Onttrekking van een zaak aan de vrederechter



Deze uitspraak is opgenomen onder het artikel Dagvaarding vredegerecht

Uitspraak

Nr. C.04.0191.F.-

BRICO CASH, besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid,

1. IMMO GR, besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid,

2. GEMEENTE VORST

I. Voorgaande rechtspleging

Bij haar met redenen omkleed verzoekschrift dat op 26 april 2004 ter griffie van het Hof is neergelegd, vraagt verzoekster dat haar zaak tegen de besloten vennootschap met burgerlijke aansprakelijkheid Immo GR en tegen de gemeente Vorst, wegens gewettigde verdenking aan de vrederechter van het kanton Vorst wordt onttrokken en dat de akten van rechtspleging die vóór de onttrekking hebben plaatsgevonden, vernietigd worden.
Het Hof heeft in zijn arrest van 30 april 2004 beslist dat het verzoek kennelijk niet onontvankelijk was.

II. Rechtspleging voor het Hof

Op 12 mei 2004 heeft de vrederechter van het kanton Vorst de bij artikel 656, vierde lid, 1°, a), van het Gerechtelijk Wetboek voorgeschreven verklaring gesteld.
Op 14 mei 2004 heeft de gemeente Vorst conclusie neergelegd.
Verzoekster heeft op 26 mei 2004 een memorie neergelegd.
De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Immo GR heeft op 27 mei 2004 een nota neergelegd.
Raadsheer Philippe Echement heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal Thierry Werquin heeft geconcludeerd.

III. Beslissing van het Hof

Overwegende, enerzijds, dat het verzoekschrift, in zoverre het melding maakt van verwijten aan de griffie die geen verband houden met de vrederechter, niet ontvankelijk is ;
Overwegende anderzijds, dat uit de stukken van het rechtsplegingdossier blijkt dat de vrederechter op de terechtzitting van 25 november 2003 de conclusietermijnen en de rechtsdag heeft bepaald, overeenkomstig artikel 747, ,§ 2, van het Gerechtelijk Wetboek, en dat, op de terechtzitting van 6 januari 2004, de plaatsvervangende vrederechter, bij de inleiding van de dagvaarding tot gedwongen tussenkomst, de zaak heeft verdaagd tot 3 mei 2004, zonder dat verzoekster, die op de terechtzitting door haar raadsman was vertegenwoordigd, zich daartegen heeft verzet ;

Dat verzoekster voor het overige alleen maar melding maakt van het feit dat de gemeente Vorst op wier grondgebied het rechtscollege gevestigd is waaraan men de zaak wil doen onttrekken, bij de zaak betrokken is ;

Overwegende dat er geen bewijs geleverd is van omstandigheden die bij verzoekster of bij derden een gewettigde verdenking kunnen doen ontstaan over de onafhankelijkheid en over de onpartijdigheid van de vrederechter alsook van de plaatsvervangende vrederechters die het vredegerecht van het kanton Vorst vormen ;

Overwegende dat het verzoek niet gegrond is ;

OM DIE REDENEN
HET HOF,

Wijst het verzoek af ;

Veroordeelt eiseres in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door raadsheer Philippe Echement, waarnemend voorzitter, de raadsheren Christian Storck, Didier Batselé, Christine Matray en Sylviane Velu, en in openbare terechtzitting van achtentwintig mei tweeduizend en vier uitgesproken door raadsheer Philippe Echement, waarnemend voorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Henkes, met bijstand van griffier Marie-Jeanne Massart.
Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Robert Boes en overgeschreven met assistentie van griffier Philippe Van Geem.
De griffier, De afdelingsvoorzitter,