Geen verzwaring wanneer OM geen hoger beroep instelt tegen verstekvonnis



Deze uitspraak is opgenomen onder het artikel Verzet tegen verstekvonnis strafzaak Politierechtbank

Uitspraak

Cass. 14 januari 2015

Nr. P.14.1426.F

Arrest

PROCUREUR DES KONINGS TE BRUSSEL,

tegen

M. K.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Franstalige correctionele rechtbank te Brussel van 13 juni 2014.

Raadsheer Gustave Steffens heeft verslag uitgebracht.

Eerste advocaat-generaal Jean-François Leclercq heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ambtshalve middel : schending van de artikelen 187, 188, 202, 203 en 410 Wet-boek van Strafvordering

Wanneer het openbaar ministerie geen hoger beroep heeft ingesteld tegen een verstekvonnis, kunnen de appelrechters die uitspraak doen over het hoger beroep van de beklaagde en van het openbaar ministerie tegen het vonnis op verzet, de toe-stand van de beklaagde niet verzwaren.

Aangezien de politierechtbank, op verzet van de verweerder, diens veroordeling heeft bevestigd die bij verstek was opgelegd en waartegen het openbaar ministerie geen hoger beroep had ingesteld, schendt het bestreden vonnis de relatieve werking van het verzet door de geldboete te vermeerderen en door een vervallenverklaring van het recht tot sturen op te leggen.

Die onwettigheid heeft geen invloed op de schuldigverklaring.

Voor het overige zijn de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht genomen en is de beslissing overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum
Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het, uitspraak doende over de straf, de eiser een geldboete oplegt van meer dan veertig euro en hem vervallen verklaart van het recht tot sturen.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Zegt dat er geen grond is tot verwijzing.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Marie-Claire Ernotte, en in openbare terechtzitting van 14 januari 2015 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Jean-François Leclercq, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.