Derdenverzet kan enkel uitgaan van persoon wiens rechtspositie is aangetast



Deze uitspraak is opgenomen onder het artikel Derdenverzet

Uitspraak

Cass. 30 januari 2015

Nr. C.14.0270.N

Uitspraak

A. V., in eigen naam en in zijn hoedanigheid van vakbondssecretaris van de Algemene Centrale van het Algemeen Belgisch Vakverbond,

eiser,

tegen

MIELE & CIE kg, vennootschap naar Duits recht, met zetel te 33611 Bielefeld (Duitsland), Mielenstrasse 2,

verweerster,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 5 september 2012.
Afdelingsvoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest gehecht is, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

1. Artikel 1033 Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat al wie niet in dezelfde hoe-danigheid in de zaak is tussengekomen, verzet kan doen tegen de beslissing die zijn rechten benadeelt.

Krachtens artikel 1122, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek kan eenieder die niet be-hoorlijk is opgeroepen of niet in dezelfde hoedanigheid in de zaak is tussengeko-men, derdenverzet doen tegen een, zij het voorlopige, beslissing die zijn rechten benadeelt.

Krachtens deze bepaling is derdenverzet slechts niet ontvankelijk wegens gebrek aan belang wanneer het uitgaat van een persoon wiens rechtspositie door de beslissing niet kan worden aangetast.

2. De appelrechters oordelen dat:

- het rechtsmiddel van derdenverzet ingesteld kan worden door eenieder wiens rechten benadeeld kunnen worden door de bestreden gerechtelijke beschikking;

- de door de eiser bestreden beschikking werd uitgesproken om een bepaald aspect tijdens het sociaal conflict en de collectieve actie van de werknemers voorlopig te regelen, met name de beoogde vrije toegang tot de bezette bedrijfsgebouwen door de verweerster om daar de haar toebehorende goederen weg te halen;

- bij de beëindiging van dit sociaal conflict door het sociaal akkoord van 24 september 2010 voormelde beschikking van 20 september 2010 geen bestaansreden had en derhalve uit haar aard geen verdere rechtsgevolgen meer had;

- het enige door de bestreden beschikking veroorzaakt nadeel dat de eiser in zijn derdenverzet kon inroepen de beweerde aantasting van zijn recht is om op de door hem gewenste wijze, namelijk bedrijfsbezetting en volledige bedrijfsblokkade, deel te nemen aan de organisatie van voormelde collectieve actie;

- uit geen enkel gegeven blijkt dat enige dwangsom of ander schadelijk gevolg ingevolge de uitvoering van de bestreden beschikking aan de eiser toegebracht kon zijn op het ogenblik dat hij het derdenverzet instelde;

- uit voormelde overwegingen volgt dat de bestreden beschikking op het ogenblik van het derdenverzet geen nadeel meer kon toebrengen aan de eiser, zodat zijn derdenverzet om die reden ontoelaatbaar is.

3. Met deze redenen oordelen de appelrechters dat de rechtspositie van de eiser op het ogenblik van het derdenverzet niet kon worden aangetast, aangezien de bestreden beschikking van 20 september 2010 geen bestaansreden meer had omwille van de beëindiging van het sociaal conflict door het sociaal akkoord van 24 september 2010 en uit niets bleek dat enige dwangsom of ander schadelijk gevolg door de uitvoering van de bestreden beschikking aan de eiser kon zijn toegebracht. Door op die grond te oordelen dat het derdenverzet niet toelaatbaar was, verantwoorden de appelrechters hun beslissing aldus naar recht.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Tweede onderdeel

4. De appelrechters oordelen dat "het rechtsmiddel van derdenverzet ingesteld kan worden door eenieder wiens rechten benadeeld [kunnen] worden door de be-streden gerechtelijke beslissing", dat "de door [de eiser] bestreden beschikking werd uitgesproken om een bepaald aspect tijdens het (...) sociaal conflict en col-lectieve actie van de werknemers, met name beoogde vrije toegang tot de bezette bedrijfsgebouwen door een belangrijk klant-afnemer [de verweerster] om daar haar toebehorende goederen weg te halen, voorlopig te regelen", dat "bij de be-eindiging van dit sociaal conflict door het sociaal akkoord d.d. 24.9.2010 voor-melde beschikking d.d. 20.9.2010 geen bestaansreden had en derhalve uit haar aard geen verdere rechtsgevolgen (werking) meer had" en dat "uit voormelde overwegingen volgt dat de bestreden beslissing op het ogenblik van het derden-verzet noch daarna enig nadeel meer kon toebrengen aan [de eiser], zodat zijn derdenverzet om die reden ontoelaatbaar was."

5. Anders dan waarvan het onderdeel uitgaat, verklaren de appelrechters het derdenverzet van de eiser niet ontoelaatbaar omdat op het ogenblik van de uit-spraak de geldingsduur van de bij de bestreden beschikking opgelegde maatregel verstreken was.

Het onderdeel berust op een verkeerde lezing van het arrest en mist mitsdien feitelijke grondslag.

Dictum
Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.
Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiser op 575,06 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de afdelingsvoorzitters Albert Fettweis en Beatrijs Deconinck, en de raadsheren Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en in openbare rechtszitting van 30 januari 2015 uitgesproken door afde-lingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.