Rechtsmisbruik bij dagvaarding in faillissement moet beoordeeld worden



Deze uitspraak is opgenomen onder het artikel

Uitspraak

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Tweede middel

Nr. C.13.0033.N

1. Een schuldeiser is gerechtigd het faillissement van zijn schuldenaar te vorderen wanneer de wettelijke voorwaarden zijn vervuld. Een schuldeiser voldoet in die omstandigheid, in beginsel, aan de vereisten van de artikelen 17 en 18 Gerechtelijk Wetboek. Dient een schuldeiser niet aan te tonen dat de faillissementsvordering voor hem een groter voordeel oplevert als een andere wijze van invordering van zijn schuldvordering, dan mag het instellen van deze vordering geen rechtsmisbruik uitmaken.

Dit laatste is het geval wanneer er een kennelijke onevenredigheid bestaat tussen het belang bij de faillissementsvordering en de belangen die door de toewijzing van de vordering worden geschaad.

De appelrechters oordelen dat de eerste verweerder geen misbruik heeft gemaakt van zijn recht om het faillissement van de eiseres aan te vragen en verwijzen in dit verband naar de redenen met betrekking tot hun vaststelling dat de faillissementsvoorwaarden vervuld zijn. Louter op grond van deze vaststelling, vermochten de appelrechters niet te oordelen dat de eerste verweerder zijn recht om het faillissement te vorderen niet abusief heeft uitgeoefend, zoals door de eiseres was aangevoerd.

2. De appelrechters oordelen dat de eerste verweerder geen misbruik heeft gemaakt van zijn recht om het faillissement van de eiseres aan te vragen en verwijzen in dit verband naar de redenen met betrekking tot hun vaststelling dat de faillissementsvoorwaarden vervuld zijn. Louter op grond van deze vaststelling, vermochten de appelrechters niet te oordelen dat de eerste verweerder zijn recht om het faillissement te vorderen niet abusief heeft uitgeoefend, zoals door de eiseres was aangevoerd.

Het middel is gegrond.

Overige grieven

3. De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden.