Valsheid van stukken voor het eerst in cassatie



Deze uitspraak is opgenomen onder het artikel Valsheid in geschrifte

Uitspraak

Cass. 25 maart 1992

HET HOF; - Gelet op het bestreden arrest, op 26 november 1991 door het Militair Gerechtshof gewezen;

Il. In zoverre eiser bij het Hof rechtstreeks aangifte wil doen van een valsheid, die door een lid van de rijkswacht te zijnen nadele zou zijn gepleegd in een stuk van het dossier :
Overwegende dat het Hof niet bevoegd is om de gegrondheid van zodanige grief te onderzoeken; dat luidens artikel 907, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek in het cassatiegeding alleen die stukken van valsheid kunnen worden beticht waartegen zulke betichting niet mogelijk is geweest voor het gerecht in feitelijke aanleg; dat bovendien het onderzoek van de grief vereist dat de gegevens van de zaak worden nagegaan, waartoe het Hof niet bevoegd is;
Dat, in zoverre, het middel niet ontvankelijk is;

En overwegende dat de substantiƫle of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen;
Om die redenen, ongeacht het op 10 januari 1992 per faxpost binnengekomen stuk, dat slechts een facsimile van een handtekening draagt, en ongeacht de memorie, die op de griffie van het Hof is ingekomen op 13 maart 1992, buiten de bij artikel 420bis, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering bepaalde termijn, verwerpt de voorziening; veroordeelt eiser in de kosten.