Cassatieberoep beklaagde strekt zich uit tot vrijwillig tussengekomen partij



Deze uitspraak is opgenomen onder het artikel

Uitspraak

Cass. 21 januari 2015

Nr. P.14.1392.F

Uitspraak

I. Y. H.,

II. AG INSURANCE nv,

cassatieberoepen tegen

J. B.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Luik, afdeling Luik, van 10 juni 2014.
De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.
Raadsheer Gustave Steffens heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

A. Cassatieberoep van de eiser

Middel

Eerste onderdeel

Het middel verwijt het vonnis dat het oordeelt dat de eiser het kruispunt is overgestoken terwijl het licht op rood stond, louter omdat hij in staat van dronkenschap verkeerde. Het voert aan dat die staat niet noodzakelijk tot gevolg heeft dat een bestuurder niet meer kan reageren op de verplichtingen die gepaard gaan met de fase waarin de verkeerslichten zich bevinden.

Om de eiser te veroordelen wijst het vonnis erop :
- dat de verweerder onmiddellijk na het ongeval werd verhoord en dat zijn uitleg samenhangend was;
- dat hij heeft verklaard het verkeerslicht te zijn voorbijgereden toen het op groen stond en heeft aangetoond dat hij, rekening houdend met de door de verbalisanten vastgestelde materiële gegevens, een nauwkeurig beeld had van zijn traject;
- dat de eiser pas veel later kon worden verhoord wegens zijn staat van dronkenschap;
- dat zijn verklaring niet in aanmerking kan worden genomen gezien zijn slechte oriëntatie in de ruimte op de dag van de feiten;
- dat de schade aan de voertuigen zijn verklaring evenmin geloofwaardig maken;
- dat de oriëntatie in de ruimte van de verweerder goed was en diens verklaring niet wordt tegengesproken door een objectief gegeven van het dossier.

Met die redenen motiveren de appelrechters regelmatig hun beslissing dat er grond was om enkel de verklaring van de verweerder als geloofwaardig in aanmerking te nemen.

Het middel dat berust op een onvolledige lezing van het vonnis, mist feitelijke grondslag.

Tweede onderdeel

De appelrechters hebben niet zonder zichzelf tegen te spreken, enerzijds, erop kunnen wijzen dat de verweerder geen lichamelijke schade heeft gevorderd en, anderzijds, een bedrag kunnen toekennen voor de vergoeding van lichamelijke schade.

Het middel is gegrond.

De hierna uit te spreken vernietiging, die de overige bestanddelen van de eis niet in vraag stelt, wordt beperkt tot de enkele post die het voorwerp uitmaakt van de aangevoerde tegenstrijdigheid.

B. Cassatieberoep van de eiseres

De eiseres voert geen middel aan.

De hierna uit te spreken vernietiging op het cassatieberoep van de eiser, beklaagde, van de beslissing over de lichamelijke schade strekt zich evenwel uit tot de beslissing die de eiseres in solidum met de eiser tot vergoeding van die schade ver-oordeelt, aangezien de eiseres tegen die beslissing regelmatig cassatieberoep heeft ingesteld.

Dictum
Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het uitspraak doet over de lichamelijke schade en stelt bijgevolg het totale bedrag van de schade vast op 6.394,79 euro.

Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis.

Veroordeelt elk van de eisers tot drie vierde van de kosten van zijn cassatieberoep en veroordeelt de verweerder tot de overige kosten.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank te Luik, anders samengesteld.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Michel Lemal, en in openbare terechtzitting van 21 januari 2015 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.