Vermoeden van onafhankelijkheid en onafhankelijkheid plaatsvervangende rechter



Deze uitspraak is opgenomen onder het artikel Onafhankelijkheid en onpartijdigheid rechter

Uitspraak

Cass. 10 februari 2015

Nr. P.15.0172.N

E V,
beklaagde,
eiser.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 27 januari 2015.
De eiser voert in een verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.
Raadsheer Sidney Berneman heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal met opdracht Alain Winants heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling
Eerste middel

1. Het middel voert miskenning aan van de kracht van het gewijsde en de motiveringsverplichting: het arrest miskent het gezag en de kracht van gewijsde van het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 17 december 2014, waarbij de eiser voor de feiten van 18 februari 2013 is vrijgesproken, door een kennisgeving van de beslissing van de Nederlandstalige tuchtraad van Beroep voor Advocaten van 12 februari 2013 tot schrapping van de eiser van de lijst van de advocaten-stagiairs alsnog als mogelijk te beschouwen.

2. In zoverre het middel verplicht tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft, is het niet ontvankelijk.

3. De beslissingen waarbij voorwaarden worden opgelegd, moeten overeenkomstig artikel 35, § 2, Voorlopige Hechteniswet met redenen omkleed zijn, zoals bepaald in artikel 16, § 5, eerste en tweede lid, van die wet.

De beklaagde kan, met toepassing van artikel 36, § 3, van die wet, het vonnisgerecht vorderen alle of sommige opgelegde voorwaarden in te trekken of te wijzigen.

Uit de samenlezing van die bepalingen volgt dat het vonnisgerecht dat beslist tot handhaving van alle of sommige van de opgelegde voorwaarden, zijn beslissing met redenen moet omkleden overeenkomstig artikel 16, § 5, eerste en tweede lid, van die wet. Het vonnisgerecht moet aldus melding maken van het bestaan van ernstige aanwijzingen van schuld, van de feitelijke omstandigheden van de zaak en van die welke verband houden met de persoonlijkheid van de beklaagde, en die de handhaving van de opgelegde voorwaarden verantwoorden.

4. Het arrest stelt vast dat over de zaak ten gronde bij arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 17 december 2014 werd geoordeeld, dat hiertegen cassatieberoep werd aangetekend op 22 december 2014 en dat er nog steeds ernstige aanwijzingen van schuld bestaan welke begrepen zijn in de bezwaren op grond waarvan de eiser naar de correctionele rechtbank werd verwezen. Aldus verwijst het arrest ook naar de ernstige aanwijzingen van schuld voor de feiten waarvoor de eiser werd veroordeeld.

Het arrest miskent dan ook geenszins het gezag van gewijsde van het arrest van 17 december 2014 en het omkleedt dan ook de beslissing regelmatig met redenen.
In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.

Tweede middel

5. Het middel voert schending aan van artikel 151, § 1, Grondwet en artikel 6.1 EVRM: het arrest is mee geveld door een plaatsvervangend raadsheer, die in hoofdberoep advocaat is en in deze hoedanigheid lid is van de Orde van Advocaten te Antwerpen; men kan moeilijk aannemen dat hij onafhankelijk is van de burgerlijke partijen.
6. De rechter wordt tot bewijs van het tegendeel vermoed onpartijdig, onaf-hankelijk en onbevangen te oordelen. De vereisten van onafhankelijkheid en on-partijdigheid van de rechter zijn nauw met elkaar verbonden zodat bij de beoorde-ling van de objectieve onpartijdigheid van de rechter de waarborgen van diens in-dividuele onafhankelijkheid in aanmerking kunnen worden genomen.

7. Volgens artikel 412, § 1, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek ressorteren de plaatsvervangende magistraten onder dezelfde overheid als de beroepsmagistra-ten. Zij oefenen hun functie uit onder dezelfde voorwaarden en zij moeten aan de-zelfde vereisten van onpartijdigheid en onafhankelijkheid voldoen. Zij zijn aan dezelfde tuchtregels onderworpen en ressorteren onder dezelfde tuchtoverheid als de beroepsmagistraten. Zij worden rechtstreeks voor het hof van beroep gedag-vaard, zoals de beroepsmagistraten, wanneer zij ervan worden beschuldigd een misdrijf te hebben gepleegd in of buiten de uitoefening van hun ambt. Zij zijn aan dezelfde onverenigbaarheden onderworpen als de beroepsmagistraten, behalve wat de uitoefening van hun beroep betreft en de bezigheden die hen daardoor geoorloofd zijn.

Uit het enkel feit dat een plaatsvervangend magistraat als hoofdberoep het beroep van advocaat uitoefent, kan niet worden afgeleid dat hij niet de waarborgen van onafhankelijkheid en onpartijdigheid biedt, ook niet indien de Orde van Advocaten partij is in het geding.

Het middel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing

8. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum
Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.
Veroordeelt de eiser tot de kosten.
Bepaalt de kosten op 44,61 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Erwin Francis en Sidney Berneman, en op de open-bare rechtszitting van 10 februari 2015 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Alain Winants, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.