Geen onderzoek naar verjaring indien afwezigheid bij verzet



Deze uitspraak is opgenomen onder het artikel Verzet tegen verstekvonnis correctionele rechtbank

Uitspraak

Cass. 18 februari 2015

Nr. P.14.1656.F

A. W.,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Luik, afdeling Luik, van 28 april 2014.
De eiser voert in een verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.
Raadsheer Benoît Dejemeppe heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal met opdracht Michel Palumbo heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

De eiser voert aan dat op de datum van het vonnis dat zijn verzet ongedaan ver-klaart, de strafvordering was verjaard.

Wanneer het verzet ongedaan wordt verklaard omdat de eiser in verzet niet op de wettig vastgestelde rechtszitting verschijnt, kan de rechter niet onderzoeken of de verjaring was ingetreden op het ogenblik van de uitspraak van de verstekbeslissing, dan wel of dat het geval zou zijn geweest zo het verzet niet ongedaan was verklaard.
Het middel, dat het tegendeel aanvoert, faalt naar recht.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum
Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 18 februari 2015 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michel Palumbo, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.