Wetsontwerp invordering niet-betwiste schuldvorderingen



Op 25 juni 2015 keurde de Ministerraad het voorontwerp van wet houdende wijziging van het burgerlijk procesrecht, potpourri I, in tweede lezing goed.

Hieronder kan de actuele tekst van het ontwerp nagelezen worden, dat in zijn huidige vorm zeer sterk zal ingrijpen op de praktijk van de invordering van facturen.

Tekst voorontwerp invordering onbetwiste geldschulden

Hoofdstuk Iquinquies

Invordering van onbetwiste geldschulden

Art. 1394/20 Elke onbetwiste schuld die een geldsom tot voorwerp heeft en die vaststaat en opeisbaar is op dag van de aanmaning bedoeld bijartikel 1394/21 kan, ongeacht het bedrag ervan, vermeerderd met de verhogingen waarin de wet voorziet en de invorderingskosten alsmede, in voorkomend geval en ten belope van ten hoogste 10 % van de hoofdsom van de schuld, alle interesten en strafbedingen, in naam en voor rekening van de schuldeiser op verzoek van de advocaat van de schuldeiser door de gerechtsdeurwaarder worden ingevorderd, met uitzondering van schulden van of ten aanzien van: 1° publieke overheden als bedoeld in artikel 1412bis, § 1; 2° particuliere schuldeisers of schuldenaren die niet zijn ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen; 3° wat particulieren betreft, handelingen die niet zijn verricht in het kader van de activiteiten van de onderneming; 4° faillissement, gerechtelijke reorganisatie, collectieve schuldenregeling en andere vormen van wettelijke samenloop; 5° niet-contractuele verbintenissen tussen particulieren, tenzij zij

a) het voorwerp uitmaken van een overeenkomst tussen de partijen of er een schuldbekentenis is, of b) betrekking hebben op schulden uit hoofde van gemeenschappelijke eigendom van goederen.

Art. 1394/21 Vooraleer tot invordering over te gaan betekent de gerechtsdeurwaarder aan de schuldenaar een aanmaning tot betalen. De aanmaning bevat, op straffe van nietigheid, benevens de vermeldingen bedoeld bij artikel 43:

1° een duidelijke beschrijving van de verbintenis waaruit de schuld is ontstaan;

2° een duidelijke beschrijving en verantwoording van al de bedragen die van de schuldenaar geëist worden, met inbegrip van de kosten van de aanmaning en, in voorkomend geval, de wettelijke verhogingen, interesten en strafbedingen;

3° de aanmaning om te betalen binnen de maand en de wijze waarop de betaling kan worden verricht;

4° de mogelijkheden waarover de schuldenaar beschikt om op de aanmaning te reageren, zoals bepaald in artikel 1394/22;

5° in voorkomend geval, de inschrijving van de schuldeiser en de schuldenaar in de Kruispuntbank van Ondernemingen. Bij de akte van aanmaning worden gevoegd:

1° een afschrift van de bewijsstukken waarover de schuldeiser beschikt; 2° het in artikel 1394/22 bedoelde antwoordformulier.

Art. 1394/22 De schuldenaar die de ingevorderde bedragen niet betaalt kan binnen de termijn bedoeld in het tweede lid, 3° van artikel 1394/21 betalingsfaciliteiten vragen of de redenen te kennen geven waarom hij de schuldvordering betwist, een of ander bij middel van het antwoordformulier dat gehecht wordt aan de akte van aanmaning. Het antwoordformulier wordt, tegen ontvangstbewijs, aan de instrumenterende gerechtsdeurwaarder gestuurd, hem overhandigd in zijn studie of hem overgemaakt op een andere wijzebepaald door de Koning. De gerechtsdeurwaarder geeft daarvan onverwijld kennis aan de schuldeiser evenals, in voorkomend geval, van het betalen van de schuld.

Art. 1394/23 In het geval de schuldenaar de schuld betaalt of de redenen te kennen geeft waarom hij de schuld betwist, wordt de invordering beëindigd, onverminderd het recht van de schuldeiser om, in geval van betwisting van de schuld, zijn rechtsvordering in rechte uit te oefenen. In het geval de schuldeiser en de schuldenaar betalingsfaciliteiten overeenkomen wordt de invordering opgeschort.

Art. 1394/24 § 1. Ten vroegste acht dagen na het verstrijken van de termijn bedoeld in het tweede lid, 3° van artikel 1394/21 stelt de instrumenterende gerechtsdeurwaarder, op verzoek van de schuldeiser, proces-verbaal van nietbetwisting op waarin wordt vastgesteld, naar gelang van het geval: 1° ofwel dat de schuldenaar de schuld niet of niet geheel heeft voldaan, noch betalingsfaciliteiten heeft gevraagd of gekregen, noch de redenen te kennen heeft gegeven waarom hij de schuld betwist; 2° ofwel dat de schuldeiser en de schuldenaar betalingsfaciliteiten zijn overeengekomen, die evenwel niet zijn nagekomen. In het proces-verbaal worden tevens de vermeldingen van de akte van aanmaning en de geactualiseerde afrekening van de schuld in hoofdsom, schadebeding, intresten en kosten opgenomen.

§ 2. Het proces-verbaal wordt op verzoek van de gerechtsdeurwaarder uitvoerbaar verklaard door een magistraat die deel uitmaakt van het Beheers- en toezichtscomité bij het centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht, collectieve schuldenregeling en protest bedoeld in artikel 1389bis/8. Het wordt voorzien van het formulier van tenuitvoerlegging en maakt, in voorkomend geval pro rata van het saldo van de schuldvordering, een titel uit die overeenkomstig het vijfde deel ten uitvoer kan worden gelegd.

§ 3. Onverminderd de bevoegdheid van de beslagrechter in geval van zwarigheden bij de tenuitvoerlegging wordt de uitvoering van het procesverbaal van niet-betwisting alleen geschorst door een vordering in rechte, die wordt ingesteld bij verzoekschrift op tegenspraak. Titel Vbis van boek II van het vierde deel, met uitzondering van artikel 1034quater, is toepasselijk. Op straffe van nietigheid wordt bij elk exemplaar van het verzoekschrift een afschrift van het proces-verbaal van niet-betwisting gevoegd. § 4. Een volledig uitgevoerde invordering geldt als dading voor de gehele schuld, met inbegrip van alle eventuele wettelijke verhogingen, interesten en strafbedingen.

Art. 1394/25 De Koning bepaalt het model van het antwoordformulier bedoeld in artikel 1394/22 en het model van het procesverbaal van niet-betwisting, de wijze waarop dat proces-verbaal uitvoerbaar wordt verklaard en het model van het formulier van tenuitvoerlegging bedoeld in artikel 1394/24.

Art. 1394/26 Artikel 38 van de Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken is van overeenkomstige toepassing.

Art. 1394/27 § 1. Bij de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders wordt een geïnformatiseerde gegevensbank opgericht, “Centraal register voor de invordering van onbetwiste geldschulden” geheten, die door de Nationale Kamer wordt georganiseerd en beheerd. In deze databank, hierna “centraal register” genoemd, worden gegevens verzameld die nodig zijn om het juiste verloop van de procedures voor de invordering van onbetwiste geldschulden na te gaan en het procesverbaal van niet-betwisting uitvoerbaar te verklaren. Te dien einde wordt, onverminderd andere mededelingen of kennisgevingen, een afschrift van al de in dit hoofdstuk bedoelde exploten, betekeningen, kennisgevingen, mededelingen, betalingsfaciliteiten of processen-verbaal en in voorkomend geval van de bijlagen ervan binnen drie werkdagen toegezonden aan het centraal register.

§ 2. De Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders wordt met betrekking tot het centraal register beschouwd als de verantwoordelijke voor de verwerking in de zin van artikel 1, § 4, van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens. De gegevens opgenomen in het centraal register worden 10 jaar bewaard.

§ 3. De gerechtsdeurwaarders kunnen de gegevens van het centraal register rechtstreeks registreren en raadplegen per aangemaande partij of, in voorkomend geval, per schuldeiser. Deze gerechtsdeurwaarders worden nominatim aangewezen in een geïnformatiseerd register, dat door de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders voortdurend wordt bijgewerkt. Van zodra een proces-verbaal van nietbetwisting overeenkomstig artikel 1394/24 uitvoerbaar werd verklaard, kunnen de in het centraal register opgenomen gegevens die hierop betrekking hebben enkel nog geraadpleegd worden door de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders met het in § 6 bedoelde oogmerk.

§ 4. Hij die in welke hoedanigheid ook deelneemt aan de verzameling, de verwerking of de mededeling van de in het centraal register geregistreerde gegevens of kennis heeft van die gegevens, moet het vertrouwelijk karakter ervan in acht nemen. Artikel 458 van het Strafwetboek is op hem toepasselijk.

§ 5. Om de juistheid na te gaan van de gegevens die in het centraal register worden ingevoerd en het centraal register voortdurend te kunnen bijwerken, heeft de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders toegang tot de informatiegegevens bedoeld in artikel 3, eerste lid, 1°, 2°, 5° en 7°, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een rijksregister van de natuurlijke personen en kan zij het identificatienummer van dat register gebruiken. Zij mag het nummer evenwel in geen enkele vorm aan derden mededelen. De Koning stelt de wijze vast waarop de informatiegegevens van het rijksregister aan de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders worden overgezonden. Hij kan eveneens nadere regels vaststellen betreffende het gebruik van het identificatienummer van het rijksregister door de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders.

§ 6. De Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders staat in voor de controle op de werking en het gebruik van het centraal register. In voorkomend geval is hoofdstuk VII van boek IV van deel II van dit Wetboek van toepassing.

§ 7. De Koning bepaalt de nadere regels voor de inrichting en werking van het centraal register.