Valsheid in geschrifte bij aanbesteding



Deze uitspraak is opgenomen onder het artikel Valsheid in geschrifte

Uitspraak

Nr. P.08.1289.N

I

J L A G,
beklaagde,
eiser,

II.

I A M L,
beklaagde,
eiser,

III.

E J ,

beklaagde,
eiseres,

IV.

L I L,
beklaagde,
eiser,

V.

H J R M P,

beklaagde,
eiser,

VI.

P A U,
beklaagde,
eiser,

VII.

SITA Recycling Services NV, met maatschappelijke zetel te 2340 Beerse, Lilsedijk 19,
beklaagde,

eiseres,

alle cassatieberoepen tegen

1. M V,
burgerlijke partij,

2. I D,
burgerlijke partij,

3. ECOWERF, opdrachthoudende vereniging, met zetel te 3012 Wilsele, Aarschotsesteenweg 210,
burgerlijke partij,

4. STAD AARSCHOT,
vrijwillig tussenkomende partij,
verweerders.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Brussel, correctionele kamer, van 30 juni 2008.

In afzonderlijke memories die aan dit arrest zijn gehecht, voeren de eiser I zes middelen, de eiser II een middel, de eiseres III twee middelen, de eiser IV drie middelen, de eiser V vier middelen, de eiser VI twee grieven en de eiseres VII vier middelen aan.

Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Vierde middel van de eiser I

1. Het middel voert schending aan van artikel 150 Grondwet, van de artikelen 179 en 182, eerste lid, Wetboek van Strafvordering en van artikel 2, eerste lid van de wet van 4 oktober 1867 op de verzachtende omstandigheden: het arrest verklaart zich bevoegd kennis te nemen van de feiten van de telastlegging F17, dit is het misdrijf bepaald in artikel 314 Strafwetboek, waarvan een der bestanddelen hier een valsheid in geschrifte blijkt te zijn.

2. Wanneer een telastlegging waarvoor een beklaagde is vervolgd, als een welbepaald misdrijf is gekwalificeerd waarvan een der bestanddelen in werkelijkheid een valsheid in geschrifte of het gebruik van dergelijk geschrift oplevert, dan omvat de telastlegging dit feit dat bijgevolg ook voor de geadieerde rechter aanhangig is. De rechter moet aan die feiten de juiste juridische kwalificatie geven door eveneens de valsheid in geschrifte of het gebruik ervan in de bewoordingen van de wet te omschrijven. Dit is geen verboden ontdubbeling van de oorspronkelijke telastlegging.

3. De rechter zal van de aldus gekwalificeerde feiten en de ermee samenhangende feiten slechts kennis kunnen nemen op voorwaarde dat de verwijzingsbeschikking de feiten van valsheid in geschrifte of het gebruik ervan, die strafbaar zijn met een criminele straf, regelmatig heeft gecorrectionaliseerd of dat het openbaar ministerie in zijn rechtstreekse dagvaarding met toepassing van artikel 2, tweede lid, Wet Verzachtende Omstandigheden vermeldt dat er wegens verzachtende omstandigheden of gronden van verschoning geen grond is een hogere straf dan een correctionele straf te vorderen.

4. De eiser I is onder meer vervolgd wegens de telastlegging F17 gekwalificeerd als het misdrijf bepaald in artikel 314 Strafwetboek en als volgt omschreven:

"Te Aarschot, bij inbreuk op artikel 314 Strafwetboek, bij toewijzing van de eigendom, van het vruchtgebruik of van de huur van roerende of onroerende zaken, van een aanneming, van een levering, van een bedrijf of van enige dienst, de vrijheid van opbod of van inschrijving door geweld of bedreiging of door schenkingen of beloften of gelijk welk ander frauduleus middel belemmerd of gestoord te hebben, namelijk door, bij de gunning van het afvalbeheer van de stad Aarschot voor een periode van 15 jaar, de te verlenen dienst te hebben voorgesteld als een concessie van openbare diensten in plaats van een aanneming van diensten teneinde alzo buiten het toepassingsgebied van de wet en de reglementering inzake overheidsopdrachten te vallen, terwijl in werkelijkheid de omschrijving van de te verlenen dienst alle kenmerken van een aanneming van diensten vertoont, door vooraf bewust en vrijwillig beslist te hebben dat de NV Leysen Containerdienst de verantwoordelijke en de tussenkomende bestuurs- en personeelsleden van de Stad Aarschot zou begeleiden bij de voorafgaande studies, het opstellen van de verschillende contractuele documenten, de evaluatie van de ingediende kandidaturen en offertes, de briefwisseling met deelnemende firma's, het opstellen van besluiten van de gemeenteraad en van het college van burgemeester en schepenen en bij enige andere stap in de gunningprocedure, door effectief deze begeleiding te hebben uitgevoerd of laten uitvoeren met behulp van de door de groep Watco ontwikkelde modeldocumenten, zonder dat van dit alles kennis werd gegeven in enig officieel stuk aan de toezichthoudende overheid, aan de gemeenteraad of aan het college van burgemeester en schepenen of in enig ander stuk in de loop van de gunningprocedure, door de evaluatiecommissie te hebben samengesteld met verschillende leden van het college van burgemeester en schepenen en met ambtenaren die kennis hadden van deze actieve begeleiding, alsmede met verschillende personen die werkzaam waren in besturen of vennootschappen die een afvalverwerkingcontract hadden of voorbereidden, met vennootschappen van de groep Watco waartoe Leysen Containerdienst behoorde, door op betwistbare en niet-correcte wijze NV Leysen Containerdienst een prijsvergelijking te hebben laten opmaken tussen de verschillende deelnemende firma's en een aantal aanpassingen te hebben laten aanbrengen aan een aantal offerten die een rechtstreekse invloed hadden op de uiteindelijke rangschikking van de verschillende firma's."

5. Zoals omschreven, houdt die telastlegging in dat een der frauduleuze middelen die gebruikt zijn om de vrijheid van opbod of van inschrijving te belemmeren of te storen, bestaat in het feit dat bij de gunning van het afvalbeheer van de Stad Aarschot de te verlenen dienst bedrieglijk is voorgesteld als een concessie van openbare diensten in plaats van een aanneming van diensten en dat de opgestelde stukken bedrieglijk geen melding maken van de technische begeleiding tijdens de gunningsprocedure door de groep Watco.

De gunning van een concessie of van een aanneming door de gemeentelijke overheid vereist het opstellen en het gebruiken van een of meerdere geschriften zoals contractuele documenten, briefwisseling met deelnemende firma's en het opstellen van de besluiten door de gemeenteraad en het college van burgemeester en schepenen, welke documenten de telastlegging vermeldt. Wanneer ze op bedrieglijke wijze onjuistheden bevatten om anderen over de ware draagwijdte ervan te misleiden, leveren die geschriften valsheid in geschrifte op. Dit kan ook het geval zijn voor andere geschriften die essentiële gegevens, zoals het bestaan van een samenwerking, verzwijgen.

6. Hieruit volgt dat de feiten van de telastlegging die voor de correctionele rechtbank en het hof van beroep aanhangig waren, ook valsheid in geschrifte en gebruik van valse stukken, waarmee er eendaadse samenloop is, inhouden.

7. Het arrest oordeelt : "De vaststelling dat de [eisers] samenlopende misdrijven zouden gepleegd hebben door het stellen van meerdere daden die eenzelfde geheel vormen, zoals te deze het plegen van een beweerde (intellectuele) valsheid in geschrifte en gebruik van valse stukken (door de samenwerking niet [te] vermelden in de stukken) enerzijds, en de verstoring en belemmering van de vrijheid van opbod of inschrijving door frauduleuze middelen (inbreuk op artikel 314 Strafwetboek) anderzijds die, mochten ze onder al deze telastleggingen worden vervolgd slechts door één straf, de zwaarste, zouden moeten/kunnen beteugeld worden wegens de aanwezige meerdaadse samenloop, niet uitsluit dat het openbaar ministerie de beklaagde kan vervolgen alleen voor het feit van de inbreuk op [artikel] 314 [Strafwetboek], hoewel als middel voor het plegen daarvan onder meer precies de vervalsing en vooral het gebruik van valse stukken werden aangewend."

Op die grond wijst het arrest eisers verzoek tot herkwalificatie van de telastlegging F17 af.

8. Het arrest dat aldus oordeelt dat voor het hof van beroep geen feiten van valsheid in geschrifte en gebruik aanhangig waren en dit gerecht voor de andere ten laste van de eiser gelegde feiten bevoegd verklaart,verantwoordt de beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

Eerste en tweede onderdeel van het middel van de eiser II, eerste en tweede onderdeel van het eerste middel van de eiser IV, en het eerste middel van de eiser VI

9. De grieven hebben dezelfde draagwijdte als het vierde middel van de eiser I en behoeven hetzelfde antwoord.

De grieven zijn gegrond.

Vierde middel van de eiser V

Eerste en tweede onderdeel

10. Het middel voert schending aan van de artikelen 130, 179, 182 en 231 Wetboek van Strafvordering, de artikelen 60, 65, 314 en voor zover als nodig 193, 194, 195, 196 en 197 Strafwetboek en de artikelen 1 en 2 van de wet van 4 oktober 1867 op de verzachtende omstandigheden: het arrest weigert de kwalificatie van de telastlegging F17, verstoren of belemmeren van de vrijheid van opbod als bepaald in artikel 314 Strafwetboek waarvoor een medebeklaagde is vervolgd, aan te vullen met de kwalificatie als valsheid in geschrifte en verklaart het hof van beroep ook wat de eiser betreft ten onrechte bevoegd.

11. Het middel heeft dezelfde draagwijdte als het vierde middel van de eiser I.

12. Gelet op het antwoord op het vierde middel van de eiser I en op de mogelijke samenhang tussen de feiten van de telastlegging F17 en deze waarvoor de eiser wordt vervolgd, is het arrest dat zich ook voor de eiser bevoegd verklaart, niet naar recht verantwoord.

Het middel is gegrond.

Ambtshalve middel

Geschonden wettelijke bepalingen
- de artikelen 65, 193, 194, 195, 196, 197 en 314 Strafwetboek;
- de artikelen 130, 179, 182 en 231 Wetboek van Strafvordering;
- de artikelen 1 en 2 van de wet van 4 oktober 1867 op de verzachtende omstandigheden.

13. Het arrest veroordeelt de eiseres III en de eiseres VII tot straf en in kosten onder meer wegens de telastlegging F17 en verklaart het hof van beroep aldus bevoegd kennis te nemen van de feiten die daarvan het voorwerp zijn.

14. Gelet op het antwoord op het vierde middel van de eiser I, zijn die beslissingen niet naar recht verantwoord en schendt het arrest de vermelde wetsbepalingen.

Overige grieven van de eisers I, II, III,IV, V, VI en VII

15. De grieven kunnen niet tot cassatie zonder verwijzing leiden en behoeven bijgevolg geen antwoord.

Omvang van de cassatie

16. De hierna uit te spreken vernietiging strekt zich uit tot de vernietiging op de tegen de eisers ingestelde burgerlijke rechtsvorderingen, ook al kan tegen die beslissingen geen ontvankelijk cassatieberoep worden ingesteld.

Dictum
Het Hof,
Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Laat de kosten van de cassatieberoepen ten laste van de Staat.

Verwijst de zaak naar het Hof van Beroep te Antwerpen.

Begroot de kosten in het geheel op 966,27 euro waarvan op elk cassatieberoep 138,04 euro verschuldigd is.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei en Luc Van hoogenbemt, en op de openbare rechtszitting van 6 januari 2009 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Conny Van de Mergel.