° bijzondere bepalingen uitvaardigen voor de diens ten of categorieën van diensten die Hij
aanduidt;

 

6° bijzondere bepalingen uitvaardigen voor de openb are verkopen die worden georganiseerd
door middel van een techniek voor communicatie op afstand.

 

§ 2. Vooraleer een besluit voor te stellen met toepassing van de bepalingen van deze afdeling,
raadpleegt de minister de Raad voor het Verbruik en de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de

 

K.M.O. en bepaalt hij de redelijke termijn binnen dewelke het advies moet worden gegeven. Na deze
termijn is het advies niet meer vereist.
Afdeling 3. -Overeenkomsten gesloten buiten de lokalen van de onderneming

 

Artikel 58

 

§ 1. In deze afdeling worden bedoeld, de verkopen aan de consument van goederen en diensten door
een onderneming :

 

1°ten huize van de consument of van een andere consument, alsook op de arbeidsplaats van
de consument;

 

2° tijdens een door of voor de onderneming buiten h aar verkoopruimte georganiseerde
excursie;

 

3° op salons, beurzen en tentoonstellingen, op voor waarde dat er ter plaatse geen betaling
van het totale bedrag gebeurt en dat de prijs hoger is dan 200 euro.

 

§ 2. De Koning kan :

 

-het bedrag vermeld in § 1, 3°, aanpassen;
-het toepassingsgebied van deze afdeling uitbreiden tot verkopen verricht op andere plaatsen
die Hij aanwijst.

 


Vooraleer een besluit voor te stellen raadpleegt de Minister de Raad voor het Verbruik en de Hoge

 

Raad voor de Zelfstandigen en de K.M.O. en bepaalt hij de redelijke termijn binnen dewelke het

 

advies moet worden gegeven. Na deze termijn is het advies niet meer vereist.

 

Artikel 59

 

Vallen niet onder de toepassing van deze afdeling :

 

1° de verkopen bedoeld in artikel 58, § 1, 1°, met betrekking tot een goed of een dienst
waarvoor de consument het bezoek van de onderneming vooraf en uitdrukkelijk gevraagd
heeft met de bedoeling te onderhandelen over de aankoop van dat goed of van die dienst.

 

Het door de consument gegeven akkoord met een door de onderneming telefonisch
voorgesteld bezoekaanbod vormt geen voorafgaand verzoek;

 

2° de verkopen van levensmiddelen, dranken en huish oudelijke onderhoudsartikelen door
ondernemingen die, door frequente en geregelde rondes, cliënteel bedienen door middel van
ambulante winkels;

 


3°de openbare verkopen;

 

4°de verkopen op afstand;

 

5°de verkopen van verzekeringen;

 

6° de verkopen georganiseerd in het raam van manife staties zonder handelskarakter en met
een uitsluitend menslievend doel, onder de voorwaarden bepaald in uitvoering van de wet van
25 juni 1993 betreffende de uitoefening van ambulante activiteiten en de organisatie van
openbare markten, en voor zover de verkoopsom 50 euro niet overschrijdt. De Koning kan dit
bedrag aanpassen;

 

7° de overeenkomsten inzake consumentenkrediet onde rworpen aan de wetgeving
betreffende het consumentenkrediet.

 

Artikel 60

 

Onverminderd de gemeenrechtelijke voorschriften inzake het bewijs moeten de verkopen aan de
consument, bedoeld in deze afdeling, op straffe van nietigheid, het voorwerp uitmaken van een
geschreven overeenkomst opgemaakt in zoveel exemplaren als er contracterende partijen met een
onderscheiden belang zijn.

 

Dit contract moet vermelden :

 

-de naam en het adres van de onderneming;

 

-de datum en de plaats van de sluiting van de overeenkomst;

 

-de nauwkeurige aanwijzing van het goed of van de dienst, alsook de belangrijkste
kenmerken ervan;

 

-de termijn voor de levering van het goed of voor het verlenen van de dienst;

 

-de te betalen prijs en de wijzen van betaling;

 

-het hierna volgend herroepingsbeding, in vet gedrukte letters en in een kader los van de
tekst, op de voorzijde van de eerste bladzijde :

 

" Binnen zeven werkdagen, te rekenen van de dag die volgt op die van de
ondertekening van dit contract, heeft de consument het recht om zonder kosten zijn
aankoop te herroepen, op voorwaarde dat hij de onderneming hiervan bij een ter post
aangetekende brief op de hoogte brengt. Elk beding waarbij de consument aan dit
recht zou verzaken, is nietig. Wat betreft het in acht nemen van de termijn, is het
voldoende dat de kennisgeving verstuurd wordt vóór het verstrijken ervan. "

 

Deze laatste vermelding is voorgeschreven op straffe van nietigheid van de overeenkomst.

 

Artikel 61

 

De verkopen van goederen of diensten, bedoeld in artikel 58, zijn slechts definitief na een termijn van
zeven werkdagen te rekenen vanaf de dag die volgt op die van de ondertekening van het contract
bedoeld in artikel 60.

 

Tijdens deze bedenktermijn heeft de consument het recht aan de onderneming, bij een ter post
aangetekende brief, mee te delen dat hij zijn aankoop herroept. De mededeling wordt als tijdig
aangemerkt indien zij is verzonden vóór het verstrijken van de bedenktermijn.

 

Geen enkele levering van een dienst mag gebeuren vooraleer de bedenktermijn bedoeld in dit artikel
is verstreken.

 


Met uitzondering van de verkopen bedoeld in artikel 58, § 1, 3°, mag onder geen enkel voorwendsel
een voorschot of betaling, in welke vorm ook, van de consument worden geëist noch aanvaard
vooraleer de in dit artikel bedoelde bedenktermijn is verstreken.

 

Artikel 62

 

Bij verkoop op proef neemt de bedenktermijn een aanvang op de dag waarop het goed wordt
geleverd en eindigt hij met het verstrijken van de proefperiode, zonder dat hij korter mag zijn dan
zeven werkdagen.

 

Artikel 63

 

Indien de consument zijn aankoop herroept, kunnen hem daarvoor geen kosten worden
aangerekend, noch kan van hem daarvoor schadevergoeding worden gevraagd.

 

Artikel 64

 

De tekoopaanbieding en de verkoop van goederen door middel van ambulante activiteiten is slechts
toegestaan voor zover daarbij de wetgeving op die activiteiten wordt nageleefd. Voor het overige zijn
de bepalingen van deze wet daarop van toepassing.

 

Afdeling 4. -Openbare verkoop

 

Artikel 65

 

§ 1. De openbare tekoopaanbiedingen en verkopen aan de consument, hetzij bij opbod, hetzij bij
afslag, van vervaardigde goederen en de uitstalling van deze goederen met het oog op dergelijke
verkopen, vallen onder de bepalingen van deze afdeling, met uitzondering evenwel van de
tekoopaanbiedingen en verkopen :

 

1. zonder handelskarakter;
2. van kunstvoorwerpen of voorwerpen uit een verzameling -met uitsluiting van tapijten en
juwelen -of antiek;
3. ter uitvoering van een wetsbepaling of van een rechterlijke beslissing;
4. in het kader van een gerechtelijke reorganisatie of faillissement;
5. door middel van een techniek voor communicatie op afstand.
§ 2. De Koning kan bijzondere voorwaarden stellen voor de openbare tekoopaanbiedingen en
verkopen van goederen die Hij bepaalt. Hij kan tevens de voorwaarden vaststellen waaraan de
openbare tekoopaanbiedingen en verkopen van goederen door middel van een techniek voor
communicatie op afstand is onderworpen.

 

Artikel 66

 

§ 1. De openbare tekoopaanbiedingen en verkopen bedoeld in artikel 65 zijn alleen toegelaten
wanneer zij op gebruikte goederen betrekking hebben.

 

§ 2. Als gebruikt wordt beschouwd elk goed dat duidelijke tekenen van gebruik vertoont, behalve
indien de duidelijke tekenen van gebruik uitsluitend het resultaat zijn van een kunstmatig uitgevoerde
verouderingsbehandeling, alsmede elk goed waarvan de onderneming kan bewijzen dat het reeds op
normale wijze werd gebruikt.

 

Artikel 67

 


De Koning kan, voor bepaalde goederen, afwijkingen toestaan van de bepaling van artikel 66, § 1,
wanneer blijkt dat het moeilijk of onmogelijk is deze goederen volgens andere verkoopsmethodes aan
te bieden of te verkopen.

 

Artikel 68

 

De openbare tekoopaanbiedingen en verkopen in de zin van artikel 65 mogen enkel gehouden
worden in lokalen die hiervoor uitsluitend zijn bestemd, behoudens afwijkingen die, bij noodzaak,
worden toegestaan door de minister of door de door hem daartoe aangewezen ambtenaar.

 

Eenieder die een openbare tekoopaanbieding of verkoop organiseert, is verantwoordelijk voor de
naleving van de bepalingen van het eerste lid en van artikel 66.

 

De organisator moet goed leesbaar zijn naam, voornaam of maatschappelijke benaming, woonplaats
of maatschappelijke zetel en zijn ondernemingsnummer vermelden op alle aankondigingen, reclame
en documenten die betrekking hebben op de openbare tekoopaanbieding en verkoop.

 

Deze vermelding mag in geen geval vervangen worden door de aanduiding van de ministeriële
ambtenaar die belast is met de openbare verkoopverrichtingen.

 

Artikel 69

 

Bij niet-naleving van de bepalingen van deze afdeling kunnen de door de minister aangestelde
ambtenaren, bedoeld in artikel 133, en de officieren van gerechtelijke politie een proces-verbaal
opstellen. Een kopie van dit proces-verbaal wordt afgegeven of per aangetekende brief toegestuurd
aan de organisator of zijn aangestelde.

 

Voornoemde ambtenaren kunnen in dit geval ter plaatse mondeling verbieden tot de verkoop van de
goederen opgenomen in het proces-verbaal over te gaan, of de stopzetting van deze verkoop
bevelen.

 

Zij kunnen overgaan tot de beslaglegging ten bewarende titel van de goederen die het voorwerp van
de inbreuk uitmaken, overeenkomstig de bepalingen van artikel 137, § 1.

 

Artikel 70

 

De ministeriële ambtenaar die belast is met de openbare verkoopverrichtingen moet zijn
medewerking weigeren aan verrichtingen met betrekking tot goederen die krachtens artikel 69, derde
lid, in beslag werden genomen.

 

Afdeling 5. -Gezamenlijk aanbod

 

Artikel 71

 

Onverminderd artikel 72, is het gezamenlijk aanbod aan de consument toegelaten voor zover het
geen oneerlijke handelspraktijk in de zin van de artikelen 84 en volgende uitmaakt.

 

Artikel 72

 

§ 1. Elk gezamenlijk aanbod aan de consument, waarvan minstens één bestanddeel een financiële
dienst is, en dat verricht wordt door een onderneming of door verscheidene ondernemingen die
handelen met een gemeenschappelijke bedoeling, is verboden.

 

§ 2. In afwijking van § 1 is het evenwel geoorloofd gezamenlijk aan te bieden :

 

1°financiële diensten die een geheel vormen;

 

De Koning kan, op voordracht van de bevoegde ministers en van de minister van Financiën,
de in de financiële sector aangeboden diensten aanduiden die een geheel vormen;

 


2°financiële diensten en kleine door de handelsgebruiken aanvaarde goederen en diensten;

 

3°financiële diensten en titels tot deelneming aan wettig toegestane loterijen;

 

4° financiële diensten en voorwerpen waarop onuitwi sbare en duidelijk zichtbare
reclameopschriften zijn aangebracht, welke als dusdanig niet in de handel voorkomen, op
voorwaarde dat de prijs waartegen de onderneming ze heeft gekocht, niet meer bedraagt dan
10 euro, excl. btw, of 5 % van de verkoopprijs, excl. btw, van de financiële dienst waarmee ze
worden aangeboden. Het percentage van 5 % is van toepassing wanneer het bedrag dat
hiermee overeenstemt hoger is dan 10 euro;

 

5°financiële diensten en chromo's, vignetten en andere beelden met geringe handelswaarde;

 

6° financiële diensten en titels bestaande uit docu menten die, na de aanschaf van een
bepaald aantal diensten, recht geven op een gratis aanbod of een prijsvermindering bij de
aanschaf van een gelijkaardige dienst, voor zover dat voordeel door dezelfde onderneming
verstrekt wordt en niet meer bedraagt dan een derde van de prijs van de vroeger
aangeschafte diensten.

 

De titels moeten de eventuele uiterste geldigheidsduur en de voorwaarden van het aanbod
vermelden.

 

Wanneer de onderneming een einde maakt aan haar aanbod, heeft de consument recht op het
aangeboden voordeel naar verhouding van de vroeger gedane aankopen.

 

Afdeling 6. -Onrechtmatige bedingen

 

Artikel 73

 

Voor de beoordeling van het onrechtmatige karakter van een beding van een overeenkomst worden
alle omstandigheden rond de sluiting van de overeenkomst, alsmede alle andere bedingen van de
overeenkomst of van een andere overeenkomst waarvan deze afhankelijk is, op het ogenblik waarop
de overeenkomst is gesloten in aanmerking genomen, rekening houdend met de aard van de
producten waarop de overeenkomst betrekking heeft.

 

Voor de beoordeling van het onrechtmatige karakter wordt tevens rekening gehouden met het in
artikel 40, § 1, bepaalde vereiste van duidelijkheid en begrijpelijkheid van het beding.

 

De beoordeling van het onrechtmatige karakter van bedingen heeft geen betrekking op de bepaling
van het eigenlijke voorwerp van de overeenkomst, noch op de gelijkwaardigheid van, enerzijds, de
prijs of vergoeding, en, anderzijds, de als tegenprestatie te leveren goederen of te verrichten diensten,
voor zover die bedingen duidelijk en begrijpelijk zijn geformuleerd.

 

Artikel 74

 

In de overeenkomsten gesloten tussen een onderneming en een consument zijn in elk geval
onrechtmatig, de bedingen en voorwaarden of de combinaties van bedingen en voorwaarden die ertoe
strekken :

 

1° te voorzien in een onherroepelijke verbintenis v an de consument terwijl de uitvoering van
de prestaties van de onderneming onderworpen is aan een voorwaarde waarvan de
verwezenlijking uitsluitend afhankelijk is van haar wil;

 

2° in overeenkomsten van onbepaalde duur te bepalen dat de prijs van de producten wordt
vastgelegd op het ogenblik van levering, dan wel de onderneming toe te laten eenzijdig de
prijs te verhogen of de voorwaarden ten nadele van de consument te wijzigen op basis van
elementen die enkel afhangen van haar wil, zonder dat de consument in al deze gevallen het
recht heeft om vooraleer de nieuwe prijs of de nieuwe voorwaarden van kracht worden, de
overeenkomst zonder kosten of schadevergoeding te beëindigen en hem daartoe een
redelijke termijn wordt gelaten.

 


Zijn echter geoorloofd en geldig :

 

a) de bedingen van prijsindexering, voor zover deze niet onwettig zijn en de wijze
waarop de prijzen worden aangepast expliciet beschreven is in de overeenkomst;

 

b) de bedingen waarbij de onderneming van financiële diensten zich het recht
voorbehoudt de door of aan de consument te betalen rentevoet te wijzigen, zonder
enige opzegtermijn in geval van geldige reden, mits de onderneming verplicht wordt
dit ter kennis te brengen van de consument en deze vrij is de overeenkomst
onmiddellijk op te zeggen;

 

3° in overeenkomsten van bepaalde duur te bepalen d at de prijs van de producten wordt
vastgelegd op het ogenblik van levering, dan wel de onderneming toe te laten eenzijdig de
prijs te verhogen of de voorwaarden ten nadele van de consument te wijzigen op basis van
elementen die enkel afhangen van haar wil, zelfs indien op dat ogenblik de consument de
mogelijkheid wordt geboden om de overeenkomst te beëindigen.

 

De in het 2°, tweede lid, bepaalde uitzonderingen z ijn ook van toepassing met betrekking tot
het in het eerste lid bedoelde geval;

 

4° de onderneming het recht te verlenen om de kenme rken van het te leveren product te
wijzigen, indien die kenmerken wezenlijk zijn voor de consument, of voor het gebruik waartoe
hij het product bestemt, althans voor zover dit gebruik aan de onderneming was medegedeeld
en door haar aanvaard of voor zover, bij gebrek aan een dergelijke specificatie, dit gebruik
redelijkerwijze was te voorzien;

 

5°de leveringstermijn van een product eenzijdig te bepalen of te wijzigen;

 

6° de onderneming het recht te geven eenzijdig te b epalen of het geleverde goed of de
verleende dienst aan de bepalingen van de overeenkomst beantwoorden of haar het
exclusieve recht te geven om een of ander beding van de overeenkomst te interpreteren;

 

7° de consument te verbieden de ontbinding van de o vereenkomst te vragen ingeval de
onderneming haar verbintenis niet nakomt;

 

8° het recht van de consument te beperken om de ove reenkomst op te zeggen, wanneer de
onderneming, in het raam van een contractuele garantieverplichting, haar verbintenis om het
goed te herstellen of te vervangen niet of niet binnen een redelijke termijn nakomt;

 

9°de consument ertoe te verplichten zijn verbinten issen na te komen, terwijl de onderneming
de hare niet is nagekomen, of in gebreke zou zijn deze na te komen;

 

10° onverminderd artikel 1184 van het Burgerlijk We tboek, de onderneming toe te staan de
overeenkomst voor bepaalde duur eenzijdig te beeïndigen zonder schadeloosstelling voor de
consument, behoudens overmacht;

 

11° onverminderd artikel 1184 van het Burgerlijk We tboek, de onderneming toe te staan een
overeenkomst van onbepaalde duur op te zeggen zonder redelijke opzegtermijn, behoudens
overmacht;

 

12° de consument niet toe te staan bij overmacht de overeenkomst te ontbinden, tenzij tegen
betaling van een schadevergoeding;

 

13° de onderneming te ontslaan van haar aansprakeli jkheid voor haar opzet, haar grove
schuld of voor die van haar aangestelden of lasthebbers, of, behoudens overmacht, voor het
niet-uitvoeren van een verbintenis die een van de voornaamste prestaties van de
overeenkomst vormt;

 


14° de wettelijke waarborg voor verborgen gebreken, bepaald bij de artikelen 1641 tot 1649
van het Burgerlijk Wetboek, of de wettelijke verplichting tot levering van een goed dat met de
overeenkomst in overeenstemming is, bepaald bij de artikelen 1649bis tot 1649octies van het
Burgerlijk Wetboek, op te heffen of te verminderen;

 

15° een onredelijk korte termijn te bepalen om gebr eken in het geleverde product aan de
onderneming te melden;

 

16° de consument te verbieden zijn schuld tegenover de onderneming te compenseren met
een schuldvordering die hij op haar zou hebben;

 

17° het bedrag vast te leggen van de vergoeding ver schuldigd door de consument die zijn
verplichtingen niet nakomt, zonder in een gelijkwaardige vergoeding te voorzien ten laste van
de onderneming die in gebreke blijft;

 

18° de consument voor een onbepaalde termijn te bin den, zonder duidelijke vermelding van
een redelijke opzeggingstermijn;

 

19° de overeenkomst van bepaalde duur voor de opeenvolgende levering van goederen voor
een onredelijke termijn te verlengen indien de consument niet tijdig opzegt;

 

20°een overeenkomst van bepaalde duur automatisch te verlengen bij het ontbreken van een
tegengestelde kennisgeving van de consument, terwijl een al te ver van het einde van de
overeenkomst verwijderde datum is vastgesteld als uiterste datum voor de kennisgeving van
de wil van de consument om de overeenkomst niet te verlengen;

 

21°de bewijsmiddelen waarop de consument een beroep kan doen op ongeoorloofde wijze te
beperken of hem een bewijslast op te leggen die normaliter op een andere partij bij de
overeenkomst rust;

 

22°in geval van betwisting, de consument te doen afzien van elk middel van verhaal tegen de
onderneming;

 

23° de onderneming toe te staan haar vordering op d e consument, op grond van een
contractueel bedongen keuze van woonplaats, voor een andere rechter in te leiden dan die
welke is aangewezen in artikel 624, 1°, 2°en 4°, v an het Gerechtelijk Wetboek, onverminderd
de toepassing van Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000
betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van
beslissingen in burgerlijke en handelszaken;

 

24° in geval van niet-uitvoering of vertraging in d e uitvoering van de verbintenissen van de
consument, schadevergoedingsbedragen vast te stellen die duidelijk niet evenredig zijn aan
het nadeel dat door de onderneming kan worden geleden;

 

25° de wettelijke aansprakelijkheid van de ondernem ing uit te sluiten of te beperken bij
overlijden of lichamelijk letsel van de consument ten gevolge van een doen of nalaten van
deze onderneming;

 

26° op onweerlegbare wijze de instemming van de con sument vast te stellen met bedingen
waarvan deze niet daadwerkelijk kennis heeft kunnen nemen vóór het sluiten van de
overeenkomst;

 

27° de onderneming toe te staan door de consument b etaalde bedragen te behouden
wanneer deze afziet van het sluiten of het uitvoeren van de overeenkomst, zonder erin te
voorzien dat de consument een gelijkwaardig bedrag aan schadevergoeding mag ontvangen
van de onderneming wanneer deze laatste zich terugtrekt;

 

28° de onderneming toe te staan de door de consumen t betaalde voorschotten te behouden
ingeval de onderneming zelf de overeenkomst opzegt;

 


29° de verplichting van de onderneming te beperken om de verbintenissen na te komen die
door haar gevolmachtigden zijn aangegaan, of haar verbintenissen te laten afhangen van het
naleven van een bijzondere formaliteit;

 

30° op ongepaste wijze de wettelijke rechten van de consument ten aanzien van de
onderneming of een andere partij uit te sluiten of te beperken in geval van volledige of
gedeeltelijke wanprestatie of van gebrekkige uitvoering door de onderneming van een van
haar contractuele verplichtingen;

 

31°te voorzien in de mogelijkheid van overdracht van de overeenkomst door de onderneming,
wanneer hierdoor de garanties voor de consument zonder diens instemming geringer kunnen
worden;

 

32° de voor een product aangekondigde prijs te verh ogen omwille van de weigering van de
consument om via bankdomiciliëring te betalen;

 

33° de voor een product aangekondigde prijs te verh ogen omwille van de weigering van de
consument om zijn facturen via elektronische post te ontvangen.

 

Artikel 75

 

§ 1. Elk onrechtmatig beding is verboden en nietig.

 

De overeenkomst blijft bindend voor de partijen indien ze zonder de onrechtmatige bedingen kan
voortbestaan.

 

De consument kan geen afstand doen van de rechten die hem bij deze afdeling worden toegekend.

 

§ 2. Een beding dat de wet van een Staat die geen lid is van de Europese Unie op de overeenkomst
toepasselijk verklaart, wordt wat de in deze afdeling geregelde aangelegenheden betreft voor niet
geschreven gehouden wanneer, bij gebreke van dat beding, de wet van een lidstaat van de Europese
Unie toepasselijk zou zijn en die wet de consument in de genoemde aangelegenheden een hogere
bescherming zou bieden.

 

Artikel 76

 

Teneinde het evenwicht van de rechten en de plichten tussen partijen te verzekeren bij de verkoop
van producten aan de consument of teneinde de eerlijkheid bij commerciële transacties te verzekeren,
kan de Koning, bij een in Ministerraad overlegd besluit, voor de sectoren van de professionele
activiteit of voor de categorieën van producten die Hij aanwijst, het gebruik van bepaalde bedingen
voorschrijven of verbieden in de overeenkomsten aangegaan tussen een onderneming en een
consument. Hij kan ook het gebruik van typecontracten opleggen.

 

Alvorens een besluit ter uitvoering van het eerste lid voor te stellen, raadpleegt de Minister de
Commissie voor Onrechtmatige Bedingen en de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de K.M.O. en
bepaalt de redelijke termijn waarbinnen het advies moet worden gegeven. Eenmaal deze termijn is
verstreken, is het advies niet meer vereist.

 

Artikel 77

 

§ 1. De Commissie voor Onrechtmatige Bedingen neemt kennis van de bedingen en voorwaarden die
in tekoopaanbiedingen en in verkopen van producten van ondernemingen aan consumenten
voorkomen.

 

§ 2. Op de Commissie kan een beroep worden gedaan door de minister, de consumentenorganisaties
en de betrokken interprofessionele en bedrijfsgroeperingen.

 

Zij kan ook van ambtswege optreden.

 

§ 3. De Koning bepaalt de samenstelling van de Commissie.

 


Artikel 78

 

§ 1. De Commissie beveelt aan :

 

1° de schrapping of wijziging van bedingen en voorw aarden die haar kennelijk het evenwicht
tussen de rechten en verplichtingen van de partijen lijken te verstoren, ten nadele van de
consument;

 

2° de invoeging van vermeldingen, bedingen en voorw aarden die haar voor de voorlichting
van de consument noodzakelijk lijken of waarvan de ontstentenis haar kennelijk het evenwicht
tussen de rechten en verplichtingen van de partijen lijkt te verstoren, ten nadele van de
consument;

 

3° de bedingen en voorwaarden zo op te stellen en o p te maken dat de consument de
betekenis en de draagwijdte ervan kan begrijpen.

 

Interprofessionele en bedrijfsgroeperingen of consumentenorganisaties kunnen de Commissie om
advies verzoeken over ontwerpen van bedingen of voorwaarden die in tekoopaanbiedingen en in
verkopen van producten tussen ondernemingen en consumenten voorkomen.

 

§ 2. In het raam van haar bevoegdheden stelt de Commissie aan de minister wijzigingen in de wetten
of verordeningen voor die haar wenselijk lijken.

 

§ 3. De Commissie stelt jaarlijks een verslag op over haar werkzaamheden en maakt dit verslag
bekend. Dat verslag omvat onder meer de volledige tekst van de aanbevelingen en voorstellen die zij
in de loop van het jaar gedaan heeft.

 

Afdeling 7. -Bestelbon

 

Artikel 79

 

Bij verkoop is elke onderneming verplicht een bestelbon af te geven wanneer de levering van het
goed of de verlening van de dienst, of een deel daarvan, uitgesteld wordt en er door de consument
een voorschot wordt betaald.

 

De gegevens van de bestelbon binden hem die de bon heeft opgemaakt, ongeacht algemene of
bijzondere, andere of strijdige voorwaarden.

 

De Koning kan de vermeldingen vaststellen die op de bestelbon moeten voorkomen.

 

Afdeling 8. -Bewijsstukken

 

Artikel 80

 

§ 1. Elke onderneming die diensten verleent aan de consument is verplicht aan de consument die
erom verzoekt, gratis een bewijsstuk af te geven. Deze verplichting vervalt indien de prijs van de
dienst werd medegedeeld overeenkomstig artikel 5, § 2, of indien een bestek of factuur die de in § 2
genoemde vermeldingen bevat, wordt afgegeven.

 

Onder de toepassing van deze afdeling vallen niet de overeenkomsten die onder de benaming "
forfaitair bedrag " of onder enige andere gelijkwaardige benaming zijn aangegaan en die het verlenen
van een dienst tot voorwerp hebben voor een vast totaalbedrag dat vóór de dienstverlening is
overeengekomen en dat op deze dienst in zijn geheel betrekking heeft.

 

§ 2. De Koning :

 

-bepaalt, hetzij op algemene wijze, hetzij voor de diensten of categorieën van diensten die Hij
aanwijst, de vermeldingen die op het bewijsstuk moeten voorkomen;

 


-kan de diensten of categorieën van diensten die Hij aanwijst, ontheffen van de toepassing
van deze afdeling;

 

-kan de goederen of categorieën van goederen aanwijzen waarop deze afdeling van
toepassing zal zijn;

 

-kan, in afwijking van § 1, voor de diensten of categorieën van diensten die Hij bepaalt, de
onderneming verplichten aan de consument gratis een bewijsstuk af te geven waarvan Hij de
vermeldingen en de nadere regels bepaalt.

 

§ 3. De besluiten uitgevaardigd met toepassing van § 2, vierde gedachtenstreep, worden door de
Minister onderworpen aan het advies van de Raad voor het Verbruik en van de Hoge Raad voor de
Zelfstandigen en de K.M.O. De Minister bepaalt de redelijke termijn waarbinnen het advies moet
verstrekt worden. Indien het advies niet verstrekt werd binnen de bepaalde termijn, is het niet meer
vereist.

 

Artikel 81

 

De consument moet de geleverde diensten slechts betalen bij de afgifte van het gevraagde
bewijsstuk, indien deze afgifte dwingend is voorgeschreven krachtens artikel 80.

 

Afdeling 9. -Verlenging van dienstenovereenkomsten

 

Artikel 82

 

§ 1. Wanneer een dienstenovereenkomst van bepaalde duur afgesloten tussen een onderneming en
een consument een beding tot stilzwijgende verlenging bevat, wordt dit beding geplaatst in
vetgedrukte letters en in een kader los van de tekst, op de voorzijde van de eerste bladzijde.

 

Dit beding vermeldt de gevolgen van de stilzwijgende verlenging waaronder de bepaling van § 2,
evenals de uiterste datum waarop de consument zich kan verzetten tegen de stilzwijgende verlenging
van de overeenkomst en de wijze waarop hij kennis geeft van dit verzet.

 

§ 2. Onverminderd de wet van 25 juni 1992 op de landsverzekeringsovereenkomst, kan de
consument, na de stilzwijgende verlenging van een dienstenovereenkomst van bepaalde duur, op elk
ogenblik zonder vergoeding de overeenkomst opzeggen met inachtneming van de opzeggingstermijn
die in de overeenkomst is bepaald, zonder dat deze termijn meer dan twee maanden mag bedragen.

 

§ 3. Voor zover een wet geen specifieke regels over de stilzwijgende verlenging van
dienstenovereenkomsten vaststelt, kan de Koning voor de diensten of categorieën van diensten die
Hij aanwijst, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad :

 

1. bijzondere regels stellen inzake de stilzwijgende verlenging van een overeenkomst;
2. vrijstellen van de verplichtingen bedoeld in de §§ 1 en 2.
§ 4. Het toepassingsgebied van deze afdeling kan door de Koning, bij een besluit vastgesteld na
overleg in de Ministerraad, worden uitgebreid tot bepaalde categorieën van goederen die Hij aanwijst.

 

HOOFDSTUK 4. -Verboden praktijken

 

Afdeling 1. -Oneerlijke handelspraktijken jegens consumenten

 

Onderafdeling 1. -Toepassingsgebied

 

Artikel 83

 

Deze afdeling is van toepassing op oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens
consumenten vóór, gedurende en na de tekoopaanbieding en de verkoop van producten.

 


Onderafdeling 2. -Oneerlijke handelspraktijken

 

Artikel 84

 

Een handelspraktijk is oneerlijk wanneer zij :

 

a) in strijd is met de vereisten van professionele toewijding

 

en

 

b) het economische gedrag van de gemiddelde consument die zij bereikt of op wie zij gericht
is of, indien zij op een bepaalde groep consumenten gericht is, het economische gedrag van
het gemiddelde lid van deze groep, met betrekking tot het onderliggende product wezenlijk
verstoort of kan verstoren.

 

Een handelspraktijk die op voor de onderneming redelijkerwijs voorzienbare wijze het economische
gedrag van slechts een duidelijk herkenbare groep consumenten wezenlijk verstoort of kan verstoren,
namelijk van consumenten die wegens een mentale of lichamelijke handicap, hun leeftijd of
goedgelovigheid bijzonder vatbaar zijn voor die handelspraktijk of voor de onderliggende producten,
wordt beoordeeld vanuit het gezichtspunt van het gemiddelde lid van die groep. Dit laat onverlet de
gangbare, legitieme reclamepraktijk waarbij overdreven uitspraken worden gedaan of uitspraken die
niet letterlijk dienen te worden genomen.

 

Artikel 85

 

Zijn oneerlijk, de handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten die :

 

1°misleidend zijn in de zin van de artikelen 88 tot en met 91, of

 

2°agressief zijn in de zin van de artikelen 92 tot en met 94.

 

Artikel 86

 

Oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten zijn verboden.

 

Artikel 87

 

Is eveneens verboden elke handeling of omissie die strijdig is met de wetgeving ter bescherming van
de belangen van de consument, -namelijk met de verordening vermeld in de Bijlage van Verordening
(EG) Nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 27 oktober 2004 betreffende
samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de
wetgeving inzake consumentenbescherming, of met de eveneens in voornoemde Bijlage vermelde
richtlijnen zoals omgezet -en die schade toebrengt of kan toebrengen aan de collectieve belangen
van consumenten die woonachtig zijn in een andere lidstaat van de Europese Unie dan de lidstaat
waar de handeling of omissie haar oorsprong vond of plaatshad, waar de verantwoordelijke
onderneming of dienstverlener gevestigd is of waar bewijsmateriaal of vermogensbestanddelen met
betrekking tot de handeling of omissie gevonden kunnen worden.

 

Onderafdeling 3. -Misleidende handelspraktijken

 

Artikel 88

 

Als misleidend wordt beschouwd een handelspraktijk die gepaard gaat met onjuiste informatie en
derhalve op onwaarheden berust of, zelfs als de informatie feitelijk correct is, de gemiddelde
consument op enigerlei wijze, inclusief door de algemene presentatie, bedriegt of kan bedriegen ten
aanzien van een of meer van de volgende elementen, en de gemiddelde consument er zowel in het
ene als in het andere geval toe brengt of kan brengen een besluit over een transactie te nemen dat hij
anders niet had genomen :

 


1°het bestaan of de aard van het product;

 

2° de voornaamste kenmerken van het product, zoals beschikbaarheid, voordelen, risico's,
uitvoering, samenstelling, accessoires, klantenservice en klachtenbehandeling, procédé en
datum van fabricage of verrichting, levering, geschiktheid voor het gebruik,
gebruiksmogelijkheden, hoeveelheid, specificatie, geografische of commerciële oorsprong,
van het gebruik te verwachten resultaten, of de resultaten en wezenlijke kenmerken van op
het product verrichte tests of controles;

 

3° de reikwijdte van de verplichtingen van de onder neming, de motieven voor de
handelspraktijk en de aard van het verkoopproces, elke verklaring of symbool dat doet
geloven dat de onderneming of het product sponsoring of directe of indirecte steun krijgt;

 

4° de prijs of de wijze waarop de prijs wordt berek end, of het bestaan van een specifiek
prijsvoordeel;

 

5°de noodzaak van een dienst, onderdeel, vervangin g of reparatie;

 

6°de hoedanigheid, kenmerken en rechten van de ond erneming of haar tussenpersoon, zoals
haar identiteit, vermogen, kwalificaties, status, erkenning, affiliatie, connecties, industriële,
commerciële of intellectuele eigendomsrechten of haar bekroningen en onderscheidingen;

 

7° de rechten van de consument, met inbegrip van he t recht op vervanging of terugbetaling
met toepassing van de bepalingen van de wet van 1 september 2004 betreffende de
bescherming van de consumenten bij verkoop van consumptiegoederen, of de risico's die hij
eventueel loopt.

 

Artikel 89

 

Als misleidend wordt eveneens beschouwd een handelspraktijk die in haar feitelijke context, al haar
kenmerken en omstandigheden in aanmerking genomen, de gemiddelde consument ertoe brengt of
kan brengen een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen, en die het
volgende behelst :

 

1° marketing van een product, onder andere door ver gelijkende reclame, op zodanige wijze
dat verwarring wordt geschapen met producten, handelsmerken, handelsnamen en andere
onderscheidende kenmerken van een concurrent;

 

2° niet-nakoming door de onderneming van verplichti ngen die opgenomen zijn in een
gedragscode waaraan zij zich heeft gebonden, voor zover :

 

a) het niet gaat om een intentieverklaring maar om een verplichting die verifieerbaar
is, en

 

b) de onderneming in de context van een handelspraktijk aangeeft dat zij door de
gedragscode gebonden is.

 

Artikel 90

 

§ 1. Als misleidende omissie wordt beschouwd een handelspraktijk die in haar feitelijke context, al
haar kenmerken en omstandigheden en de beperkingen van het communicatiemedium in aanmerking
genomen, essentiële informatie welke de gemiddelde consument, naargelang de context, nodig heeft
om een geïnformeerd besluit over een transactie te nemen, weglaat en die de gemiddelde consument
er toe brengt of kan brengen een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had
genomen.

 

§ 2. Als misleidende omissie wordt voorts beschouwd een handelspraktijk die essentiële informatie als
bedoeld in § 1, rekening houdend met de in die paragraaf geschetste details, verborgen houdt, op
onduidelijke, onbegrijpelijke, dubbelzinnige wijze dan wel laattijdig verstrekt, of het commerciële
oogmerk, indien dit niet reeds duidelijk uit de context blijkt, niet laat blijken, en de gemiddelde

 


consument er zowel in het ene als in het andere geval toe brengt of kan brengen een besluit over een
transactie te nemen dat hij anders niet had genomen.

 

§ 3. Indien het voor de handelspraktijk gebruikte medium beperkingen qua ruimte of tijd meebrengt,
wordt bij de beoordeling of er informatie werd weggelaten met deze beperkingen rekening gehouden,
alsook met maatregelen die de onderneming genomen heeft om de informatie langs andere wegen ter
beschikking van de consument te stellen.

 

§ 4. In het geval van een uitnodiging tot aankoop wordt de volgende informatie als essentieel
beschouwd, indien deze niet reeds uit de context blijkt :

 

1° de voornaamste kenmerken van het product, in de mate waarin zulks gezien het gebruikte
medium en het betrokken product passend is;

 

2° het geografische adres en de identiteit van de o nderneming en, in voorkomend geval, het
geografische adres en de identiteit van de onderneming namens wie zij optreedt;

 

3° de prijs, inclusief belastingen, of, als het om een soort product gaat waarvan de prijs
redelijkerwijs niet vooraf kan worden berekend, de manier waarop de prijs wordt berekend, en,
in voorkomend geval, alle extra vracht-, leverings-of portokosten of, indien deze kosten
redelijkerwijs niet vooraf kunnen worden berekend, het feit dat deze kosten ten laste van de
consument kunnen worden gelegd;

 

4°de wijze van betaling, levering, uitvoering en h et beleid inzake klachtenbehandeling, indien
deze afwijken van de vereisten van professionele toewijding;

 

5°in voorkomend geval, het bestaan van een herroep ings-of annuleringsrecht.

 

§ 5. Wordt eveneens als essentieel beschouwd de informatie met betrekking tot commerciële
communicatie, inclusief reclame en marketing, opgenomen in het Europees recht, onder meer de
artikelen van de richtlijnen bedoeld in bijlage II van de Richtlijn 2005/29/EG van het Europees
Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen
jegens consumenten op de interne markt en tot wijziging van Richtlijn 84/450/EEG van de Raad,
Richtlijnen 97/7/EG, 98/27/EG en 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad en van
Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad.

 

Artikel 91

 

Worden onder alle omstandigheden als oneerlijk beschouwd, de volgende misleidende
handelspraktijken :

 

1°beweren een gedragscode te hebben ondertekend wanneer dit niet het geval is;

 

2° een vertrouwens-, kwaliteits-of ander soortgeli jk label aanbrengen zonder daarvoor de
vereiste toestemming te hebben gekregen;

 

3°beweren dat een gedragscode door een publieke of andere instantie is erkend wanneer dit
niet het geval is;

 

4° beweren dat een onderneming, met inbegrip van ha ar handelspraktijken, of een product
door een openbare of particuliere instelling is aanbevolen, erkend, goedgekeurd of toegelaten
terwijl zulks niet het geval is, of iets dergelijks beweren zonder dat aan de voorwaarde voor de
aanbeveling, erkenning, goedkeuring of toelating wordt voldaan;

 

5° producten tegen een genoemde prijs te koop aanbi eden zonder dat de onderneming
aangeeft dat er een gegrond vermoeden bestaat dat zij deze producten of gelijkwaardige
producten niet tegen die prijs kan leveren of door een andere onderneming kan doen leveren
gedurende een periode en in hoeveelheden die, rekening houdend met het product, de
omvang van de voor het product gevoerde reclame en de aangeboden prijs, redelijk zijn;

 


6° producten tegen een genoemde prijs te koop aanbi eden en vervolgens, met de bedoeling
een ander product aan te prijzen :

 

a) weigeren het aangeboden product aan de consument te tonen; of

 

b) weigeren een bestelling op te nemen of het product binnen een redelijke termijn te
leveren; of

 

c) een exemplaar van het product met gebreken tonen;

 

7° bedrieglijk beweren dat het product slechts gedu rende een zeer beperkte tijd beschikbaar
zal zijn of dat het slechts onder speciale voorwaarden gedurende een zeer beperkte tijd
beschikbaar zal zijn, om de consument onmiddellijk te doen beslissen en hem geen kans of
onvoldoende tijd te geven een geïnformeerd besluit te nemen;

 

8° beloven aan de consumenten, met wie de ondernemi ng vóór de transactie heeft
gecommuniceerd in een taal die geen nationale taal is, een naverkoopdienst te verschaffen en
deze dienst vervolgens enkel beschikbaar stellen in een andere taal zonder dit duidelijk aan
de consument te laten weten alvorens deze zich tot de transactie verbindt;

 

9° beweren of anderszins de indruk wekken dat een p roduct legaal kan worden verkocht
wanneer dit niet het geval is;

 

10°wettelijke en reglementaire rechten van consumenten voorstellen als een onderscheidend
kenmerk van het aanbod van de onderneming;

 

11° redactionele inhoud in de media, waarvoor de on derneming heeft betaald, gebruiken om
reclame te maken voor een product, zonder dat dit duidelijk uit de inhoud of uit duidelijk door
de consument identificeerbare beelden of geluiden blijkt;

 

12° feitelijk onjuiste beweringen doen betreffende de aard en de omvang van het gevaar dat
de persoonlijke veiligheid van de consument of zijn gezin zou bedreigen indien de consument
het product niet koopt;

 

13° een product dat lijkt op een door een bepaalde fabrikant vervaardigd product op een
zodanige wijze promoten dat bij de consument doelbewust de verkeerde indruk wordt gewekt
dat het product inderdaad door die fabrikant is vervaardigd, terwijl zulks niet het geval is;

 

14°een piramidesysteem opzetten, beheren of promoten waarbij de consument tegen betaling
kans maakt op een vergoeding die eerder voortkomt uit het aanbrengen van nieuwe
consumenten in het systeem dan uit de verkoop of het verbruik van producten;

 

15° beweren dat de onderneming op het punt staat ha ar zaak stop te zetten of te verhuizen,
indien zulks niet het geval is, onverminderd de artikelen 24 en volgende;

 

16°beweren dat producten het winnen bij kansspelen kunnen vergemakkelijken;

 

17°bedrieglijk beweren dat een product ziekten, gebreken of misvormingen kan genezen;

 

18° feitelijk onjuiste informatie verstrekken over marktomstandigheden of de mogelijkheid het
product te bemachtigen met de bedoeling de consument het product te doen aanschaffen
tegen voorwaarden die minder gunstig zijn dan de normale marktvoorwaarden;

 

19° in de context van een handelspraktijk beweren d at er een wedstrijd wordt georganiseerd
of prijzen worden uitgeloofd zonder de aangekondigde prijzen of een redelijk alternatief
daadwerkelijk toe te kennen;

 

20° een product als " gratis ", " voor niets ", " k osteloos " en dergelijke omschrijven als de
consument iets anders moet betalen dan de onvermijdelijke kosten om in te gaan op het
aanbod en het product af te halen dan wel dit te laten bezorgen;

 


21° marketingmateriaal voorzien van een factuur of een soortgelijk document waarin om
betaling wordt gevraagd, waardoor bij de consument de indruk wordt gewekt dat hij het
aangeprezen product al heeft besteld, terwijl dat niet het geval is;

 

22° op bedrieglijke wijze beweren of de indruk wekk en dat de onderneming niet optreedt ten
behoeve van haar beroepsactiviteit, of zich op bedrieglijke wijze voordoen als consument;

 

23°op bedrieglijke wijze de indruk wekken dat voor een bepaald product de dienst na verkoop
beschikbaar is in een andere lidstaat van de Europese Unie dan die waar het product wordt
verkocht.

 

Onderafdeling 4. -Agressieve handelspraktijken

 

Artikel 92

 

Als agressief wordt beschouwd een handelspraktijk jegens consumenten die, in haar feitelijke
context, al haar kenmerken en omstandigheden in aanmerking genomen, door intimidatie, dwang,
inclusief het gebruik van lichamelijk geweld, of ongepaste beïnvloeding, de keuzevrijheid of de vrijheid
van handelen van de gemiddelde consument met betrekking tot het product aanzienlijk beperkt of kan
beperken, waardoor hij ertoe wordt gebracht of kan worden gebracht over een transactie een besluit
te nemen dat hij anders niet had genomen.

 

Artikel 93

 

Om te bepalen of er bij een handelspraktijk gebruik wordt gemaakt van intimidatie, dwang, inclusief
lichamelijk geweld, of ongepaste beïnvloeding, wordt rekening gehouden met :

 

1°het tijdstip, de plaats, de aard en de persistentie van de handelspraktijk

 

2°het gebruik van dreigende of grove taal of gedragingen;

 

3° het bewust uitbuiten door de onderneming van bep aalde tegenslagen of omstandigheden
die zo ernstig zijn dat zij het beoordelingsvermogen van de consument kunnen beperken, met
het oogmerk het besluit van de consument met betrekking tot het product te beïnvloeden;

 

4° door de onderneming opgelegde, kosten meebrengen de of bovenmatige niet-contractuele
belemmeringen ten aanzien van rechten die de consument uit hoofde van het contract wil
uitoefenen, waaronder het recht om het contract te beëindigen of een ander product of een
andere onderneming te kiezen;

 

5°het dreigen met maatregelen die wettelijk niet k unnen worden genomen.

 

Artikel 94

 

Worden onder alle omstandigheden, als oneerlijke handelspraktijken beschouwd, de volgende
agressieve handelspraktijken :

 

1° de indruk geven dat de consument het pand niet m ag verlaten alvorens er een
overeenkomst is opgesteld;

 

2°de consument thuis opzoeken en zijn verzoek om weg te gaan of niet meer terug te komen
negeren, behalve indien, en voor zover gerechtvaardigd volgens de wettelijke of reglementaire
bepalingen, wordt beoogd een contractuele verplichting te doen naleven;

 

3° hardnekkig en ongewenst aandringen per telefoon, fax, e-mail of andere afstandsmedia,
onverminderd :

 

a) de wettelijke of reglementaire bepalingen die dit toelaten om de uitvoering van een
contractuele verplichting te verzekeren;

 


b) artikel 100; en

 

c) artikel 14 van de wet van 11 maart 2003 betreffende bepaalde juridische aspecten
van de diensten van de informatiemaatschappij;

 

4° een consument die op grond van een verzekeringsp olis een vordering indient, om
documenten vragen die redelijkerwijs niet relevant kunnen worden geacht om de geldigheid
van de vordering te beoordelen, dan wel systematisch weigeren antwoord te geven op
daaromtrent gevoerde correspondentie, met de bedoeling de consument ervan te weerhouden
zijn contractuele rechten uit te oefenen;

 

5°kinderen er in reclame rechtstreeks toe aanzetten om geadverteerde producten te kopen of
om hun ouders of andere volwassenen ertoe over te halen die producten voor hen te kopen;

 

6° vragen om onmiddellijke dan wel uitgestelde beta ling of om terugzending of bewaring van
producten die de onderneming heeft geleverd, maar waar de consument niet om heeft
gevraagd;

 

7° de consument uitdrukkelijk meedelen dat, als hij het product niet koopt, de baan van de
betrokkene of de bestaansmiddelen van de onderneming in het gedrang komen;

 

8°de bedrieglijke indruk wekken dat de consument al een prijs heeft gewonnen of zal winnen
dan wel door een bepaalde handeling te verrichten een prijs zal winnen of een ander
soortgelijk voordeel zal behalen,

 

-als er in feite geen sprake is van een prijs of een ander soortgelijk voordeel; of

 

-als het ondernemen van stappen om in aanmerking te kunnen komen voor de prijs of
voor een ander soortgelijk voordeel afhankelijk is van de betaling van een bedrag door
de consument of indien daaraan voor hem kosten zijn verbonden.

 

Afdeling 2. -Oneerlijke marktpraktijken jegens andere personen dan consumenten

 

Artikel 95

 

Verboden is elke met de eerlijke marktpraktijken strijdige daad waardoor een onderneming de
beroepsbelangen van een of meer andere ondernemingen schaadt of kan schaden.

 

Artikel 96

 

Onverminderd andere wettelijke of reglementaire bepalingen is verboden elke reclame van een
onderneming die :

 

1° alle bestanddelen in acht genomen, op enigerlei wijze, met inbegrip van haar
voorstellingswijze of de weglating van informatie, de persoon tot wie zij zich richt of die zij
bereikt, misleidt of kan misleiden omtrent, onder meer :

 

a) de kenmerken van de goederen of diensten, zoals beschikbaarheid, aard,
uitvoering, samenstelling, procédé en datum van fabricage of levering, de gevolgen
voor het leefmilieu, geschiktheid voor het gebruik, de gebruiksmogelijkheden,
hoeveelheid, specificatie, geografische of commerciële oorsprong of van het gebruik
te verwachten resultaten, of de resultaten en wezenlijke kenmerken van op de
goederen of diensten verrichte tests of controles;

 

b) de prijs of de wijze waarop hij wordt berekend, alsmede de voorwaarden waaronder
de goederen worden geleverd of de diensten worden verricht;

 

c) de hoedanigheid, kwaliteiten, kwalificaties en rechten van een onderneming, zoals
haar identiteit en haar vermogen, haar bekwaamheden en haar industriële,

 


commerciële of intellectuele eigendomsrechten of haar bekroningen en
onderscheidingen;

 

en die daardoor haar economisch gedrag kan beïnvloeden, of die om die redenen een
onderneming schade toebrengt of kan toebrengen;

 

2° afbrekende gegevens bevat over een andere ondern eming, haar goederen, diensten of
activiteit;

 

3° het zonder gerechtvaardigde reden mogelijk maakt één of meer andere ondernemingen te
identificeren;

 

4° een daad in de hand werkt die als een overtredin g van deze wet of als een inbreuk met
toepassing van de artikelen 124 tot 127 moet worden beschouwd.

 

Artikel 97

 

Onverminderd andere wettelijke of reglementaire bepalingen is verboden elke reclame van een
onderneming die :

 

1° een factuur of gelijkaardig document waarbij om betaling wordt gevraagd, bevat, die of dat
de indruk wekt dat het goed of de dienst reeds werd besteld, terwijl dat niet het geval is;

 

2° essentiële informatie over de gevolgen van het d oor de bestemmeling gegeven antwoord
verborgen houdt of op weinig duidelijke wijze weergeeft, of die de eigenlijke commerciële
bedoeling, wanneer die niet duidelijk blijkt uit de context, verborgen houdt of op weinig
duidelijke wijze weergeeft.

 

Artikel 97/1

 

Het is verboden voor een onderneming ofwel rechtstreeks, ofwel via een betalingsformulier, een
bestelformulier, een factuur, een aanbod, algemene voorwaarden, een voorstel tot verbetering of elk
ander soortgelijk document, adverteerders te werven om hen in gidsen, adressenbestanden,
telefoonboeken of soortgelijke lijsten of bestanden op te nemen, zonder ondubbelzinnig aan te geven
dat deze werving een aanbod van overeenkomst tegen betaling uitmaakt en zonder in het vet en in
het grootste lettertype dat in het document wordt gebruikt de duur van de overeenkomst en de hieraan
verbonden prijs te vermelden

 

Artikel 98

 

Het is verboden voor een onderneming om aan een andere persoon, zonder dat deze hierom eerst
heeft verzocht, enig goed toe te zenden, met het verzoek dit tegen betaling van zijn prijs te verwerven,
het te bewaren of het, zelfs kosteloos, aan de afzender terug te zenden.

 

Het is eveneens verboden voor een onderneming om aan een andere persoon, zonder dat deze
hierom eerst heeft verzocht, enige dienst te verlenen met het verzoek die dienst, tegen betaling van
zijn prijs, te aanvaarden.

 

De minister kan van deze verbodsbepalingen afwijkingen toestaan voor aanbiedingen met een
liefdadig doel. In dat geval moet het vergunningsnummer en de volgende vermelding " De
geadresseerde heeft geen enkele verplichting, noch tot betaling, noch tot terugzending " leesbaar,
goed zichtbaar en ondubbelzinnig vermeld zijn op de documenten die op het aanbod betrekking
hebben.

 

In geen geval is de geadresseerde verplicht de verleende dienst of het toegezonden goed te betalen
noch het terug te zenden. Het feit dat de geadresseerde niet reageert op de prestatie van de dienst of
de levering van het goed betekent niet dat hij er mee instemt.

 

Artikel 99

 


Het is verboden een piramidesysteem op te zetten, te beheren of te promoten waarbij een
onderneming tegen betaling kans maakt op een vergoeding die eerder voorkomt uit het aanbrengen
van nieuwe ondernemingen in het systeem dan uit de verkoop of het verbruik van producten.

 

Afdeling 3. -Ongewenste communicaties

 

Artikel 100

 

§ 1. Het gebruik van geautomatiseerde oproepsystemen zonder menselijke tussenkomst en het
gebruik van faxen voor specifiek aan een natuurlijke persoon gerichte reclame, zijn verboden zonder
de voorafgaande, vrije, specifieke en geïnformeerde toestemming van de geadresseerde van de
boodschap.

 

De natuurlijke persoon die zijn toestemming heeft gegeven kan deze te allen tijde terugtrekken,
zonder daarvoor een reden op te geven en zonder dat hem daarvoor enige kosten kunnen worden ten
laste gelegd.

 

Elke rechtspersoon kan aan een bepaalde afzender zonder kosten en zonder een reden op te geven,
zijn wil kenbaar maken om van hem geen reclame via een communicatietechniek bedoeld in het
eerste lid, meer te ontvangen.

 

Bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, kan de Koning het verbod bedoeld in het
eerste lid uitbreiden tot andere communicatietechnieken dan die welke daar vermeld zijn, rekening
houdend met de evolutie ervan.

 

§ 2. Onverminderd artikel 14 van de wet van 11 maart 2003 betreffende bepaalde juridische aspecten
van de diensten van de informatiemaatschappij kan specifiek aan de persoon gerichte reclame
verspreid door middel van andere technieken dan deze vermeld in of vastgesteld met toepassing van
§ 1 slechts worden gebruikt bij ontstentenis van kennelijk verzet van de geadresseerde, natuurlijke
persoon of rechtspersoon. Er kunnen geen kosten aan de geadresseerde worden aangerekend
omwille van de uitoefening van zijn recht op verzet.

 

§ 3. Bij het versturen van reclame door middel van een communicatietechniek als vermeld in of
vastgesteld met toepassing van § 1, verschaft de afzender duidelijke en verstaanbare informatie over
het recht zich te verzetten tegen het ontvangen van reclame in de toekomst.

 

§ 4. Bij de verzending van reclame door middel van een communicatietechniek als bedoeld in § 2, is
het verboden de identiteit van de onderneming, uit naam waarvan de communicatie plaatsvindt, te
verbergen.

 

§ 5. De bewijslast betreffende het feit dat om reclame werd verzocht via een communicatietechniek
vermeld in of vastgesteld met toepassing van § 1, berust op de afzender van het bericht.

 

Afdeling 4. -Verkoop met verlies

 

Artikel 101

 

§ 1. Het is elke onderneming verboden goederen met verlies te koop aan te bieden of te verkopen.

 

Als een verkoop met verlies wordt beschouwd, elke verkoop tegen een prijs die niet ten minste gelijk
is aan de prijs waartegen de onderneming het goed heeft gekocht of die de onderneming zou moeten
betalen bij herbevoorrading, na aftrek van eventueel toegekende en definitief verworven kortingen.
Om uit te maken of er verkoop met verlies is, wordt geen rekening gehouden met kortingen die, al dan
niet uitsluitend, toegekend worden in ruil voor verbintenissen van de onderneming andere dan de
aankoop van goederen.

 

§ 2. In geval van gezamenlijk aanbod van verscheidene, al dan niet identieke goederen, geldt het
verbod bedoeld in § 1, eerste lid, slechts wanneer het aanbod in zijn geheel een verkoop met verlies
uitmaakt.

 


Artikel 102

 

§ 1. Het in artikel 101, § 1, eerste lid, bedoelde verbod geldt evenwel niet :

 

1°voor goederen die uitverkocht worden of in het k ader van een opruiming verkocht worden;

 

2°voor goederen die niet langer bewaard kunnen worden;

 

3° voor goederen die de onderneming, ten gevolge va n externe omstandigheden,
redelijkerwijze niet meer kan verkopen tegen een prijs gelijk aan of hoger dan de aankoopprijs
ervan;

 

4° voor goederen waarvan de verkoopprijs, om dwinge nde redenen van mededinging, wordt
afgestemd op de prijs die door de concurrentie voor hetzelfde of een concurrerend goed
gevraagd wordt.

 

§ 2. De contractuele bedingen waarbij verkoop met verlies aan de consument wordt verboden, kunnen
niet ingeroepen worden tegen degene die het goed verkoopt in de gevallen bedoeld onder § 1.

 

Afdeling 5. -Bewijsregeling

 

Artikel 103

 

§ 1. De Minister of de door hem krachtens artikel 133, § 1, aangestelde ambtenaar kan een
onderneming vragen dat zij de bewijzen levert betreffende de materiële juistheid van de feitelijke
gegevens die zij meedeelt in het kader van een handelspraktijk.

 

De onderneming moet binnen een termijn van maximum één maand het bewijs van de materiële
juistheid van die gegevens leveren.

 

Wanneer de bewijzen vereist krachtens het eerste lid niet worden geleverd of onvoldoende worden
geacht, kan de minister of de hiertoe aangestelde ambtenaar oordelen dat de handelspraktijk in strijd
is met de bepalingen van dit hoofdstuk.

 

§ 2. De onderneming is er eveneens toe gehouden dit bewijs te leveren als er een vordering tot
staking wordt ingesteld door :

 

1°de Minister en, in voorkomend geval, de bevoegde minister bedoeld in artikel 115;

 

2° de andere personen bedoeld in artikel 113, voor zover, rekening houdend met de
gerechtvaardigde belangen van de onderneming en van elke andere partij bij de procedure,
de voorzitter van de rechtbank van koophandel van oordeel is dat dergelijke eis aangepast is
aan de omstandigheden van het concrete geval.

 

Wanneer de bewijzen vereist krachtens het eerste lid niet worden geleverd of onvoldoende worden
geacht, kan de voorzitter van de rechtbank van koophandel de feitelijke gegevens als onjuist
beschouwen.

 

HOOFDSTUK 5. -Collectieve consumentenovereenkomsten

 

Artikel 104

 

§ 1. De collectieve consumentenovereenkomsten kunnen betrekking hebben op de algemene
contractuele voorwaarden die aan de consumenten zullen worden voorgesteld, de voorlichting die hen
zal worden gegeven, de wijzen van handelspromotie, de elementen betreffende kwaliteit, conformiteit
en veiligheid van goederen en diensten en de wijzen van regeling van consumentengeschillen.

 

§ 2. De collectieve consumentenovereenkomst bepaalt het toepassingsgebied, de datum van
inwerkingtreding en de duur ervan.

 


De collectieve consumentenovereenkomst is niet van toepassing op de lopende overeenkomsten,
behoudens andersluidende bepaling en voor zover zij gunstiger is voor de consument.

 

De collectieve consumentenovereenkomst bepaalt de wijze waarop informatie betreffende de
overeenkomst wordt verstrekt zowel aan de ondernemingen als aan de consumenten.

 

§ 3. Desgevallend bepaalt de collectieve consumentenovereenkomst de wijze waarop ze wordt
herzien en verlengd.

 

Zij bepaalt tevens de voorwaarden voor de opzegging ervan door het geheel of een gedeelte van de
ondertekenaars of toetreders, alsmede de duur van de opzegging die niet minder dan zes maanden
mag bedragen.

 

Artikel 105

 

Het onderhandelen over en het ondertekenen van collectieve consumentenovereenkomsten gebeurt
binnen de Raad voor het Verbruik.

 

De vraag om over een collectieve consumentenovereenkomst te onderhandelen gaat uit van een lid
van de Raad voor het Verbruik of van een lid van de regering.

 

Indien de vraag op een sector slaat die niet vertegenwoordigd is binnen de Raad voor het Verbruik,
worden de ondernemingen van de sector of hun vertegenwoordigers uitgenodigd.

 

De collectieve consumentenovereenkomst kan niet worden afgesloten zonder hun goedkeuring.

 

Er moet binnen de Raad voor het Verbruik een unaniem standpunt bestaan over de collectieve
consumentenovereenkomst, zowel om de onderhandelingen aan te vatten als om een overeenkomst
te sluiten.

 

Een specifieke cel wordt opgericht binnen het secretariaat van de Raad voor het Verbruik om het
secretariaat van de collectieve consumentenovereenkomsten waar te nemen en om een register
ervan bij te houden.

 

Een huishoudelijk reglement legt de te volgen procedure vast, alsook het aanwezigheidsquorum
binnen elke groep van de Raad voor het Verbruik om unanieme beslissingen te nemen. Het reglement
moet worden goedgekeurd door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.

 

Artikel 106

 

De algemene contractuele voorwaarden die in de collectieve consumentenovereenkomsten zijn
vastgesteld, moeten vooraf voor advies worden voorgelegd aan de Commissie voor Onrechtmatige
Bedingen, die binnen de drie maanden haar advies uitbrengt. Eenmaal deze termijn is verstreken, kan
de collectieve consumentenovereenkomst worden afgesloten.

 

Artikel 107

 

De collectieve consumentenovereenkomst wordt door de minister overgemaakt aan de regering.

 

Behoudens bezwaar door een lid van de regering binnen een termijn van 15 dagen wordt zij

 

bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

 

Ingeval van bezwaar van een lid wordt zij geagendeerd op de eerstvolgende Ministerraad.

 

Bij gebrek aan bekrachtiging door de Ministerraad, vervalt de collectieve consumentenovereenkomst.

 

Elke wijziging, verlenging of opzegging van een collectieve consumentenovereenkomst wordt

 

voorgelegd aan de Ministerraad, waarna deze wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

 


Artikel 108

 

De ondertekenaars van en toetreders tot een collectieve consumentenovereenkomst waken over de
correcte toepassing ervan.

 

De collectieve consumentenovereenkomst voorziet in de wijze waarop de klachten van de
consumenten worden behandeld.

 

Het niet naleven van een collectieve consumentenovereenkomst door een onderneming kan worden
beschouwd als een oneerlijke handelspraktijk jegens consumenten in de zin van Hoofdstuk 4, afdeling

 

1.
Artikel 109

 

De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op eenparig advies van de
Raad voor het Verbruik aan een ganse sector de toepassing opleggen van een collectieve
consumentenovereenkomst waarvan het toepassingsgebied nationaal is.

 

HOOFDSTUK 6. -Vordering tot staking

 

Artikel 110

 

Als de inbreuk een reclame betreft, kan de vordering tot staking wegens overtreding van de
bepalingen van de artikelen 19, 84 tot 86, 96 en 97 alleen tegen de adverteerder van de gewraakte
reclame worden ingesteld.

 

Indien de adverteerder evenwel geen woonplaats in België heeft en geen verantwoordelijke persoon
met woonplaats in België heeft aangewezen, kan de vordering tot staking eveneens worden ingesteld
tegen :

 

-de uitgever van de geschreven reclame of de producent van de audiovisuele reclame;

 

-de drukker of de maker, indien de uitgever of de producent geen woonplaats in België
hebben en geen verantwoordelijke persoon met woonplaats in België hebben aangewezen;

 

-de verdeler, alsmede elke persoon die er bewust toe bijdraagt dat de reclame uitwerking
heeft, indien de drukker of de maker geen woonplaats in België hebben en geen
verantwoordelijke persoon met woonplaats in België hebben aangewezen.

 

Artikel 111

 

De vordering tot staking kan worden ingesteld tegen een onderneming voor handelspraktijken van
haar agent gehanteerd buiten de lokalen van die agent, wanneer de agent zijn identiteit niet duidelijk
kenbaar heeft gemaakt en zijn identiteit redelijkerwijze ook niet kon gekend zijn door degene die de
vordering tot staking instelt.

 

Artikel 112

 

De voorzitter van de rechtbank van koophandel kan aan de overtreder een termijn toestaan om aan
de inbreuk een einde te maken, wanneer de aard van de inbreuk dit nodig maakt. Hij kan de opheffing
van het stakingsbevel toestaan wanneer een einde werd gemaakt aan de inbreuk.

 

Artikel 113

 

De vordering gegrond op artikel 2 van de wet van 6 april 2010 met betrekking tot de regeling van
bepaalde procedures in het kader van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en
consumentenbescherming wordt ingesteld op verzoek van :

 

1°de belanghebbenden;

 


2°de Minister of de directeur-generaal van de algemene directie Controle en Bemiddeling van
de federale overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie, tenzij het verzoek
betrekking heeft op een daad als bedoeld in artikel 95;

 

3°een beroeps-of interprofessionele vereniging met rechtspersoonlijkheid;

 

4° een vereniging ter verdediging van de consumente nbelangen die rechtspersoonlijkheid
bezit en voor zover zij in de Raad voor het Verbruik vertegenwoordigd is of door de minister,
volgens door een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit vast te stellen criteria, erkend is,
tenzij het verzoek betrekking heeft op een daad als bedoeld in artikel 95.

 

In afwijking van de bepalingen in de artikelen 17 en 18 van het Gerechtelijk Wetboek kunnen de
verenigingen bedoeld in het eerste lid, 3° en 4°, i n rechte optreden voor de verdediging van hun
statutair omschreven collectieve belangen.

 

De vordering tot staking van de door artikel 75 verboden handelingen kan, afzonderlijk of
gezamenlijk, worden ingesteld tegen verscheidene ondernemingen van dezelfde economische sector
of hun verenigingen die gebruik maken dan wel het gebruik aanbevelen van dezelfde of van
soortgelijke algemene contractuele bedingen.

 

Voor de daden die bedoeld worden in artikel 87 kan de vordering, gegrond op artikel 2 van de wet
van 6 april 2010 met betrekking tot de regeling van bepaalde procedures in het kader van de wet van
6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming, eveneens worden ingesteld
door de minister die voor de betrokken aangelegenheid bevoegd is.

 

Artikel 114

 

De vordering op grond van artikel 3 van de wet van 6 april 2010 met betrekking tot de regeling van
bepaalde procedures in het kader van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en
consumentenbescherming wordt ingesteld op verzoek van de personen die een vordering inzake
namaak kunnen instellen volgens de wet betreffende het betrokken intellectueel eigendomsrecht.

 

Artikel 115

 

Onverminderd de eventuele toepassing van artikel 95 en van artikel 2 van de wet van 6 april 2010
met betrekking tot de regeling van bepaalde procedures in het kader van de wet van 6 april 2010
betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming op de daarin bedoelde daden kan de
vordering wegens schending van artikel 4 van de wet van 6 april 2010 met betrekking tot de regeling
van bepaalde procedures in het kader van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en
consumentenbescherming enkel worden ingesteld op verzoek van de minister die voor de betrokken
aangelegenheid bevoegd is.

 

De vordering op grond van artikel 4, 9°, van de w et van 6 april 2010 met betrekking tot de regeling
van bepaalde procedures in het kader van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en
consumentenbescherming wordt ingesteld op verzoek van de Minister van Leefmilieu. Het Comité dat
is opgericht bij de wet van 14 juli 1994 inzake de oprichting van het Comité voor het toekennen van
het Europese milieukeurmerk kan aan de minister voorstellen een dergelijke vordering aanhangig te
maken.

 

De vordering op grond van artikel 4, 2°tot en met 6°, van de wet van 6 april 2010 met betrekking tot
de regeling van bepaalde procedures in het kader van de wet van 6 april 2010 betreffende
marktpraktijken en consumentenbescherming, voor wat het beletten van het toezicht uitgeoefend
krachtens de wetten betreffende het bijhouden van sociale documenten betreft, of deze op grond van
artikel 4, 8° en 13° van de wet van 6 april 2010 me t betrekking tot de regeling van bepaalde
procedures in het kader van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en
consumentenbescherming, wordt ingesteld op verzoek van de minister of de leidinggevende
ambtenaar van de bevoegde inspectiedienst bedoeld in artikel 17 van het Sociaal Strafwetboek.

 

Artikel 116

 


De voorzitter van de rechtbank van koophandel kan toestaan dat zijn beslissing of de samenvatting
die hij opstelt wordt aangeplakt tijdens de door hem bepaalde termijn, zowel buiten als binnen de
inrichtingen van de overtreder en dat zijn vonnis of de samenvatting ervan in kranten of op enige
andere wijze wordt bekendgemaakt, dit alles op kosten van de overtreder.

 

Deze maatregelen van openbaarmaking mogen evenwel slechts toegestaan worden indien zij er
kunnen toe bijdragen dat de gewraakte daad of de uitwerking ervan ophouden.

 

De voorzitter van de rechtbank van koophandel stelt het bedrag vast dat de partij aan wie een
publicatiemaatregel overeenkomstig het eerste lid werd toegekend en die de maatregel heeft
uitgevoerd niettegenstaande tijdig beroep tegen het vonnis werd ingesteld, zal verschuldigd zijn aan
de partij in wiens nadeel de publicatiemaatregel werd uitgesproken, indien deze in beroep ongedaan
wordt gemaakt.

 

Artikel 117

 

De vordering bedoeld in de artikelen 2 tot 4 van de wet van 6 april 2010 met betrekking tot de
regeling van bepaalde procedures in het kader van de wet van 6 april 2010 betreffende
marktpraktijken en consumentenbescherming kan niet meer worden ingesteld één jaar nadat de feiten
waarop men zich beroept een einde hebben genomen.

 

Artikel 118

 

De vordering wordt ingesteld en behandeld zoals in kortgeding.

 

Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande elk rechtsmiddel en zonder borgtocht.

 

Elke uitspraak ingevolge een op de artikelen 2 tot 4 van de wet van 6 april 2010 met betrekking tot
de regeling van bepaalde procedures in het kader van de wet van 6 april 2010 betreffende
marktpraktijken en consumentenbescherming gegronde vordering wordt binnen acht dagen en door
toedoen van de griffier van het bevoegde rechtscollege meegedeeld aan de minister, tenzij de
uitspraak is gewezen op zijn vordering.

 

Bovendien is de griffier verplicht de minister onverwijld in te lichten over de voorziening tegen elke
uitspraak die op grond van de artikelen 2 tot 4 van de wet van 6 april 2010 met betrekking tot de
regeling van bepaalde procedures in het kader van de wet van 6 april 2010 betreffende
marktpraktijken en consumentenbescherming is gewezen.

 

HOOFDSTUK 7. -Bijzondere regels inzake benamingen van oorsprong

 

Artikel 119

 

§ 1. Geregistreerde benamingen zijn beschermd tegen :

 

a) elk rechtstreeks of onrechtstreeks gebruik door de handel van een geregistreerde benaming voor producten die niet onder de registratie vallen, voor zover deze producten vergelijkbaar zijn met de onder deze benaming geregistreerde producten, of voor zover het gebruik van de benaming tot gevolg heeft dat van de reputatie van deze beschermde benaming wordt geprofiteerd;

 

b) elk misbruik, elke nabootsing of voorstelling, zelfs indien de werkelijke oorsprong van het product is aangegeven, of indien de beschermde benaming is vertaald, of vergezeld gaat van uitdrukkingen zoals " soort ", " type ", " methode ", " op de wijze van ", " imitatie " en dergelijke;

 

c) elke andere valse of misleidende aanduiding met betrekking tot de herkomst, de oorsprong, de aard of de wezenlijke hoedanigheden van het product vermeld op de binnen-of buitenverpakking, in reclamemateriaal of documenten betreffende het betrokken product, alsmede het gebruik van een recipiënt als die tot misverstanden over de oorsprong van het product aanleiding kan geven;

 


d) elke andere praktijk die de consument ten aanzien van de werkelijke oorsprong van het product kan misleiden.

 

Indien een geregistreerde benaming de naam omvat van een product dat als soortnaam wordt beschouwd, wordt het gebruik van die soortnaam op dat product niet beschouwd als strijdig met het
eerste lid, a) of b).

 

§ 2. Geregistreerde benamingen mogen geen soortnamen worden.

 

Artikel 120

 

Wanneer de rechter een inbreuk op de regels inzake geregistreerde benamingen vaststelt, beveelt hij tegenover elke inbreukmaker de staking ervan.

 

De rechter kan eveneens een bevel tot staking uitvaardigen tegenover tussenpersonen wier diensten door derden worden gebruikt om inbreuk op de regels inzake geregistreerde benamingen te plegen.

 

Artikel 121

 

§ 1. Onverminderd de aan de benadeelde wegens de inbreuk verschuldigde schadevergoeding en zonder schadeloosstelling van welke aard ook, kan de rechter, op vordering van de partij die een vordering inzake namaak kan instellen, de terugroeping uit het handelsverkeer, de definitieve verwijdering uit het handelsverkeer of de vernietiging gelasten van de inbreukmakende goederen, alsmede, in passende gevallen, van de materialen en werktuigen die voornamelijk bij de schepping of vervaardiging van die goederen zijn gebruikt.

 

Deze maatregelen worden uitgevoerd op kosten van de inbreukmaker, tenzij bijzondere redenen dit beletten.

 

Bij de beoordeling van een vordering als bedoeld in het eerste lid, wordt rekening gehouden met de evenredigheid tussen de ernst van de inbreuk en de gelaste maatregelen, alsmede met de belangen van derden.

 

§ 2. Wanneer de rechter in de loop van een procedure een inbreuk vaststelt, kan hij, op verzoek van de partij die een vordering inzake namaak kan instellen, de inbreukmaker bevelen al hetgeen hem bekend is omtrent de herkomst en de distributiekanalen van de inbreukmakende goederen of diensten aan de partij die de vordering instelt mee te delen en haar alle daarop betrekking hebbende gegevens te verstrekken, voor zover die maatregel gerechtvaardigd en redelijk voorkomt.

 

Eenzelfde bevel kan worden opgelegd aan de persoon die de inbreukmakende goederen op commerciële schaal in zijn bezit heeft, de diensten waardoor een inbreuk wordt gemaakt op commerciële schaal heeft gebruikt, of op commerciële schaal diensten die bij inbreukmakende handelingen worden gebruikt, heeft verleend.

 

§ 3. De rechter kan bevelen dat zijn beslissing genomen in het kader van dit artikel en/of in het kader van artikel 120, of de samenvatting die hij opstelt wordt aangeplakt tijdens de door hem bepaalde termijn, zowel buiten als binnen de inrichtingen van de inbreukmaker en dat zijn beslissing of de samenvatting ervan in kranten of op enige andere wijze wordt bekendgemaakt, dit alles op kosten van de inbreukmaker.

 

Artikel 122

 

§ 1. De benadeelde heeft recht op de vergoeding van elke schade die hij door een inbreuk op artikel 119 lijdt.

 

§ 2. Wanneer de omvang van de schade op geen andere wijze kan bepaald worden, kan de rechter de schadevergoeding in redelijkheid en billijkheid vaststellen op een forfaitair bedrag.

 


De rechter kan bij wijze van schadevergoeding de afgifte bevelen aan de eiser van de inbreukmakende goederen, alsmede, in passende gevallen, van de materialen en werktuigen die voornamelijk bij de schepping of vervaardiging van die goederen zijn gebruikt, en die nog in het bezit van de verweerder zijn. Indien de waarde van die goederen, materialen en werktuigen de omvang van de werkelijke schade overschrijdt, bepaalt de rechter de door de eiser te betalen opleg.

 

In geval van kwade trouw kan de rechter bij wijze van schadevergoeding de afdracht bevelen van het geheel of een deel van de ten gevolge van de inbreuk genoten winst, alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording dienaangaande. Bij het bepalen van de af te dragen winst worden enkel de kosten in mindering gebracht die rechtstreeks verbonden zijn aan de betrokken inbreukactiviteiten.

 

HOOFDSTUK 8. -Waarschuwingsprocedure

 

Artikel 123

 

Wanneer is vastgesteld dat een handeling een inbreuk vormt op deze wet, op een uitvoeringsbesluit ervan of op de besluiten bedoeld in artikel 139, of dat zij aanleiding kan geven tot een vordering tot staking overeenkomstig artikel 113, eerste lid, 2°, kan de door de minister of de minister bevoegd voor de betrokken aangelegenheid met toepassing van artikel 133, § 1, aangestelde ambtenaar een waarschuwing richten tot de overtreder waarbij die tot stopzetting van deze handeling wordt aangemaand, onverminderd het bepaalde in artikel 103.

 

De waarschuwing wordt de overtreder ter kennis gebracht binnen een termijn van drie weken volgend op de vaststelling van de feiten, bij een ter post aangetekende brief met ontvangstmelding of door de overhandiging van een afschrift van het proces-verbaal waarin de feiten zijn vastgesteld.

 

De waarschuwing vermeldt :

 

1°de ten laste gelegde feiten en de geschonden wetsbepaling of -bepalingen;

 

2°de termijn waarbinnen zij dienen te worden stopgezet;

 

3°dat, indien aan de waarschuwing geen gevolg wordt gegeven, ofwel overeenkomstig artikel 113, eerste lid, 2°, een vordering tot staking zal ingesteld worden, ofwel de met toepassing van artikel 133, § 1, of de met toepassing van artikel 136 aangestelde ambtenaren respectievelijk de procureur des Konings kunnen inlichten of de regeling in der minne bepaald in artikel 136 kunnen toepassen;

 

4° dat de toezegging van de overtreder dat de inbre uk zal worden beëindigd openbaar kan worden gemaakt.

 

Een omstandig jaarverslag over de werking van de waarschuwingsprocedure wordt binnen een redelijke termijn voorgelegd aan de Wetgevende Kamers, die beslissen over de eventuele openbaarmaking ervan.

 

De in het verslag verstrekte gegevens zijn anoniem.

 

HOOFDSTUK 9. -Strafsancties

 

Artikel 124

 

Met geldboete van 250 tot 10 .000 euro worden gestraft, zij die de bepalingen overtreden :

 

1° van de artikelen 5 tot 8 betreffende de prijsaan duiding en van de besluiten ter uitvoering van artikel 9;

 

2°van artikel 10 betreffende de benaming, de samenstelling en de etikettering van producten en ook van de besluiten ter uitvoering van de artikelen 11 en 12;

 


3° van de artikelen 13 tot 17 betreffende de aandui ding van de hoeveelheid en van de besluiten ter uitvoering van artikel 18;

 

4° van de artikelen 20 en 21 betreffende de verwijz ing naar de eigen voorheen toegepaste prijs en van de besluiten genomen ter uitvoering van de artikelen 22 en 23;

 

5°van de artikelen 24 en 25 betreffende de uitverk open;

 

6° van de artikelen 27 tot 29 en van artikel 32 bet reffende de opruimingen of solden en de sperperiode;

 

7° van artikel 42 betreffende het aan een consument ter ondertekening voorleggen van een wisselbrief;

 

8° van de artikelen 45 tot 56 betreffende de overee nkomsten op afstand en van de besluiten genomen ter uitvoering van artikel 57;

 

9° van de artikelen 58 tot 64 betreffende de overee nkomsten gesloten buiten de lokalen van de onderneming;

 

10° van artikel 70 dat aan de ministeriële ambtenar en, belast met de openbare verkopingen, de verplichting oplegt in bepaalde omstandigheden hun medewerking te weigeren;

 

11° van de artikelen 79 en 80 betreffende de bestel bon en de bewijsstukken en van de besluiten ter uitvoering van de artikelen 79 en 80;

 

12° van de besluiten genomen in uitvoering van arti kel 109 betreffende de collectieve consumentenovereenkomsten;

 

13° van de artikelen 86, 91 en 94 betreffende de on eerlijke handelspraktijken jegens de consumenten met uitzondering van de artikelen 91, 12°, 14°, 16°en 17°, en 94, 1°, 2°en 8°;

 

14°van artikel 98 betreffende de afgedwongen aankopen ten aanzien van ondernemingen;

 

15°van artikel 97/1 betreffende het verbod van oneerlijke marktpraktijken om adverteerders te werven.

 

Indien evenwel een inbreuk op de besluiten genomen in uitvoering van artikel 9 van deze wet eveneens een inbreuk inhoudt op de wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid van de verbruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere produkten, zijn alleen de straffen voorzien in deze laatste wet van toepassing.

 

Artikel 125

 

Met geldboete van 500 tot 20 .000 euro worden gestraft, zij die te kwader trouw de bepalingen van deze wet overtreden, met uitzondering van die welke bedoeld zijn in de artikelen 124, 126 en 127 en met uitzondering van de inbreuken bedoeld in artikel 95.

 

Artikel 126

 

Met geldboete van 1 .000 tot 20. 000 euro worden gestraft :

 

1° zij die de beschikking niet naleven van een vonn is of een arrest gewezen krachtens artikel 2 van de wet van 6 april 2010 met betrekking tot de regeling van bepaalde procedures in het kader van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming, als gevolg van een vordering tot staking;

 


2°zij die het vervullen van de opdracht van de in de artikelen 133 tot 134 genoemde personen met het oog op de opsporing en vaststelling van de inbreuken of het niet-naleven van deze wet, met opzet verhinderen of belemmeren;

 

3° zij die opzettelijk, zelf of door een tussenpers oon, de aanplakbrieven, aangebracht met toepassing van de artikelen 116 en 130, geheel of gedeeltelijk vernietigen, verbergen of verscheuren.

 

Artikel 127

 

Met gevangenisstraf van één maand tot vijf jaar en met geldboete van 26 tot 20 .000 euro of met een van die straffen alleen worden gestraft, zij die de artikelen 91, 12°, 14°, 16°en 17°, en 94, 1°, 2° en 8°, betreffende de oneerlijke handelspraktijken en artikel 99 overtreden.

 

Artikel 128

 

Wanneer de feiten voorgelegd aan de rechtbank het voorwerp zijn van een vordering tot staking, kan er niet beslist worden over de strafvordering dan nadat een in kracht van gewijsde gegane beslissing is genomen betreffende de vordering tot staking.

 

Artikel 129

 

Onverminderd de toepassing van de gewone regelen inzake herhaling wordt de bij artikel 126 bepaalde straf verdubbeld wanneer een in het 1° van dat artikel bedoelde inbreuk zich voordoet binnen vijf jaar na een in kracht van gewijsde gegane veroordeling wegens dezelfde overtreding.

 

Artikel 130

 

De rechtbank kan de aanplakking van het vonnis of van de door haar opgestelde samenvatting ervan bevelen gedurende de door haar bepaalde termijn, zowel buiten als binnen de inrichtingen van de overtreder, evenals de bekendmaking van het vonnis of van de samenvatting ervan door middel van kranten of op enige andere wijze, en dit alles op kosten van de overtreder; zij kan bovendien de verbeurdverklaring bevelen van de ongeoorloofde winsten die met behulp van de inbreuk werden gemaakt.

 

Artikel 131

 

De vennootschappen en verenigingen met rechtspersoonlijkheid zijn burgerrechtelijk aansprakelijk voor de veroordelingen tot schadevergoeding, geldboeten, kosten, verbeurdverklaringen, teruggave en geldelijke sancties van welke aard ook, die wegens inbreuk op de bepalingen van deze wet tegen hun organen of aangestelden zijn uitgesproken.

 

Dit geldt eveneens voor de leden van alle handelsverenigingen die geen rechtspersoonlijkheid bezitten, wanneer de inbreuk door een vennoot, zaakvoerder of aangestelde is gepleegd ter gelegenheid van een tot de werkzaamheid van de vereniging behorende verrichting. Evenwel is de burgerrechtelijk aansprakelijke vennoot persoonlijk niet verder gehouden dan tot de sommen of waarden die de verrichting hem opgebracht heeft.

 

Deze vennootschappen, verenigingen en leden kunnen rechtstreeks voor de strafrechter gedagvaard worden door het openbaar ministerie of door de burgerlijke partij.

 

Artikel 132

 

De bepalingen van boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk 7 en van artikel 85, zijn van toepassing op de inbreuken bedoeld in deze wet.

 

In afwijking van artikel 43 van het Strafwetboek oordeelt de rechtbank, zo deze een veroordeling uitspreekt naar aanleiding van een van de inbreuken bedoeld in deze wet, of de bijzondere verbeurdverklaring bevolen moet worden. Deze bepaling is niet van toepassing in het geval van herhaling bedoeld in artikel 129 van deze wet.

 


Na het verstrijken van een termijn van tien dagen na de uitspraak is de griffier van de rechtbank of van het hof ertoe gehouden de minister elk vonnis of arrest betreffende een inbreuk bedoeld in deze wet ter kennis te brengen bij een gewone brief.

 

De griffier is eveneens verplicht de minister onverwijld in te lichten over elke voorziening tegen een dergelijke uitspraak.

 

HOOFDSTUK 10. -Opsporing en vaststelling van inbreuken

 

Artikel 133

 

§ 1. Onverminderd de plichten van de officieren van gerechtelijke politie, zijn de door de minister aangestelde ambtenaren bevoegd om de in de artikelen 124 tot 127 vermelde inbreuken op te sporen en vast te stellen. De processen-verbaal welke door die ambtenaren worden opgesteld, hebben bewijskracht tot het tegendeel is bewezen.

 

§ 2. In de uitoefening van hun ambt mogen de in § 1 bedoelde ambtenaren :

 

1° tijdens de gewone openings-of werkuren binnentr eden in de werkplaatsen, gebouwen, belendende binnenplaatsen en besloten ruimten waar zij voor het vervullen van hun opdracht toegang moeten hebben;

 

2° alle dienstige vaststellingen doen, zich op eers te vordering ter plaatse de documenten, stukken of boeken die zij voor hun opsporingen en vaststellingen nodig hebben, doen voorleggen en daarvan afschrift nemen;

 

3° tegen ontvangstbewijs, beslag leggen op de onder punt 2 opgesomde documenten, noodzakelijk voor het bewijs van een inbreuk of om de mededaders of medeplichtigen van de overtreders op te sporen;

 

4°monsters nemen op de wijze en onder de voorwaarden door de Koning bepaald;

 

5° indien zij redenen hebben te geloven aan het bes taan van een inbreuk, in bewoonde lokalen binnentreden met voorafgaande machtiging van de rechter bij de politierechtbank; de bezoeken in bewoonde lokalen moeten tussen acht en achttien uur en door minstens twee ambtenaren gezamenlijk geschieden.

 

§ 3. In de uitoefening van hun ambt kunnen de in § 1 bedoelde ambtenaren de bijstand van de lokale of federale politie vorderen.

 

§ 4. De gemachtigde ambtenaren oefenen de hun door dit artikel verleende bevoegdheden uit onder het toezicht van de procureur-generaal, onverminderd hun ondergeschiktheid aan de meerderen in het bestuur.

 

§ 5. De inbreuken bedoeld in artikel 124, tweede lid, kunnen worden opgespoord en vastgesteld zowel door de ambtenaren bedoeld in § 1 als door die bedoeld in artikel 11 van de wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid van de verbruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere produkten.

 

§ 6. Wanneer toepassing wordt gemaakt van artikel 123, wordt het in § 1 bedoeld proces-verbaal aan de procureur des Konings pas toegezonden wanneer aan de waarschuwing geen gevolg is gegeven.
Wanneer toepassing wordt gemaakt van artikel 136, wordt het proces-verbaal aan de procureur des Konings pas toegezonden wanneer de overtreder niet op het voorstel tot minnelijke schikking is ingegaan.

 

Artikel 134

 

§ 1. De in artikel 133, § 1, bedoelde ambtenaren zijn eveneens bevoegd voor het opsporen en het vaststellen van de daden die, zonder strafbaar te zijn, het voorwerp kunnen zijn van een vordering tot

 


staking op initiatief van de minister. De processen-verbaal welke daaromtrent worden opgesteld, hebben bewijskracht tot het tegendeel is bewezen.

 

§ 2. In de uitoefening van hun ambt beschikken de in § 1 bedoelde ambtenaren over de bevoegdheden vermeld in artikel 133, § 2, 1°, 2°en 4°.

 

Artikel 135

 

§ 1. De ambtenaren hiertoe aangesteld door de in artikel 115 genoemde ministers zijn bevoegd voor het opsporen en het vaststellen van de inbreuken die het voorwerp kunnen zijn van de vordering bedoeld in artikel 4 van de wet van 6 april 2010 met betrekking tot de regeling van bepaalde procedures in het kader van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming. De processen-verbaal welke daaromtrent worden opgesteld, hebben bewijskracht tot het tegendeel is bewezen.

 

§ 2. In de uitoefening van hun ambt beschikken de in § 1 bedoelde ambtenaren over de bevoegdheden vermeld in artikel 133, § 2, 1°, 2°en 4°.

 

Artikel 136

 

De hiertoe door de minister aangestelde ambtenaren kunnen, op inzage van de processen-verbaal die een inbreuk op de artikelen 124 tot 127 vaststellen en opgemaakt zijn door de in artikel 133, § 1, bedoelde ambtenaren, aan de overtreders een som voorstellen waarvan de betaling de strafvordering doet vervallen.

 

De Koning stelt de tarieven alsook de nadere regels inzake betaling en inning vast.

 

Artikel 137

 

§ 1. Na kennisneming van de processen-verbaal opgemaakt op grond van artikel 133, § 1, kan het openbaar ministerie bevel geven beslag te leggen op de goederen die het voorwerp van de inbreuk uitmaken.

 

Wanneer zij, ingevolge de hun door artikel 133, § 1, toegekende bevoegdheden, een inbreuk vaststellen, kunnen de aangestelde ambtenaren overgaan tot het bewarend beslag van de goederen die het voorwerp van de inbreuk uitmaken. Dit beslag moet, overeenkomstig de bepalingen van het eerste lid, door het openbaar ministerie bevestigd worden binnen een termijn van ten hoogste acht dagen.

 

De persoon bij wie beslag op de goederen wordt gelegd, kan als gerechtelijk bewaarder van deze goederen aangesteld worden.

 

Het beslag wordt van rechtswege opgeheven door het vonnis dat een einde maakt aan de vervolgingen, zodra dit in kracht van gewijsde is gegaan, of door seponering van de zaak.

 

Het openbaar ministerie kan het beslag dat het bevolen of bevestigd heeft, opheffen als de overtreder ervan afziet de goederen aan te bieden in de omstandigheden die tot vervolging aanleiding hebben gegeven; dat houdt generlei erkenning van de gegrondheid van die vervolging in.

 

§ 2. Na kennisneming van de processen-verbaal opgemaakt op grond van artikel 133, § 1, en bij vaststelling van inbreuken op de bepalingen bedoeld in artikel 124, 8°, kan de onderzoeksrechter, middels een met redenen omklede beschikking, de communicatietechniek-exploitanten gelasten, indien deze daartoe in staat zijn, de terbeschikkingstelling van de communicatietechniek die door de overtreder is gebruikt om de inbreuk te plegen, op te schorten binnen de perken en voor de duur die hij bepaalt en die één maand niet kan overschrijden.

 

De onderzoeksrechter kan een of meer keren de uitwerking van zijn beschikking verlengen; hij moet er een einde aan maken zodra de omstandigheden, die ze rechtvaardigden, verdwenen zijn.

 


HOOFDSTUK 11. -Wijzigings-, opheffings-en overgangsbepalingen

 

Artikel 138

 

Worden opgeheven :

 

1°de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument;
2°artikel 112 van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie.

 


Artikel 139

 

§ 1. De wetsbepalingen die niet strijdig zijn met deze wet, waarbij verwezen wordt naar bepalingen van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument, worden geacht te verwijzen naar de overeenkomstige bepalingen in deze wet.

 

§ 2. De reglementaire bepalingen genomen in uitvoering van de wet van 14 juli 1971 betreffende de handelspraktijken of de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument, die niet strijdig zijn met deze wet, blijven van kracht totdat ze worden opgeheven of vervangen door besluiten ter uitvoering van deze wet genomen.

 

De inbreuken op de bepalingen van de besluiten genomen ter uitvoering van de wet van 9 februari 1960 waarbij aan de Koning de toelating verleend wordt om het gebruik van de benamingen waaronder koopwaren in de handel gebracht worden, te regelen alsook van de wet van 14 juli 1971 betreffende de handelspraktijken en van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument, worden opgespoord, vastgesteld en gestraft overeenkomstig de hoofdstukken 8, 9 en 10 van deze wet.

 

Artikel 140

 

De Koning kan de bepalingen van deze wet coördineren met de bepalingen die daarin uitdrukkelijk of stilzwijgend wijzigingen hebben aangebracht tot het tijdstip van de coördinatie.

 

Te dien einde kan Hij :
1° de te coördineren bepalingen anders inrichten, i nzonderheid opnieuw ordenen en vernummeren;

 

2°de verwijzingen in de te coördineren bepalingen dienovereenkomstig vernummeren;
3°de te coördineren bepalingen met het oog op onderlinge overeenstemming en eenheid van terminologie herschrijven, zonder te raken aan de erin neergelegde beginselen. De coördinaties zullen het opschrift dragen bepaald door de Koning.

 

HOOFDSTUK 12. -Slotbepalingen

 

Artikel 141

 

De Koning oefent de bevoegdheden, Hem toegekend door de bepalingen van de hoofdstukken 2, 3, 4, afdelingen 1 en 3, en van hoofdstuk 5, uit op de gezamenlijke voordracht van de Ministers bevoegd voor Economie, Middenstand en Consumentenzaken.

 

De Koning oefent de bevoegdheden, Hem toegekend door de bepalingen van hoofdstuk 4, afdelingen 2 en 4, uit op de gezamenlijke voordracht van de Ministers bevoegd voor economie en Middenstand.

 


Wanneer maatregelen, te nemen ter uitvoering van deze wet, betrekking hebben op de goederen of diensten waarvoor binnen het toepassingsgebied van de hoofdstukken 2 tot 5 een regeling is getroffen of kan worden getroffen op initiatief van andere ministers dan degenen die bevoegd zijn voor Economie, Middenstand en Consumentenzaken overeenkomstig het eerste en het tweede lid, moet in de aanhef van het besluit worden verwezen naar de instemming van de betrokken ministers. Die maatregelen worden in voorkomend geval gezamenlijk door de betrokken ministers voorgesteld en door hen in onderlinge overeenstemming, ieder wat hem betreft, uitgevoerd.

 

Zulks geldt eveneens wanneer, op het gebied van de hoofdstukken 2 tot 5, maatregelen die moeten worden genomen op initiatief van andere ministers dan degenen die bevoegd zijn voor Economie, Middenstand en Consumentenzaken, betrekking hebben op goederen of diensten waarvoor een regeling is getroffen of kan worden getroffen ter uitvoering van deze wet.

 

Artikel 142

 

Deze wet treedt in werking 30 dagen na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.