Gebruik van valse jaarrekeningen is voortdurend misdrijf



Deze uitspraak is opgenomen onder het artikel Valsheid in geschrifte

Uitspraak

Cass. 16 december 2014

Nr. P.14.0430.N

E M,
burgerlijke partij,
eiser,

tegen
1. P M C,
inverdenkinggestelde,
2. G M J M,
inverdenkinggestelde,

3. D E L V G,
inverdenkinggestelde,
verweerders.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 6 februari 2014.
De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.
Voorzitter Paul Maffei heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel
1. Het middel voert schending aan van de artikelen 21 en 22 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, alsmede miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van de motiveringsverplichting: het arrest oordeelt dat het beweerdelijk gebruik van valse jaarrekeningen na de sluiting van de vereffening van de vennoot-schap geen nuttig effect meer kon sorteren en bijgevolg vanaf dan de verjaringstermijn van de strafvordering begon te lopen; de bekendmaking van de vereffening in het Belgisch Staatsblad doet een verjaringstermijn van 5 jaar lopen waar-binnen de vennootschap in de persoon van haar vereffenaars door derden kan worden aangesproken; teneinde zich definitief de vruchten van de vennootschap te kunnen toe-eigenen en te voorkomen dat derden alsnog vorderingen zouden in-stellen tegen de vennootschap, onder meer op basis van de vervalste jaarrekeningen die werden gebruikt in het kader van de vereffening, is deze publicatie vereist; het gebruik van de valse stukken duurt aldus voort tot de bekendmaking van de afsluiting van de vereffening in het Belgisch Staatsblad; pas vanaf dat moment is de verjaring van de strafvordering beginnen te lopen.
2. Het gebruik van valse stukken duurt voort, zelfs zonder een nieuw feit van de dader van de valsheid en zonder herhaalde tussenkomst van zijnentwege, zolang het door hem beoogde doel niet is bereikt en zolang de hem verweten begin-handeling, zonder verzet van zijn kant, het nuttig gevolg heeft dat hij ervan verwachtte.
3. Het afsluiten van de vereffening van een rechtspersoon sluit niet uit dat het gebruik van valse jaarrekeningen nog een nuttig gevolg zou kunnen hebben. Artikel 198, §1, derde streepje, Wetboek van Vennootschappen bepaalt dat de bekendmaking van de afsluiting van de vereffening zoals voorgeschreven door artikel 195 Wetboek van Vennootschappen de verjaringstermijn van 5 jaar voor alle rechtsvorderingen tegen de vennootschap, in de persoon van haar vereffenaars, een aanvang doet nemen. Op die manier kan de publicatie nog een nuttig gevolg hebben.
4. Het arrest oordeelt dat de valse jaarrekeningen voor de verweerders geen nuttig gevolg meer gehad hebben na 19 juni 2007 daar op dat moment de actieve rechtspersoonlijkheid van de vennootschap is verdwenen en de latere publicatie van de beslissing tot sluiting enkel tot doel heeft om derden op de hoogte te brengen van het verdwijnen van de rechtspersoon en zijn vermogen. Op die grond is de beslissing dat het gebruik van de in de telastleggingen A en C bedoelde stukken na 19 juni 2007 niet heeft voortgeduurd, zodat de verjaring van die telastleggingen is ingetreden, niet naar recht verantwoord.
Het middel is in zoverre gegrond.

Omvang van de cassatie
5. De vernietiging van de beslissing waarbij de buitenvervolging van de eiser voor de telastleggingen A en C bevolen wordt in zoverre de feiten betrekking hebben op de periode van 19 juni 2007 tot 16 juli 2007, brengt de vernietiging mee van de beslissing waarbij de verjaring van de strafvordering wordt verklaard voor de telastleggingen A en C in zoverre ze betrekking hebben op de periode tot 19 juni 2007 en voor de telastlegging B, gelet op het nauwe verband tussen die beslissingen.

Dictum
Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest;

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, anders samengesteld.

Bepaalt de kosten op 138,46 euro waarvan 103,46 euro is verschuldigd en 35 euro door de eiser betaald.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Paul Maffei, als voorzitter, de raadsheren Filip Van Volsem, Alain Bloch, Antoine Lievens en Bart Wylleman, en op de openbare rechtszitting van 16 december 2014 uitgesproken door voorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.