Laatste syntheconclusie moet in aanmerking genomen worden



Deze uitspraak is opgenomen onder het artikel Burgerlijke rechtspleging

Uitspraak

Cass. 6 februari 2015

Nr. C.13.0612.N

G. B.,
eiseres,

tegen
J.-P. D.,
verweerder,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 23 mei 2013.

Afdelingsvoorzitter Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, één middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

Ontvankelijkheid

1. De verweerder werpt een grond van niet-ontvankelijkheid op, omdat de eiseres niet heeft aangevoerd dat haar belangen werden geschaad en dat op een middel of verweer niet werd geantwoord, door de verkeerde conclusie als synthe-seconclusie te bestempelen.

2. De eiseres voert aan dat zij in de "tweede syntheseconclusie" niet alleen op-nieuw concludeerde, maar ook concludeerde over de 13 nieuwe stukken die de verweerder eveneens buiten de termijn had gevoegd bij zijn laatste conclusie en dat zij in subsidiaire orde een getuigenverhoor vorderde.

De grond van niet-ontvankelijkheid kan niet worden aangenomen.

Gegrondheid

3. Artikel 748bis Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat, onverminderd de toepas-sing van artikel 748, § 2, en behoudens in het geval van conclusies die er slechts toe strekken om een of meer van de in artikel 19, tweede lid, bedoelde maatrege-len te verzoeken, een tussengeschil op te werpen dat aan het geding geen einde maakt of te antwoorden op het advies van het openbaar ministerie, de laatste con-clusies van een partij de vorm aannemen van een syntheseconclusie en dat voor de toepassing van artikel 780, eerste lid, 3°, de syntheseconclusie alle vorige conclu-sies vervangt en desgevallend de gedinginleidende akte van de partij die de syn-theseconclusie neerlegt.

4. Uit de parlementaire voorbereiding van de wet van 26 april 2007 volgt dat voornoemd artikel 748bis tot doel heeft het goede verloop van het geding te ver-beteren en de rechtsgang te versnellen door het werk van de rechter te verlichten en nader te omschrijven. Die bepaling is derhalve van openbare orde.

Dit houdt in dat de rechter in de regel enkel de laatste syntheseconclusie in aan-merking mag nemen.

5. De appelrechters vatten de vorderingen samen met uitsluitende verwijzing naar de "syntheseconclusie" van de eiseres van 30 november 2012 en steunen zich op de tekst van deze conclusie en niet op de "tweede synthesebesluiten" van 3 april 2013.

Door aldus niet de vorderingen en het verweer van de laatste syntheseconclusie van de eiseres in overweging te nemen, zijnde deze van 3 april 2013, schenden de appelrechters artikel 748bis Gerechtelijk Wetboek.

Het onderdeel is gegrond.

Dictum
Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Beatrijs Deconinck, en de raadsheren Alain Smetryns, Koen Mestdagh en Bart Wylleman, en in openbare rechtszitting van 6 februari 2015 uitgesproken door af-delingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.