Recht van verdediging bij gebrek aan precisering



Deze uitspraak is opgenomen onder het artikel Recht van verdediging

Uitspraak

Nr. P.00.0984.N

1. B.M., Y., J., M.
2. CONEXUS INTERNATIONAL, besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, met zetel te Zomergem, Spinhoutstraat 10,
eisers, burgerlijke partijen,

tegen
L.L., D., A.
verweerder, beklaagde

I. Bestreden uitspraak

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis, op 25 mei 2000 in hoger beroep gewezen door de Correctionele Rechtbank te Gent.

II. Geding in cassatie

Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

III. Cassatiemiddelen

Eisers stellen in een memorie een middel voor. Die memorie is aan dit arrest gehecht en maakt ervan deel uit.

IV. Beslissing van het Hof

1. Afstand van het cassatieberoep van Marc Boone

Overwegende dat Mr. Bützler, advocaat bij het Hof van Cassatie, namens eiser zonder berusting afstand van het cassatieberoep doet, in zoverre de beslissing geen eindbeslissing is;

2. Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen Overwegende dat de eisers die niet in de kosten van de strafvordering zijn veroordeeld, geen hoedanigheid hebben om tegen de beslissing op de strafvordering cassatieberoep in te stellen;

Dat het cassatieberoep in zoverre niet ontvankelijk is;

3. Onderzoek van het enige cassatiemiddel

3.1 Eerste onderdeel

Overwegende dat uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, niet blijkt dat verweerder, die voor de appèlrechters weliswaar betwist heeft dat hij volledig aansprakelijk was voor het ongeval, gepreciseerd heeft welke fout in oorzakelijk verband met de schade aan eiser wordt verweten;

Overwegende dat het bestreden arrest oordeelt dat eiser een fout heeft begaan in oorzakelijk verband met de door hem geleden schade door niet uiterst rechts van de rijbaan te hebben gereden;

Dat door zulks te oordelen, zonder de heropening van het debat te bevelen teneinde eiser toe te laten zich op deze concrete fout te verdedigen, het arrest eisers recht van verdediging miskent;

Dat het onderdeel gegrond is;

3.2 Derde onderdeel

Overwegende dat uit de stukken van de rechtspleging niet blijkt dat verweerder voor de appèlrechters verweer heeft gevoerd over het bedrag van de schadevergoeding met betrekking tot de wachttijd; dat door dit niet betwist gevorderd bedrag te verminderen, de appèlrechters het beschikkingsbeginsel miskennen en de in het onderdeel aangehaalde wetsbepaling schenden;

Dat het onderdeel gegrond is;

3.3 Overige onderdelen

Overwegende dat de overige onderdelen niet tot ruimere cassatie kunnen leiden;

OM DIE REDENEN,
HET HOF,

Verleent akte van M.B. van de afstand zonder berusting van het cassatieberoep in zoverre het uitspraak doet over de vergoeding van zijn schade en een deskundigenonderzoek beveelt;

Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het uitspraak doet over de aansprakelijkheid van M.B. en over het bedrag van de schadevergoeding wegens de wachttijd;
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis;

Verwerpt de voorziening voor het overige;

Veroordeelt de eisers in drie vierde van de kosten en verweerder in het overige vierde;

Verwijst de aldus beperkte zaak naar de Correctionele Rechtbank te Oudenaarde, zitting houdende in hoger beroep.

Gezegde kosten begroot in het geheel op de som van tweehonderd zevenenvijftig euro zesenzeventig cent, waarvan honderd vijfendertig euro veertig cent verschuldigd en honderd tweeëntwintig euro zesendertig cent door de eisers betaald.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, voorzitter, en de raadsheren Ghislain Dhaeyer, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, en uitgesproken in openbare terechtzitting van twaalf februari tweeduizend en twee, door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.